Volgens Calvijn is de Bijbel het ‘gewaad’ waarin de levende Heer tot ons komt. God komt niet alleen in de tekentaal van de graankorrel en de wijndruif op ons toe, maar uitdrukkelijk, veel uitdrukkelijker zelfs, in de lettertaal van de Heilige Schrift. Willen we God echt ontmoeten dan kunnen we niet buiten de Bijbel om.
De indirecte stem van de door woorden geheiligde scheppingsgave van brood of de wijn, krijgen pas kracht als we eerst horen naar de Stem van God Zelf, Die direct tot ons spreekt in Zijn Woord. De Bijbel kan men ook wel de gestolde Stem van God noemen. In de Bijbellezing komen deze gestolde Bijbelwoorden weer tot leven door de Adem van de Geest. In de Woordverkondiging in de gemeente zijn de door de predikant uitgesproken woorden geen gewone woorden meer, maar worden ze omgezet tot Woorden van God, tot heilige Taal, tot de directe Stem van Hem, Die ons bevrijdend, vermanend, oordelend of troostend toespreekt. Als het gaat om de prioriteitsvraag dan heeft Bijbels gezien het Woord de allerhoogste prioriteit: het Woord gaat niet alleen vooraf aan het Antwoord, maar ook de uitdrukkingskracht ervan is het sterkst. De tekentaal van brood en wijn in de eucharistie is weliswaar veelzeggend, maar de lettertaal van het Woord overstijgt dit mateloos: nergens anders komt zo uitvoerig, zo uitdrukkelijk en zo indrukwekkend de Zelfovergave Gods in de Mensenzoon, Zijn Lijden sterven en Opstanding op ons toe als in de Woordverkondiging.
Trouwens, woorden op zich zijn ook van een geheel andere orde dan de scheppingsgaven van brood en wijn. Woorden zijn ‘geestelijke wezens’ van een heel ander ‘soortelijk gewicht’ dan graankorrels of wijndruiven. Het graan en de wijndruif danken hun bestaan aan het Woord van God: Hij sprak en het was er (Psalm 33:9).
Bovendien voltrekt ook de heiliging van brood en wijn zich door het woord: door de dank-zég-ging. Woorden en scheppingsgaven zijn onvergelijkbare grootheden. De Woordverkondiging heeft dus in driedubbele zin prioriteit: het Woord op zich gaat vooraf aan het Antwoord, de uitdrukkingskracht is de tekst, en het Antwoord is ook geheel afhankelijk van het Woord: brood en wijn worden door het Woord geheiligd.
Kritische vraag voor de Katholica
Als het eenzijdig benadrukken en ‘ophemelen’ van de Eucharistie dus niet Bijbels en ook niet logisch te funderen is, waar berust het dan op? Op andersoortige, filosofische vooronderstellingen of op heidense mythologie? Er is voor de Katholica reden om zich de kritische vraag te stellen of zij in haar missionaire ijver om aan de heidense volken het geheim van Kruis van Opstanding te verkondigen in begrijpelijke taal en zo plastisch mogelijk, zich niet heeft laten verleiden om gebruik te maken van heidense beelden, van algemeen aanvaarde religieuze mythes. Voor de hand lag de mythe van Osiris, de graangod die (gestimuleerd door de magische rituelen van zijn priesters) jaar op jaar zijn ‘offer’ herhaalt: elke winter sterft Osiris weer en is zijn moeder Isis opnieuw diep bedroefd, maar elk voorjaar tegen ‘Pasen’ staat hij weer of ‘opnieuw’ op uit de donkere, doodse aarde.
Toen keizer Constantijn voor het Christelijk geloof koos als geestelijke grondslag voor het herstel van het Romeinse Rijk, koos hij niet voor het originele Hebreeuwse Christendom, maar voor een vergriekste en deels verheidenste vorm ervan. Dat lag voor de hand omdat deze geloofsvorm binnen het Christendom de meest dominante hoofdstroom was geworden. Het Christelijk geloof had zich in tweeërlei opzicht aangepast aan de heersende cultuur.
a. Het had zich sterk laten beïnvloeden door het toen moderne Grieks-Hellenistische denken, dat minder gericht was op het aardse en veel meer op het geestelijke, hogere en bovenzinnelijke.
b. Het had bovendien de invloed ondergaan van het magisch-religieuze, antieke levensgevoel met z’n behoefte aan mystieke reinigingsrituelen. Zo werd het Bijbelse, Joodse dankzeggingsgebed over brood en wijn aan de huistafel geheel in deze mystiek-cultische sfeer getrokken en volledig ‘gesacramentaliseerd’
Een kritische vraag ook voor de Calvinisten
Maar er is ook alle reden voor nog een kritische vraag, één vanuit de Joodse traditie. Een vraag die ook de Calvinisten raakt: is er niet ten onrechte een principieel verschil gemaakt tussen enerzijds de dankzegging (eucharistie) over brood en wijn in de kring van de gemeente en anderzijds de dankzegging (letterlijk: eucharistie) in de huiselijke kring aan de huistafel over het dagelijkse brood en over de wijn in het weekend?
De Joodse dankzeggingsmaaltijen op Shabbat en met Pesach – waarin zowel de Roomse mis als het protestantse avondmaal wortelen – vonden (en vinden) immers niet plaats in de Tempel of de synagoge, maar in de huiselijke kring. En de bedienaar van de eucharistie aan de huistafel was en is geen priesterlijke tempeldienaar of één van zijn levitische assistenten, maar gewoon de huisvader of familieoudste of de oudste zoon. Kenmerk van de Joodse godsdienst was en is nog steeds: de liturgische mondigheid. Datzelfde geldt ook voor de eerste missionaire gemeenten die vanuit het Jodendom ontstonden. Er staat niet van de gemeente in Jeruzalem dat zij hun gemeenschapsmaaltijden hielden op het tempelplein, maar in de huiselijke kring: zij braken het brood aan huis. De apostelen riepen de gemeenteleden niet bijeen in aparte zaaltjes of in ruime huiskamers om hun het heilig avondmaal te bedienen, maar de gemeenteleden deden dat zelf.
Nadat zij deelgenomen hadden aan de dagelijkse lofzang rond het offerlam op het Tempelplein – dat voor hen een nieuwe dimensie had gekregen – braken en deelden zij aan de huistafel het brood, zoals ze dat vanuit hun Joodse traditie gewend waren. Dat gebeurde uiteraard ook weer na de dankzegging (eucharistie) over het brood, dat voor hen net als het offerlam een nieuwe dimensie had gekregen: ‘doe dit (= dit danken, breken en delen van het brood)* tot Mijn gedachtenis.
Zoals in de huiselijke kring de huisvader of familieoudste de liturg was (en is), was dit in de kring van de gemeente één van de gemeenteoudsten. Het Griekse woord voor ‘oudste’ is presbyter, waarvan ons woord ‘priester’ is afgeleid. In dit licht gezien is de eigenlijke vraag niet wat prioriteit of originaliteit heeft – de Woordbediening of de eucharistieviering- maar: waar gaat het uiteindelijk om? Gaat het om de gemeente, dat die groter wordt en groeit in geloof en heiliging óf gaat het om het volk, om de heiliging van heel de volkssamenleving met de gezinnen en de families in voorhoede? Anders gezegd: gaat het om de Kerk of om het Koninkrijk dat heel de samenleving en alle volken wil omvatten? Of nog anders: gaat het om de heilige Avondmaalstafel of om de heiliging van de huistafel? In feite zijn beide onmisbaar. De Avondmaalstafel is de startplaats voor de heiliging van de huistafel: het draait om het avondmaal maar het gaat om de huistafel.
De huistafel startplaats voor de heiliging van heel de samenleving
En daar blijft het niet bij, want de huistafel is op zijn beurt ook weer een startplaats voor de heiliging van heel de samenleving. Het gáát om een (ere)dienende volkssamenleving. Het gáát om een samen-loving waarbij de oudsten van het volk weer de originele presbyters zijn die leiding geven aan de publieke erediensten, aan de dagelijkse morgen- en avondgebeden en aan de feestelijke vieringen op de hoogtijdagen, daarbij gesteund door tal van deskundigen, musici en zangers. Want het gaat uiteindelijk niet om dankzegging-zangdiensten in kerken en kerkzaaltjes op de eerste weekdag, op Zondagmorgen- of namiddag, maar om de dagelijkse publieke morgen- en avondgebeden in het centrum van elk dorp en elke stad, tot in het centrum van de wereld in Jeruzalem, op de berg van Zijn heiligheid: ‘Looft de HERE, alle gij volken, prijst Hem alle gij naties’ (Psalm 117).
* In een overtuigende studie ‘Doet dit tot Mijn gedachtenis’ heeft al jaren geleden dr. G.N. Lammens aangetoond dat het woordje ‘dit’ in ‘doe dit tot Mijn gedachtenis’ niet slaat op het gebeuren als geheel maar specifiek op de bij de Joden gebruikelijke handelingen van danken, brood breken en ronddelen.
** Het beperken van de dankzegging over brood en wijn tot de tafel in de kerk, betekent bij het huidige functieverlies van de kerk een belangrijke factor in de secularisering van onze moderne samenleving. Als de kerk, die het monopolie opeist van de dankzegging over brood en wijn, wegvalt, wat komt hiervoor dan in de plaats? Na de verwoesting van de Tempel – wat het einde betekende van de priesterlijke tempelliturgie – kwam in het Jodendom alle nadruk te liggen op de priesterlijke taak van de ouders aan de huistafel en deze huisliturgie.