Bêré’shíth (Genesis), Shêmóth (Exodus), Wajiqrá (Leviticus), Bamidbar (Numeri) en Debhárím (Deuteronomium) zijn de zogenaamde Boeken van Mozes.
Deze Vijf, die tezamen de Torah, ‘Gods Onderwijzing’ vormen, dienen als de ‘Bijsluiter bij Zijn Schepping’ en zijn ook te koppelen aan de Bijbelse vastgestelde tijden, de Moadiem, die we in de volksmond de Bijbelse feesten noemen:
1. Bêréshíth is gekoppeld aan de Dag van de Bazuin, Rosh Hashánáh (Hoofd van het jaar),
2. Shêmóth is gekoppeld zowel aan Pesach (Pasen) als aan Shábhú’oth (Wekenfeest/Pinksteren),
3. Wajiqrá’ aan Jom Kipur (Grote Verzoendag),
4. Bamidbar aan Sukóth (Loofhutten) en
5. Dêbhárím aan Púrím en Chánúkáh.
Het Bijbelboek Bêré’shíth, dat genoemd wordt naar het eerste Bijbelwoord (begin, beginsel, eersteling) is letterlijk het ‘Begin-Boek’. Hier gaat het over het begin van Gods scheppingswerk (Gen. 1, 2); over het begin van Zijn geschiedenis met Adam, Noach en met de ‘70 volken’ (Gen. 1-11) en vooral over het begin van Gods wereldhistorische werk met het volk Israël.
Dit laatste neemt bijna 40 hoofdstukken in beslag: eerst over over de roeping van Abraham, vervolgens de zeer wonderlijke geboorte van Isaäk en de verdere geschiedenissen van de aartsvaders; en dan vanaf Gen. 29 gaat het over de geboorte en de geschiedenis van de twaalf zonen van Jacob, de twaalf stamvaders van Israël. Maar liefst zeven lange hoofstukken gaan alleen over de geschiedenis van Jozef.
Met recht is dit eerste Bijbelboek, Bêré’shít, het ‘Begin-Boek’ of het ‘Boek van Rosh’ (= hoofd, begin) en Ré’shíth (= beginsel, eersteling).
Als zodanig sluit dit Boek goed aan op de Bijbelse Rosh-feesten, die gevierd worden op de ‘rosh’ (het hoofd = de eerste dag) van elke maand: het Rosh Chodeshfeest (Chodesh = maand). De ‘rosh’, de eerste dag van de eerste maand Abhíbh (deze maand wordt ook wel Nisan genoemd volgens de latere Babylonische telling) is in principe het Bijbelse Nieuwjaarsfeest. Maar zoals de week herdacht wordt op de zevende dag (Shabat), zo wordt ook het jaar pas gevierd in de ‘shabatsmaand’, op de ‘rosh’ van de Zevende maand: het is dan Shofardag, Rosh Hashánáh (shánáh = jaar).