Korach was een lid van de stam Levi en een neef van Mozes en Aäron. Korach was jaloers op de leiderschapsposities van Mozes en Aäron. Daarom verzamelde hij 250 man, de meeste uit de naburige stam van Ruben. Tezamen rebelleerden zij tegen Mozes en Aäron. Korach claimde: ‘De gehele gemeenschap is heilig en God is bij hen allen. Waarom verhef jij je dan boven de gemeente van de Here?’ Mozes waarschuwde Korach dat zijn opstand niet tegen hem of tegen Aäron was gericht maar tegen God zelf. Toen Korach geen schuld beleed en bleef zoals hij was, zei Mozes dat iedereen zich van hem en zijn groep moest afzonderen. De Bijbel vertelt ons wat er daarna gebeurde: ‘En de aarde opende haar mond en verzwolg hen en hun hele huishouden.’ Korach en de leiders van de woestijnrevolutie verdwenen in de grond. De anderen die aan de kant van Korach stonden werden met vuur, afkomstig van God, vernietigd. Alleen de kinderen van Korach stierven niet, omdat zij nog op het allerlaatste moment tot inkeer waren gekomen. Volgens de Joodse overlevering was Korach destijds één van de rijkste mensen die er leefde. Maar hij gebruikte zijn rijkdom om invloed te winnen ten koste van Mozes en Aaron. Korach vergat dat hetgeen hij bezat, van God was.
Er is in de Joodse traditie een verhaal over een schatrijke man in het Middeleeuwse Roomse Italië. Hij was rijk, maar ook zeer godvrezend. Hij dankte God steeds voor alles wat hij had en deelde ook zijn rijkdom met anderen. Op een dag was hij in het ghetto waar hij leefde onderweg naar huis nadat hij het ochtendgebed in de synagoge had gezegd en hij overdacht de woorden die hij daar had uitgesproken: ‘Rijkdom en eer zijn van U.’ Hij vroeg zich af: ‘Zou de rijkdom die ik bezit altijd in Gods handen zijn? Zou God echt alles van mij af kunnen nemen? Zelfs als Hij de fabrieken in de stad zou vernietigen, dan heb ik nog fabrieken in andere steden. Als Hij alle zaken op het land zou verwoesten, dan nog heb ik schepen op de oceanen!’ De man was zo in gedachten dat hij per ongeluk buiten het ghetto in een verboden volkswijk terechtkwam, waar Joden niet mochten komen, op straffe des doods. Hij werd onmiddellijk gearresteerd. Terwijl hij smeekte om zijn leven vertelden de overvallers hem dat ze hem zouden sparen als hij een document zou ondertekenen waarin hij heel zijn vermogen overdroeg aan de kerk. Dit deed hij en daarom werd hij vrijgelaten. Toen hij op de terugweg was naar huis, dankte hij de HERE God voor het feit dat hij nog leefde. ‘Nu zie ik dat God alle bezit in één ogenblik kan wegnemen,’ dacht hij, ‘maar is het ook mogelijk dat God alles net zo snel weer terug kan geven als Hij het afgenomen heeft,’ vroeg hij zich af, arm en berooid als hij nu was. ‘Zelfs als ik heel succesvol zal zijn, dan duurt het toch nog jaren voordat ik mijn zaken weer zo goed op orde heb als voorheen.’ Opeens hoorde hij een geweldig lawaai. Toen hij zich omdraaide zag hij dat het gebouw waarin hij net nog het document had ondertekend, door bliksem werd getroffen. Het gehele gebouw brandde af, met het ondertekende document. In één oogwenk was hij weer net zo rijk als voorheen. ‘Inderdaad,’ zei hij, ‘rijkdom is werkelijk in de handen van God, te allen tijde!’
Overgenomen uit Web Page: www.torahfax.net