Ter gelegenheid van de 40e uitgave van TijdStip (okt. 2019) bespraken we wat uitvoeriger de letter מ Mem; het getal veertig.
De Mem מ is de vierde in de nieuwe letterrij* en als zodanig correspondeert hij met de Daleth (deur, getal vier). In de vorm is een Kaph כ te zien met daarvoor een Waw; ו hoewel, aan het slot van een woord is hij volledig vierkant, ם een echte omtrekletter. Mem is het getal veertig en de naam betekent ‘water’, ‘waterstroom’ of ‘tijdsstroom’.
*Er zijn 3 letterrijen in het Hebreeuws: van de eerste letter, de Aleph tot de letter Jod א-י ; van de Jod tot de Qoph י-ק en van de Qoph tot en met de laatste letter, de Taw. ק-ת (Zie ook het cursusboek ‘Hebreeuws in Zes Dagen’ van Studiehuis Reshiet.)
Ook al is de ‘mens’ op weg gegaan en is ‘Egypte’ achter ons, dan nog moeten we niet denken dat meteen het Beloofde Land er is. Dat kan tijden duren: ‘een tijd en tijden en een halve tijd’! Israël moest veertig jaar wachten in de woestijn.
Wachten op Gods Beloften is in feite één van de allergrootste menselijke uitdagingen. Wachten is moeilijker dan doen. Al heel gauw worden we net als Israël moe, ongeduldig, opstandig en verlangen we terug naar de ‘vleespotten’ van Egypte. Wie het wil volhouden jaar in jaar uit, wie de hoop en de moed niet wil verliezen, kan het best de tijd ‘besnijden’: de wachttijd ordenen, structureren, waarbij kleine stukjes tijd per dag, per week, per jaar worden los ‘gesneden’, apart gezet, geheiligd. Heiligen (Qadash קדש) wil zeggen: met de Heilige verbinden door lofzangen en gebeden, door lezingen en maaltijden, waarin de herinnering aan de Beloften wordt levend gehouden. Wie de tijd niet ordent, wie geen vaste tijden (ge-tijden)* in acht neemt, wie de sabbatstijden verwaarloost, wordt doelloos op den duur, gaat ronddwalen in de wildernis en wil uiteindelijk terug naar Egypte.
De wachttijd in de woestijn is vooral ook luister-tijd. Woestijn is in het Hebreeuws (מדנר midbar) met een Mem voorop. Zet men daar andere klinkers tussen, dan staat er (mêdábér, van het werkwoord spreken, dábhar) דנר en dat betekent: Hij Die spreekt. De woestijntijd is Gods spreektijd bij uitstek. Midden in de ‘midbar’, in deze onherbergzame leegte daalde de Stem neer op de Sinaï: hier in deze lege wildernis kreeg het volk een unieke Godservaring (de berg beefde, vuur en vlam rondom en oorverdovend klonk Zijn Stem), hier kregen zij de bevestiging van hun unieke roeping, hier kregen zij de unieke leefregels voor het leven in het Beloofde Land in een voortdurende verbondenheid met hun God (Ps. 147:19,20).
* Meer informatie over de betekenis van de structurering van de tijd (getijden, maaltijden) geeft ‘Lechajim, op zoek naar een nieuwe levensstijl’, Kampen 1994, verkrijgbaar via het Studiehuis Reshiet.