Door dr. Ruben van der Giessen
Het werkwoord samakh סמך betekent ergens op leunen of iets laten rusten op. In Exodus en Leviticus wordt samakh vooral gebruikt in de context van de handoplegging tijdens het offeren. Het offerdier zou sterven in plaats van de offeraar. Door de hand op het offerdier te plaatsen bracht de offeraar als het ware de zonde over op het onschuldige dier. Het offerdier werd gestraft terwijl de offeraar vrijuit mocht gaan. Deze handoplegging geeft daarom ook de dubbele betekenis weer van het woord samakh: Als iets ergens op leunt, dan moet er per definitie ook iets zijn dat ondersteunt. Dit aspect zien we duidelijk bij de eerste keer dat het woord wordt gebruikt in Genesis 27:37. Het wordt hier vertaald met voorzien in, als ondersteuning in levensbehoeften. Ook het offerdier heeft deze voorzienende functie. Door de handoplegging leunt de offeraar letterlijk, maar tegelijk ook geestelijk op het offerdier. Het offerdier voorziet in de verzoening van de zonde (Leviticus 16:21).
Genesis 27:37 toont nog een diepere betekenis van het werkwoord samakh: ‘Toen antwoordde Isaak en zei tot Ezau: Zie, ik heb hem tot een heerser over u gesteld, en al zijn broederen heb ik hem tot knechten gegeven, en van koren en wijn heb ik hem voorzien.’ Jakob werd door de zegen voorzien in brood (graan) en wijn, beiden tekenen van Gods zelfovergave. In het bereidingsproces moeten zowel graan en druiven gebroken worden om gemaakt te worden tot brood en wijn en daarom symboliseren beiden de zelfovergave van God, zoals bij de Pesachmaaltijd.
Het werkwoord samakh verwijst naar de offeraar die leunt, vertrouwt, op het offerdier. In diepere zin verwijst dit naar het sterven van Jezus/Yehoshuah als onze Voorziening op Wie we op mogen leunen.
Overdragen van verantwoordelijkheid
Zoals het werkwoord samakh gebruikt werd voor het verantwoorden van de zonde van de offeraar, zo kon ook een verantwoordelijke functie door middel van ‘samakh’ worden over- gedragen. Zo zien we de handoplegging bij de inauguratie van de Levieten: ‘Hebt u de Levieten voor het aangezicht des Heren doen naderen, dan zullen de Israëlieten de Levieten de handen opleggen’ (Numeri 8:10). Dezelfde manier van in functie stellen zien we bij Jozua: ‘Toen zei de Here tot Mozes: ‘Neem u Jozua, de zoon van Nun, een man, van geest vervuld, en leg hem uw hand op’ (Numeri 27:18).
Het werkwoord samakh laat zien dat het altijd om een dienende of ondersteunende functie gaat. Het duidelijkste voorbeeld hiervan vinden we in Richteren 16:29 waar het woord samakh wordt gebruikt: ‘Daarop greep Simson de beide middelste zuilen, waarop het gebouw rustte (samakh)’. Zoals een huis steunt op de pilaren, zo steunde het volk Israël op de functioneren van het Levitische priesterschap. Een ander voorbeeld is het steunen op een wandelstok (2 Koningen 18:21). Zoals men steunt op een wandelstok tijdens het wandelen, zo steunde het volk op Jozua als leider voor hun levenswandel.
Ondersteunen in geestelijk opzicht
Het werkwoord samakh wordt ook gebruikt in abstracte zin, zo kan iemand vertrouwen of leunen op iemands woord (2 Kronieken 32:8). Maar ook in geestelijk opzicht ondersteunt God de gelovige: ‘Ik legde mij neer en sliep; ik ontwaakte, want de Here ondersteunt mij. (Psalm 3:5).’ Als iemand valt in geestelijk opzicht, dan ondersteunt God hem (Psalm 37:24, 145:14). De Psalmist is hier duidelijk over: ‘De Here is onder degenen die mijn ziel ondersteunen. (Psalm 54:4).’ Hoewel God de mens geestelijk kan ondersteunen, zo kan de wraak van God andersom ook op de mens leunen/drukken (Psalm 88:7).
Samakh versus Súm en Shith
Er worden in de Bijbel tevens andere werkwoorden gebruikt voor handoplegging. Waarin verschilt het werkwoord samakh met deze werkwoorden? Allereerst is er het werkwoord Shith. שית Hierbij worden de handen op iemand gelegd om te zegenen of een belofte af te leggen. Daarnaast is er het woord súm. שום Ook dit werkwoord wordt regelmatig gebruikt bij een zegening of belofte. Verder wordt dit werkwoord ook gebruikt in abstracte zin voor het zwijgen van iemand, dat wil zeggen ‘de hand op de mond doen’. We zien een duidelijk verschil met het werkwoord samakh. Bij samakh vindt een overdracht van verantwoordelijkheid plaats terwijl bij shith en súm er alleen een overdracht van woorden plaatsvindt in de vorm van een zegen of belofte. Bij samakh krijgt degene of datgene die de handoplegging ontvangt een nieuwe functie of status. Bij shith en súm blijft dit onveranderd.
Samakh op letterniveau
De betekenis van het werkwoord samakh wordt eveneens gesymboliseerd door de Hebreeuwse letters. De eerste letter, de volledig gesloten samekh ס verwijst naar een omhulling, de bescherming als ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan Psalm 125:2: ’Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de Here rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.’ De Mem מ staat voor de wachttijd, het afwachtend ergens op leunen. Soms moet men wachten tot het vertrouwen openbaar wordt (Zie Psalm 59:10, Jeremia 14:22). De Kaph ך staat voor de doende hand. De hand die opgelegd wordt, die ergens op leunt.
Het werkwoord samakh סמך heeft woordverband met het woord sakhakh סכך dat beschermen betekent. Beschermen is eigenlijk een vorm van ondersteunen. Denk hierbij ook het de sukkah, סוכה de loofhut, die bescherming biedt tegen allerlei weersomstandigheden. Een ander woordverband is súkh, סוך dit betekent omheinen of afsluiten. Ook hier zien we het beschermende aspect terug komen.
In de Torah-afdeling ‘Tetzaveh’ (gij zult gebieden) wordt in Exodus 27: 20 geleerd: ‘En zij zullen tot u brengen zuivere olijfolie, geperst voor het licht van de menorah.’ Bij de uitleg van de uitdrukking ‘geperst voor het licht’ wijst de Talmud (Menachot 86 a) erop dat er drie soorten olijfolie zijn. De eerste paar druppels die uit de olijf geperst worden, zijn de meest zuivere. Alleen deze allerzuiverste olijfolie is geschikt om licht te geven aan de menorah in de tempel.
De ordeningen voor de tempeldienst zijn tegelijk ook lessen voor onze persoonlijke dienst aan God. Wat is dan de les die we kunnen leren van het gebod om de allerzuiverste olie te gebruiken? De Lubavitcher Rebbe geeft deze uitleg: De Torah, Gods Onderwijzing, wordt vergeleken met water, wijn en olie. Deze drie beelden duiden op drie vermogens van het Goddelijke Woord. Wanneer we spreken over Gods Woord als ‘water’ heeft dat betrekking op dat aspect dat dient om de Woord-student te verfrissen. De ‘wijn’ doelt op die gedeeltes die vreugde geven aan degene die studeert. Het typische van de ‘olie’ is dat deze helemaal doordringt in het lichaam van degene die studeert. Wanneer we de diepten van Gods Onderwijzing bestuderen met als doel de intellectuele rijkdommen ervan te ontdekken, kunnen wij ervaren dat Gods Woord verfrissing en vreugde brengt als water en wijn. Daarentegen, wanneer we Zijn Woord bestuderen om de Goddelijkheid ervan, zal Gods Woord door ons hele wezen heen druppelen totdat we er ‘één’ mee worden, onafscheidelijk ervan, zoals olie. Een student die Gods Onderwijs bestudeert enkel en alleen om de intellectuele rijkdommen ervan te onthullen, zet vooral zijn eigenwaarde voorop door zijn intellectuele bekwaamheid. Het is als de wijn en het water: hij dringt niet geheel door tot de kern.
Maar geheel anders dan op het niveau van het intellect is het als we Torah gaan studeren met het oog op de Goddelijkheid ervan, dan moeten we onze studie beginnen met de nederige erkenning van onze volledige onderdanigheid aan God de Vader. Vandaar ook dat het goed is om een dankzegging of gebed uit te spreken voorafgaand aan de Woordstudie. Deze manier van Woord-studie geeft ons minder kans om ons op te blazen met gevoelens van eigenwaarde. Alleen voor zover we bevrijd zijn van ieder besef van eigenwaarde, kunnen we ons volledig verenigen met Zijn Woord, zodat het kan doordruppelen in ons hele wezen. We verkrijgen dan de “olie” van de Torah, we ervaren de Goddelijkheid ervan door een wijze van studie die voorafgegaan wordt door nederigheid en onderdanigheid aan onze Schepper.
Maar toch is olie zonder meer niet voldoende. De Torah-afdeling (parasha) ‘tetsaveh’ gebiedt ons om de ‘zuiverste olie’ van de Torah tot ons te nemen. Deze ‘allerpuurste olie’ uit Zijn Woord kunnen we verkrijgen wanneer we onze studie beginnen met een gebed van overgave aan Hem. De Bijbel is namelijk geen gewoon studieboek, maar het Boek van de Ontmoeting met God Zelf. Om dat te ervaren moeten we onze hersenen (intellect) niet alleen onderwerpen (symbool daarvan is de dankzegging voor de lezingen), maar moeten we ons intellect eigenlijk even uitschakelen, op nul zetten. Dat gebeurt als we in de ‘status van het gebed zijn,’ dat is: in een toestand van volkomen zelfovergave en totale openheid voor het Goddelijke Woord. Dan is de weg vrij voor een ontmoeting met God Zelf, met Zijn Geest, bij Wie het Woord, de Levende Torah, inwoont in het hart. Langs deze weg kunnen wij de ‘zuiverste olie’ van Gods Woord in ons opnemen, die door heel ons wezen heen druppelt.