Uittrekken is een typische Bijbelse opdracht. De geschiedenis van het volk Israël kenmerkt zich door tenminste drie verschillende uittochten. Behalve de oproep aan Abram om uit zijn geboortestreek te trekken naar het land der belofte, kennen we ook de uittocht uit het slavenhuis Egypte en de oproep van Kores aan de ballingen van Juda om vanuit Babylon terug te keren naar het land Israël.
Er is vandaag de dag een vierde oproep: van God Zelf aan de Joden, verspreid over heel de wereld, om weg te trekken uit hun Galuthlanden (galuth betekent ballingschap) en na 2000 jaar verstrooiing terug te keren naar het kleine, maar veelbelovende staatje Israël. Hosea profeteerde dit al in 6:12: ‘Hij zal ons na twee dagen levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.’ God zet Zijn banier op en sist Zijn volk naar Zich toe (Jesaja 5:26).