Met Rosh Ha’Shanah, ראש השנה hoofd van het jaar, bedoelt men ‘nieuwjaar’ maar feitelijk begint het Bijbelse nieuwjaar in de eerste maand, de maand Aviv, אביב rond april, waarin ook het PesachFeest פסח valt, niet in de zevende maand, rond september. In Shmot שמות/Exodus 12:1 zegt Adonai – en dan gaat het over de maand van de Uittocht: ‘Deze maand zal u het begin der maanden zijn; zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn.’ De term Rosh Ha’Shanah ראש השנה als zodanig komt niet voor in de Bijbel. De eerste dag van de zevende maand heet in plaats daarvan Jom Teruah, יום תרועה Dag van Bazuingeschal.
De Parashoth, Bijbelgedeelten die het jaar rond wereldwijd in de synagogen worden gelezen, eindigen hun cyclus in de zevende maand aan het eind van het zevende feest, het LoofhuttenFeest.
Het is niet zo dat wanneer men het laatste zinnetje van Devariem דברים /Deuteronomium heeft gelezen, men het Boek dichtslaat en de week daarop pas met Bereshiet/Genesis begint. O nee, na het uitspreken van het laatste woord: YIsraël, begint men in een adem door te lezen in Bereshiet. Bijzonder is dat de laatste letter van de Thora, de Lamed ל (Lamed), samen met de B ב (Bereshiet) een Hebreeuws woord vormt: לב Leb(h), hart. De letter Beth kan hard en zacht uitgesproken worden (als een b en als een bh=v) en het is niet ondenkbaar dat woorden als liefde (love) en bijvoorbeeld leven (life) samenhangen met dit Hebreeuwse kernwoord Lebh, לב hart. Misschien kunnen we nog een diepere betekenis hierin vinden dat het geen toeval is, maar dat het ons ‘toevalt’ dat de Onderwijzing eindigt met een L, ל de letter van oproep tot beweging* en begint met een Beth, ב de letter die betekent: huis.
De Bijbel, Bereshiet/Genesis 1:1 begint met de letter Beth omdat Gods Woord Zijn Huis is waarin Hij Aanwezig is. Hij woont, als een Levend Woord in de Bijbel.
Dat zowel de Vijf Boeken van Mozes als ook de Tenach תנ”ך (OT) ‘toevalligerwijze’ eindigen met de letter Lamed, de letter van oproep tot beweging en actie, kan betekenen dat we Gods Woord niet alleen moeten lezen, maar ook dat we aangespoord worden om te ‘doen’ en vooral de diepzinnige en bemoedigende Woorden van Adonai naar ‘binnen’ laten gaan, ons hart, Lamed-Beth, lebh לב in. ‘Mijn zoon,’ zegt Adonai in Mishlei משלי /Spreuken 23:26: תנה בני לבך לי ‘geef mij uw hart!’
*zie ook het artikel over ‘getal 30 en 40’.