Zoals een kind na de geboorte niet terug kan in de moederschoot, kan de moderne mens, nadat zijn ‘ik’ gewekt is door de Stem, niet meer terug in de naïviteit of primitiviteit: geen retour tot moeder-natuur, moeder-stamgeest of Moeder-Al. Ook de moderne kunstmoeders bieden ons geen beschermend bladerdak, want overal nog klinkt de nagalm van de Stem: ‘Adam, waar zijt gij? (Gen. 3:9).’
Niettemin beheerst het aanbod van deze kunstmoeders bijna onze gehele moderne samenleving: de erotische moeder (de verhevigde drang tot buitenechtelijk seksueel verkeer is te zien als een symptoom van het vertwijfeld zoeken naar een moeder-schoot); de religieuze moeder (de toenemende interesse voor religies die de grens vervagen tussen “ik” en “Gij” is even symptomatisch); de toeristische moeder (het rondreizen of ronddolen in steeds wijdere kringen typeert de moderne doelloosheid); de speelse moeder (de ongekend fanatieke spelcultuur biedt een andere vorm van wég-wezen); de beeld-moeder (de moderne film- en plaatjes-cultuur is te bekijken als een vlucht in het bladerdak, als een vorm van verkinderlijking) en tenslotte de bedwelmende, allesverdovende drug-moeder, die een totale vlucht betekent voor het antwoord, voor de verantwoordelijkheid.
Hieraan kan nog toegevoegd de gitaren-moeder, in de lijn van A. Finkielkraut’s* analyse van de postmoderne mentaliteit: ‘Popmuziek doet de taal teniet: (..) de gitaren heffen het geheugen op; de samensmeltende warmte vervangt het gesprek, dat afzonderlijke wezens in een relatie tot elkaar plaatst; extatisch gaat het “ik” op in de Jongere (‘De ondergang van het denken,’ pag. 123, 124).’
Behalve als ‘wanhoopstocht’ terug naar de moederschoot, kan het leven in Babel beschreven als een vertwijfelde poging om het Grote Gat te dichten: met hard werken of vertier met geld of goederen; met nieuwe relaties of nieuwe religieuze ervaringen trachten we de leegte van Israëls God te vullen, het schrijnende gemis van de Gans Andere te verdrijven, te verdringen. Maar iedere vulling versterkt juist het gevoel van leegte, van deze gans andere leegte: “Ons hart is onrustig tot het rust vindt in U” (Augustinus, “Confessiones 1.1).
* Alain Finkielkraut is een Frans Joodse filosoof van Poolse origine met meerdere boeken op zijn naam.