05-10-2023

Jonah יוֹנָה

Jonah is de zoon van Amithai en komt uit het dorpje Gath Hepher, ongeveer vijf kilometer ten noorden van Nazareth. Hij leeft in de tijd van Jerobeam (782-753 v. Chr.). Hij wordt buiten het boek Jonah nog een keer genoemd in de Tenach (2 Koningen 14:25) én hij is waarschijnlijk (volgens de schrijvers van de gerenommeerde Seder Olam Rabah), de jongeling die op pad wordt gestuurd door de profeet Elisha om Jehu, de zoon van Josafath, tot koning te kronen in 2 Koningen 9. In dit artikel gaan we ervan uit dat de jongeling inderdaad Jonah is geweest.

De profeet Elisa zou Jonah niet voor deze opdracht naar Jehu hebben gestuurd als hij niet het volste vertrouwen in hem had. Jonah is een Godsman. Iemand tot koning zalven gaat niet zomaar, bovendien is Jehu de enige van de vele koningen die, na Saul, David en Salomo, nog tot koning gezalfd wordt, het is dus geen kleine opdracht en de vraag is waarom Elisa eigenlijk niet zelf deze belangrijke taak uitvoert. Misschien kan hij minder hard rennen dan Jonah, die nog jonge benen heeft. Het gekke is namelijk dat Elisa, wanneer hij Jonah deze opdracht geeft, erbij zegt dat hij er meteen vandoor moet gaan zodra hij Jehu gezalfd heeft.

Blijkbaar heeft Jonah een heel grote overtuigingskracht want nadat Jehu’s mannen aan Jehu vragen wat die onzinnige(!) bij hem deed, gelooft men hem terstond wanneer hij zegt dat Jonah hem tot koning heeft gezalfd en men maakt een provisorische troon voor hem. Die onzinnige Jonah heeft dus heel wat in de melk te brokkelen bij Jehu en zijn mannen. Deze geschiedenis is te vinden in 2 Koningen 9:1-11.

Er zijn opvallende gelijkenissen te vinden met Jonah en de Messias Jehoshua. De Messias komt uit Nazareth en Jonah komt ook uit die regio. En zo ligt Jonah tijdens de storm op zee te slapen, net zoals Jehoshua bij de storm op het meer van Galilea. En natuurlijk kennen we de opvallende gelijkenis van de drie dagen in de buik van de vis, zoals Jehoshua drie dagen in het graf verbleef. Daar refereert Jehoshua nog aan, verderop meer hierover. Het meest opvallend is dat de naam Jonah יוֹנָה alle Godsnaamletters JHW יהו in zich herbergt, plus de Nun נ. Nun is een oud woord voor vis en betekent bevrijding. Dit is allemaal wel heel frappant.

Jonah יוֹנָה betekent duif. De Heilige Geest is in de Evangeliën ook beschreven als een duif (Markus 1:10; Lukas 3:22 en Johannes 1:32). Het woord komt van het werkwoord jánáh יָנָה wat vreemd genoeg geweld plegen, onderdrukken betekent. Maar goed, Jonah moet dan ook de onderdrukkers, de geweldplegers aan gaan spreken daar in Nineve.

Jonah is angstig als hij door God naar Ninevé wordt gezonden, hij moet de Assyriërs gaan vertellen dat God hun stad na veertig dagen gaat verwoesten. Doodsbang voor dit volk als hij is, ziet hij het totaal niet zitten om hen Gods woorden door te geven. Bang misschien ook om opnieuw voor malloot te worden aangezien. Toen, bij Jehu, ging hij er vandoor nádat hij zijn opdracht had volbracht. Nu gaat hij er al vandoor vóórdat hij zijn opdracht uitvoert…. Hij vlucht niet voor niets; de Assyriërs zijn een onwaarschijnlijk wreed volk waar je liever helemaal niets mee te maken hebt. Al keer op keer heeft het volk Israël met hen te maken gehad en als God niet had ingegrepen dan was het heel verkeerd met het kleine Godsvolkje afgelopen. De herinneringen aan hun wreedheden staan in het collectieve geheugen gegrift en wat zou het fijn zijn als dit volk nooit meer anderen zou kunnen verdrukken!

Jonah’s boodschap aan Nineve gaat gepaard met en wordt gesteund door plagen en een zonsverduistering in de jaren tussen 765 en 759 v. Chr. De burgers van Ninevé zijn dus al ontvankelijk voor zijn boodschap en gaan direct door de knieën.

Even een sprong naar het NT: Jehoshua noemt Jonah expliciet als het volk om een teken vraagt: ‘Dit volk zal geen teken ontvangen dan het teken van Jonah.’ Men zal pas later begrepen hebben dat dit te maken had met de drie dagen in het dodenrijk zijn en daaruit weer opstaan. Dit riep Jonah vanuit de vis in hoofdstuk 2:2: ‘Ik riep uit de diepte van het dodenrijk (she’ol שְׁאוֹל in het Hebreeuws).’ Jonah heeft iets doorgemaakt wat later in de geschiedenis alleen Jehoshua door zou maken, echter, Jonah was niet echt dood, hij had zich slechts dood gewaand. Jehoshua ging wél echt dood en pakte de sleutels van het dodenrijk weer terug door uit de doden op te staan. Baas boven baas.

Deze vergelijking van de drie dagen geeft te denken: zou Jonah door God met opzet zijn losgelaten naar Tarsis zodat hij dit overlevingswonder in de buik van de vis zou meemaken? Zodat hij tot teken kon worden voor de Messias die onze dood stierf en daaruit opstond? Dit is zo’n typische vraag waar we in dit leven waarschijnlijk geen antwoord op vinden. We kunnen het Hem vragen wanneer Hij terugkomt, alleen dan zal het waarschijnlijk helemaal niet meer belangrijk zijn in onze blijdschap!

De geschiedenis van Jonah wordt almaar gecompliceerder. God stuurt een vis, een boom en een worm om Jonah te redden en te leiden. De vis redt zijn leven; de boom redt hem van zijn slechtheid en de worm moet hem leren om alles van God te verwachten, ook zonder boom.

Na zijn boodschap aan de bewoners van Nineve gaat Jonah zitten wachten tot God de stad omkeert, echter, hij heeft hun bekering toch met eigen ogen aangezien? Is zo’n reactie dan niet heel flauw? Hij legt aan God uit dat het wel precies zou gaan zoals hij al dacht, dat God medelijden zou hebben met de bekeerlingen, dat hij daarom in eerste instantie gevlucht was. Hierbij komt de angst voor dit volk weer naar buiten. Waarschijnlijk is hij zo bang omdat hij zich (overigens zeer terecht) afvraagt hoe lang die bekering van de burgers van deze stad dan wel duurt. Wanneer zullen ze opnieuw het volk Israël gaan belagen?! Jonah vertrouwt God wel, maar hij vertrouwt de Ninevieten helemaal niet en denkt waarschijnlijk dat hun bekering van zeer korte duur zal zijn, zo kort dat hij erop gaat zitten wachten tot God hen alsnog oordeelt.

Stel nu dat Jonah in de tijd van de Tweede Wereldoorlog leefde en God zou hem naar Berlijn gestuurd hebben om aan de nazi’s te zeggen dat ze zich moesten bekeren. Als we ons zoiets voorstellen dan geeft dat ons meer perspectief omdat die afschuwelijke tijd voor velen van ons nog in het geheugen gegrift staat. We kunnen ons dan misschien de angst en boze bui van Jonah beter voorstellen…

Jonah bouwt een sukah om in de schaduw ervan te gaan zitten. Dan geeft God een wonderboom, een qiqajon קִיקָיוֹן, welke zeer waarschijnlijk de castorplant is geweest, de Ricinus Communis, waaruit castorolie* wordt gewonnen, de ons welbekende wonderolie. Deze castorplant staat bekend om zijn onwaarschijnlijk snelle groei. De olie uit de bonen van de overigens zeer giftige plant, is ontzettend heilzaam voor het menselijk lichaam, zowel inwendig als uitwendig.

Er staat hier dan ook iets heel opvallends in 4:6: God geeft de qiqajon om Jonah te redden van zijn slechtheid, zijn kwaad, ra רָע. Welke slechtheid, welk kwaad is er dan in Jonah zodat hij gereinigd moet worden? Is hij ziekelijk? We weten het niet, wel dat hij erg bozig is en zelfs twee keer zegt dat hij liever dood is… Dat zijn wel heel heftige woorden. God heeft deze castorplant op doen groeien om een andere reden dan schaduw alleen. Jonah heeft immers al schaduw van zijn sukaatje? Zou Jonah geleden hebben aan een kwaal die hem zo chagrijnig maakte? We weten het niet… De worm die God stuurt om de boom te doen verdorren is de bijzondere worm die alles met de Messias te maken lijkt te hebben. Het is de tola’ath תוֹלַעַת de worm die de karmozijnrode kleur afgeeft. Dezelfde worm die koning David benoemt in zijn Messiaanse Psalm 22:7: ‘Ik ben en worm en geen man.’ Deze worm is klein, rond en rood als een bloeddruppel. Dat rood geeft de worm af aan de larven, die in het leven van de worm maar één keer geboren worden en dit gebeurt altijd tegen het hout van een eikenboom. Daarna valt de worm uit elkaar in sneeuwwit poeder. Dit lijkt op wat onze Messias deed aan het kruishout: Hij gaf Zijn bloed af aan Zijn kinderen en maakte hun zonden wit als sneeuw (Jesaja 1:18).

Jonah is blijkbaar nooit meer terug naar huis gegaan; zijn graftombe is nog te vinden tussen de ruïnes van de enorme stad Nineve, bij het tegenwoordige Mosul in Noord-Irak.

Nog 150 jaar zou het oordeel worden uitgesteld totdat Ninevé alsnog tot puinhopen wordt gereduceerd in het jaar 612. Op last van de Duif, de Heilige Geest wordt geweld gepleegd aan de onderdrukkers… Dit wordt voorzegd door de profeet Nachum.

Het boek Jonah wordt speciaal met Jom Kipur behandeld in de synagogen omdat God zoveel genade toonde met de bewoners van Nineve zodra ze gingen vasten, ook met Jom Kipur vast men om deze genade Gods.

*Er is in de ruïnes van Nineve op een kleitablet een stokoud wonderolierecept gevonden, in wat het paleis van koning Ashurbanipal is geweest. De tekst dateert uit de zevende eeuw van voor onze jaartelling. Er staat: Summa AG UD tazek ina sikari isatti i-ar-ru-ma ina-es. Vrij vertaald: Wanneer Castorolie, gij zult fijnmaken in bier, hij zal drinken en gepurgeerd worden en herstellen. Nou, proost dan maar: lechaijim!