In dit Bijbelgedeelte maken we kennis met een karakteristieke persoonlijkheid: Bileam, in de Hebreeuwse Bijbel Bil’am genoemd. Hij was een heidense profeet, die zichzelf aan koningen verhuurde om hun vijanden te vervloeken om hierdoor hun ondergang te veroorzaken. Zijn vervloekingen waren inderdaad effectief en daarom droeg Balak, de koning van Moabh, Bileam op om de Kinderen Israëls te vervloeken, want zij hadden hun legerkamp gevaarlijk dicht bij zijn gebied opgeslagen.
God stond Bileam echter niet toe om de Kinderen Israëls te vervloeken, zoals Bileam zelf opmerkte: “Kan ik iets uit mijzelf zeggen? Alleen datgene dat God mij in de mond legt, zal ik spreken.” Iedere keer, wanneer hij zich opmaakte om hen te vervloeken, sprak hij in plaats daarvan een zegen over hen uit : “Hoe goed zijn uw tenten, o volk van Jacob, uw woonplaatsen, Israël. ( Numeri 24 : 5).” Wat was het dan precies waar Bileams oog op viel? Wat was er zo goed aan de tenten van het volk Israël ? Rashi (11e eeuw) geeft als verklaring dat de tenten in hun legerkampen zo waren gesitueerd, dat de ingangen niet tegenover elkaar waren gelegen. Hieruit maken we twee dingen op die bijzonder van waarde voor ons zijn.
Ten eerste het feit dat de Kinderen Israëls privé-dingen ook privé houden. In onderscheid tot de moderne Westerse cultuur, waar heel de vuile was ‘en plein public’ buiten gehangen wordt, is het standpunt van de Torah dat niet alles bestemd is voor ieders oog. Sommige dingen moeten binnen de gemeente of binnen de familie of tussen man en vrouw bewaard blijven. Wanneer iedereen alles van iedereen weet, tot de meest intieme dingen toe, dan wordt er inbreuk gedaan op de ‘goedheid’ van de tenten van Jacob. In de tweede plaats zien we dat het volk Israël geheel vrijwillig hun tenten zò opstelden, dat zij geen inbreuk zouden kunnen doen op het privé-leven van hun buren. Dat betekent dat ze niet hun neus in andermans zaken wilden steken. Zij bezaten de emotionele fijngevoeligheid om ervoor te kiezen geen belangstelling te hebben voor de ‘interessante dingen’ uit het leven van hun buren. Dit is een karaktertrek die cultivering en rijpheid vereist.
Een andere notie bij dit Bijbelgedeelte betreft de persoonlijkheid van Bileam; hij was ogenschijnlijk een uiterst godsdienstig mens. Door heel dit Bijbelgedeelte heen hield hij vol dat hij alleen woorden kon spreken die God hem toestond te spreken. Hij bracht offers en hij profeteerde. Toch wordt hij in alle opzichten beschouwd als een bijzonder verdorven individu. Hij vervloekte hele volken voor een handvol geld. De commentaren zeggen dat hij zelfs bestialiteit praktiseerde. Toen God hem waarschuwde om niet met de mannen van Balak mee te gaan, interpreteerde hij het zelf zó alsof die mannen niet eervol genoeg waren om hém te begeleiden.
De Torah echter, wil ons overtuigen dat het niet voldoende is om godsdienstig te zijn op een verstandelijk of zelfs emotioneel niveau. Iemands daden moeten een éénheid vormen met zijn gedachten en gevoelens en dat moet in al zijn relaties tot uiting komen. Bileams daden weerspiegelden geen innige relatie met zijn Schepper. Daaruit blijkt dat Bileam, die de unieke opdracht had om een profeet te zijn van de ware eeuwige God, helemaal geen godsdienstig mens was. Hij heeft volkomen gefaald, gezien de ongelooflijke gelegenheid die hij had. Wat had hij niet kunnen betekenen voor de wereld om zich heen!
In het gedeelte van de mondelinge leer (de Talmud), dat bekend staat als de “Hoofdstukken der Vaderen” (Pirkej Abhoth), staat geschreven: “Iedereen die de volgende drie karaktertrekken bezit, behoort tot de leerlingen van Abraham, onze voorvader. Daarentegen behoort iedereen met drie tegengestelde karaktertrekken tot de leerlingen van de boosaardige Bileam. De leerlingen van Abraham verheugen zich over het geluk van anderen, zij vinden niet alles maar goed en zij zijn nederig. De leerlingen van Bileam daarentegen zijn afgunstig, alles kan en mag en zij zijn hoogmoedig.”
De Talmud zegt dat de rechtvaardigen heersen over hun hart. Bij de ‘bozen’ is het precies andersom: hun hart is hèn de baas. Bileam is een schoolvoorbeeld van een mens met onbegrensde mogelijkheden, maar die zijn lagere aard toestond om hem te dicteren hoe hij moest handelen. Abraham gééft, Bileam néémt. Abraham is tevreden met zijn omstandigheden, Bileam is onverzadigbaar. Abraham denkt klein van zichzelf, Bileam is een opschepper. Abraham is op het einddoel gericht, Bileam is uit op onmiddellijke bevrediging. De leerlingen van Abraham genieten van deze wereld en beërven de toekomende wereld. Maar wat ontvangen de leerlingen van Bileam? Rabbi Samson Raphael Hirsch legt het als volgt uit: “Alle vreugde, eer en voorspoed die anderen ontvangen, is voor hen een bittere druppel in de beker van hun eigen vreugde. En alles wat zij al bereikt hebben, verliest in hun ogen alle waarde, omdat zij steeds gefixeerd zijn op hun wensen, die nog niet vervuld zijn. De toekomende wereld is voor hen toegesloten en ook het geluk, dat zij in deze wereld nog zouden kunnen genieten, gaat geheel aan hen voorbij”.
Rabbi Chaim Dovid Green, Dvar Torah, Project Genesis