Volgens Joodse visie is Rome gesticht door de kinderen van Esau, ook de Joodse geleerde Rashi (11e eeuw) zegt dat. Daar zit mogelijk wel een kern van waarheid in.
De in jaloersheid wortelende haat van Rome/Esau tegen Jacob/Israël is bepalend voor de wereldgeschiedenis. Esau had al ruzie met Jacob in de baarmoeder; de kinderen stieten, botsten tegen elkaar (het stamwerkwoord is hier ratsats, רצץ wat betekent om het leven brengen (Gen. 25:22) en bij hun geboorte was er als het ware de strijd om het eerstgeboorterecht, wat Esau met geweld wist te bemachtigen door als eerste naar buiten te komen.
Hij verkocht het uiteindelijk, onverschillig als hij was, slechts voor een kop soep.
Later, na de listige truc van Jacob om toch het door hem gekochte eerstgeboorterecht te bemachtigen, wilde Esau Jacob doden.
De Ezaukinderen/ Rome hebben Jeruzalem zozeer verwoest en het Joodse volk zozeer verspreid dat het minstens 1900 jaar duurde voordat Israël weer officieel op de wereldkaart verscheen. Bijbeltheologisch gezien gaat dé strijd op aarde gaat niet tussen Ismaël en Izak, tussen de Arabische nakomelingen en Israël, maar tussen Jacob en Ezau (in lijn nogmaals met de profetie aan hun moeder Rebecca).
De nakomelingen van Ismaël zijn machtige vorsten, maar toch ondergeschikt aan die van Ezau. Niet Ismaël heeft aangezet tot de verwoesting van Jeruzalem en de Joden uit het land verjaagd. De geestelijke haat van Ezau en het heidense Rome is helaas overgeplant in het Rooms Katholieke Christendom: onder geen regime zijn de Joden zo vervolgd en verdrukt als onder het Romeins-Christelijke, tot in onze tijd toe. Ook nu schuilen achter de Palestijnse/Hamas acties bepaalde christelijk getinte NGO’s en actiegroepen als Pax Christi e.a. die de Moslims opstoken en trainen. Vanuit het Rooms Katholicisme is er ook veel anti-joods gedachtegoed overgegaan naar het Protestantisme. Het zijn nadrukkelijk niet altijd de Katholieke gelovige of de Protestant die persoonlijk schuldig zijn aan de Jodenvervolgingen, maar het is wel het systeem waartoe zij behoren. Gelukkig zijn er naast Protestanten ook vele Rooms Katholieken die met Joden tot verzoening komen en Israël steunen. Mensen die geloven wat de profeet Joël schreef: ‘Op de berg Tsion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn.’ Israël is de Ark!
Veel Christenen voorspellen dat het Joodse volk nog één keer grote ellende krijgt. Maar er is ook reden om te hopen dat Israël juist het lijden achter zich heeft: 2000 jaar was Israël in grote verdrukking. In plaats van nog nieuw lijden aan te kondigen, zouden wij Israël moeten toeroepen dat haar lijdenstijd volbracht is (Zefanja 3:9-20). Het woord ‘volbracht’ is hier diepzinnig, het lijden van Israël heeft duidelijk een Messiaans aspect: ‘wij Christenen hebben het kruis op kerken en altaren gezet, het Joodse volk heeft het kruis door Europa gedragen achter hun Messias aan’ Die hen voorgoed verlost heeft uit de Romeins-Christelijke lijdenstijd, om als een vernieuwd Godsvolk de volken op een nieuw spoor te zetten. Niet Israël, maar de volken moeten rekenen met een afrekening, die ontzettend zal zijn (Jesaja 63:1-6), ‘want zie de dag komt, brandend als een oven (Mal. 4:1). Een ‘grote en geduchte dag’ (Joël), waarbij inderdaad Israël kan toezien, als toekijker.
Joël zegt: ‘Ieder die de naam des HEREN aanroept, zal behouden worden – en tot de ontkomenen zullen zij behoren die de HERE ertoe roepen zal.’ We laten even in het midden of het hier wel of niet gaat om twee verschillende groepen: om de gelovigen onder de volken die in de nood hun vertrouwen hebben gesteld op de God van Israël, Die voor hen onthuld is in de gestalte van de Man uit Nazareth én zij die zich naar Tsion hebben laten wegroepen uit de ‘brandende oven’ van Gods Toorn over de volken.
Zijn wij daadwerkelijk ontvankelijk voor het Bevrijdende en Heiligende Handelen van Israëls God? De beoordeling van ons leven gaat niet over de vraag of we geloven dat Jehoshua` Gods Zoon is of dat God Eén is en de Enige. Maar of wíj een énig mens zijn geworden, een mens uit één stuk, uniek net als Hij. Het gaat uiteindelijk om de vraag of we op Hem zijn gaan lijken (Gen. 1:26,26) door de Kracht van Zijn Bevrijding (letterlijk: (jeshua) = door de Kracht van Zijn Heilige Geest.
Niet ons zien, maar ons zijn is beslissend, niet een goede visie, maar de goede vruchten zijn doorslaggevend voor ons behoud. Als sommige mensen tegen Jehoshua/ Jezus zeggen dat zij in Zijn naam boze geesten e.d. hebben uitgedreven kan Hij nog zeggen: ‘Ik heb u niet gekend’…
Niet de juiste theologie over God en de Man van Nazareth, maar de beslissing over ons leven ligt in het antwoord op de vraag of we de juiste openheid hebben getoond voor de Heilige Geest van de Almachtige God, die naar onze overtuiging de Geest is van Jezus/Jehoshua` Ben Joséf.