Op 15 augustus 2020 werd er een zogenaamd Abrahamitisch verbond gesloten. Een bijzondere overeenkomst tussen Joden (Israël) en Arabieren (Bahrein en de VAE) met de bemiddeling van het Christelijke Amerika. We hopen dat het de aanzet mag zijn voor nog veel meer verbroedering tussen de volkeren om Israël heen, met elkaar en met Israël en via Israël met heel de wereld. Israël, onder leiding van de Messias, als de naaf in het wiel waaraan de wereldvolken mogen aanhaken als spaken in een wiel. Het begon allemaal bij Abraham אברהם, vader van vele volkeren.
Gods verbond met Abraham, dat voortgezet is in het verbond met Isaäk en Jacob is uniek en betreft alleen de kinderen Israëls én allen die in deze volksgemeenschap zijn opgenomen. Behoort het Nederlandse volk dus niet automatisch tot het verbond dat God sloot met Abraham en zijn nageslacht in de lijn van Isaäk en Jacob of toch ten dele wel?
Een apart verbond met elk volk
Abrahams God kan zich zeker wel verbinden aan het volk van Nederland en aan elk ander volk. Zoals Hij met ieder mens een eigen unieke relatie kan aangaan, kan Hij dat doen met ieder volk.
De gemeente voorhoede van het volk
De voortrekkers in het aangaan van deze relatie met Abrahams God zijn de gelovigen uit de volken. Dat zijn zij die als eersten (eerstelingen) door de prediking van het Evangelie, door schuldbelijdenis en bekering, door het aanvaarden van de vergevende liefde Gods die historische gestalte kreeg in het Lam Gods, Jehoshua, toegetreden zijn tot de verbondsgemeenschap met Abrahams God, Israëls God. Samen met hun gezinnen vormen deze gelovigen een voorhoede in het volk, een qáhal of ekklesia (uitverkoren gemeenschap).
De ekklesia heeft geen doel in zichzelf
Deze voorhoedes hebben geen doel in zichzelf, maar zijn gericht op het toetreden van heel het volk tot de verbondsgemeenschap met Abrahams God. Want het gaat God niet alleen om individuen die toetreden tot de gemeente, maar vooral om gezinnen en families die zich heiligen, die zich met Hem verbinden in een vaste relatie en die daaraan ook uitdrukking geven in een Bijbelse levensstijl. In de bekende zin uit Genesis 12: 3 (zie beneden) is letterlijk sprake van families (mishpachoth, veelal uitgesproken als mishpochoth). Het gaat Israëls God om de heiliging van heel het volksleven, cultureel, staatkundig, economisch, waarbij de gezinnen, de families de startplaatsen zijn. De heiliging van Nederland begint aan de huistafel, bij de dankzegging over het dagelijks brood en over de wijn in het weekend. Vandaar wil de heiliging zich voortzetten via lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers tot aan de ‘man in het Torentje.’
* Uit de bekende gelijkenis in Mattheus 25 blijkt dat ook het eindoordeel over de mensheid niet alleen gaat over individuen, maar over volken: ‘En de volken zullen voor Hem vergaderd worden.’ Zij worden beoordeeld op hun houding tegenover de zwaksten onder hen. Het zwakste, meest kwetsbare en meest verdrukte volk is het Joodse volk, Zíjn volk: ‘Voor zover gij dat één van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij dat Mij gedaan.’ En volgens Openbaringen 21:3 zal God in de toekomst wonen bij de mensen, maar wel in volksverband: ‘En zij zullen Zijn volken zijn.’
Nederland afvallig Bijbelland
Al meer dan 400 jaar geleden is Nederland een verbondsrelatie aangegaan met Abrahams God. Onze eerste ‘Oranjevorst,’ prins Willem van Oranje, de Grote Voorganger in onze nationale bevrijding, heeft op een cruciaal moment toen hij en ons volk bijna wanhopig waren, uitgeroepen: ‘Ik heb met de Potentaat der potentaten – met God Die alle andere machthebbers overstijgt, met Abrahams God – een vast verbond gemaakt’! En ons volk werd als eerste in de wereldgeschiedenis buiten Israël een Bijbelland, De Staten-Generaal gaf in 1637 de opdracht tot de vertaling van de Bijbel uit de Hebreeuwse en de Griekse grondtaal: de onvolprezen Statenbijbel. Niet alleen bij de opening van de vergaderingen van het toenmalige parlement en van alle andere bestuursvergaderingen in stad en ommeland, maar ook aan de huistafels in de gezinnen in heel Nederland werd uit deze Bijbel voorgelezen en werden de Hebreeuwse Psalmen gezongen: ‘nooit in de historie was de huiselijke sfeer zozeer verinnigd en geheiligd; nooit eerder werd het Woord van God zo priesterlijk door de huisvader bediend en nooit eerder hebben de (Hebreeuwse) Psalmen zo sacraal binnen de muren van iedere woning geklonken en hun echo’s gehad tot in de diepste schuilhoeken van ieders hart, als juist toen (dr. O. Noordmans, Liturgie, pag. 121).
Daarom is er reden om bezorgd te zijn over de toekomst van Nederland, een land dat in feite een verbondsbreuk heeft gepleegd, afvallig is geworden van Abrahams God. Zelfs de kerken, de voorhoedes zijn afvallig en keren zich af van Abrahams God én van Zijn volk – en die twee zijn één, in een onverbrekelijk verbond. Israëls God is niet los verkrijgbaar, niet los van Zijn volk, dat na eeuwenlange verdrukking en omzwerving weer thuis is in het hun Beloofde Land. Er is alleen toekomst voor onze gezinnen, voor ons volk als onze vaders en moeders en onze bestuurders van hoog tot laag de relatie met Israëls God herstellen én met Zijn volk.
Met, door en in Abraham
De bekende Hebreeuwse zin uit Genesis 12:3 – ‘niphrêkhú bêkhá kol mishpachóth ha’adámáh’ wordt meestal eenzijdig, éénlijnig vertaald, op ‘Griekse’ wijze, maar is een typisch voorbeeld van het Hebreeuwse, meervoudige, meerlijnige denken. De zin heeft minstens drie betekenissen, met U, door U én in U:
Naast de Judese lopen vanuit Abraham nog vier geslachtslijnen:
De kleurrijke randbewoners
Behalve deze talloze lichamelijke en geestelijke nazaten kreeg Abraham ook nog een laat nageslacht door het huwelijk met Ketura, de ‘kleurrijke’ (Genesis 25:1-6). Volgens de legende zouden haar zes zonen de stamvaders zijn geworden van de kleurrijke volken die als een ring de overige volken omsluiten, de geel getinte Aziaten, de donkere Afrikanen en de roodachtigen (‘roodhuiden’) in Noord- en Zuid-Amerika. Eén van de zonen heet ‘Epher, waarin men de naam ‘Afrika’ kan herkennen.
Abh- raham, Vader van een menigte
Abraham is wat zijn naam zegt, een vader van een menigte, een veelheid van families, van een tal-loos nageslacht. Ontelbaar inmiddels zoals de sterren aan de hemel. Maar, hoe talrijk en hoe vertakt het geslacht van Abraham ook is, Gods verbond met hem in de lijn van Izaak en Jakob is uniek: het betreft uitsluitend het Joodse volk dat niet verdronken is in de volkerenzee, maar als een wonder de eeuwenlange verstrooiing en verdrukking heeft overleefd en de unieke functie heeft behouden om een licht voor de volkeren te zijn, de naaf waaraan de volkeren zich kunnen aanhechten.
* De Hebreeuwse niphal-werkwoordsvorm valt niet geheel samen met onze lijdende vorm, maar komt heel vaak overeen met de zogenaamde ‘laat–vorm.’ Een werkwoordsvorm die zich ook weer duidelijk onderscheidt van de wederkerige hitpaël-vorm: zich zegenen, zich gelukkig wensen of prijzen.
De Statenvertaling en de NBG zijn wat dit betreft correcter dan de NBV die vlakweg vertaalt: ‘Alle volken zullen wensen te zijn als U.’