05-10-2023

Rosh haAyin

Het stadje Rosh haAyin ראש העין (letterlijk vertaald: hoofd/begin van de bron), ligt in het centrum van Israël, ca. 18 km ten noorden van ons dorpje Na’ale. De naam verwijst naar het ontspringen aldaar van de Yarkonrivier. Het stadje werd in 1949 gesticht door met name Jemenitische Joden. De meesten van hen werden in dat jaar met de operatie Vliegend Tapijt naar Israël gebracht. Het oude logo van Rosh haAyin kreeg van hen de Bijbelse woorden uit Shmot/Exodus 19:4 mee: ‘Ik heb jullie op adelaarsvleugels gedragen.’

Iets ten westen van het stadje liggen de overblijfselen van het oude fort van de stad Antipatris, welke Herodus in de eerste eeuw liet bouwen ter ere van zijn vader; Antipater ll van Judea. Deze archeologische plek noemt men Tel Afhek. Josephus Flavius, de Joods Romeinse geschiedschrijver, schrijft over de toren van Aphek, die niet ver verwijderd stond van het stadje en welke later door de Romeinen is verwoest. Antipatris lag zeer strategisch aan de route tussen Caesarea (havenplaats) en Jeruzalem. Het Boek Handelingen laat ons weten dat Shaoel/Paulus, nadat er een moordaanslag op hem was beraamd, midden in de nacht naar Antipatris werd vervoerd en vandaar de volgende ochtend naar Caesarea werd gebracht om aldaar berecht te worden (Hand. 23:31). In 363 is het stadje grotendeels verwoest door een aardbeving. Onlangs zijn er in de directe omgeving van Rosh haAyin verschillende boerderijen opgegraven die nog dateren van na 720 v. Chr. Het gebied stond toen al onder het beheer van het Assyrische rijk. In 2017 werd ook een goed bewaard waterreservoir ontdekt uit diezelfde periode, wat bevestigt dat het gebied na de verovering niet tot woestenij verviel. Wie weet wat er nog meer boven de grond komt bij toekomstige opgravingen. Er wordt immers nog steeds volop gebouwd in Israël!

Er is nog meer historie in het gebied rondom Rosh haAyin. In de tijden van de Rechters, de Shoftiem, vond in die omgeving onder andere de dramatische strijd plaats tussen de Israëlieten en de Filistijnen, waarbij de Ark van het Verbond werd buitgemaakt door de Filistijnen. In 1 Samuel 5:1 wordt die plaats Ebhen ha’Ezer genoemd.

De Ark verbleef zeven maanden bij de Filistijnen en bracht hen enkel onheil. Sommige deskundigen beweren dat Aphek, Antipatris en Ebhen Ha’Ezer naar alle waarschijnlijkheid één en dezelfde plaats is, of dat ze in ieder geval zeer dicht tegen elkaar aanlagen. Ebhen אבן betekent rots en ezer עזר  betekent hulp: rots van mijn hulp.

Het oude Antipatris is vandaag de dag Rosh haAyin.

Een Ayin ע

Een waterbron, zoals die ook in Rosh haAyin te vinden is, heet in het Hebreeuws een ayin עין maar het woord betekent ook oog. Vanuit de lucht met wat fantasie bezien, lijken kleine meertjes wel een beetje op de ogen. Ook onze ogen hebben water/vocht nodig om goed te kunnen functioneren. Uit onze ogen komen soms ook fonteintjes van water ☹. Ayin is de zestiende letter van het Hebreeuwse Aleph-Beth en is het getal 70. Net zoals de Aleph, de eerste letter van het Aleph-Beth, is de letter Ayin nagenoeg klankloos, slechts een klein kreuntje, dat praktisch wegvalt in de bijbehorende klinker. Er is dan ook bijna geen verschil te horen tussen een woord dat met een Aleph of een Ayin begint:עור  or: huid en אור  or: licht.* De Ajin wordt vanuit het middenrif uitgesproken en de Aleph meer vanuit de keel.

Ayin staat voor het oog van de ziener, de Bijbelse profeten, die over de grenzen van het land Kanaän heen kijken naar de ’70 volken.’ Het Beloofde Land is immers zo wijd als héél de wereld: alle volken mogen delen in de bevrijding, de jeshuah van Israel (Jes. 49:6) en in het verbond (briet) met Abraham (Bereshiet/Gen. 12:3; Psalm 87). Van menig Bijbelse ziener/profeet begint de naam met een Ayin ע of  hij heeft deze in zijn naam verpakt gekregen:

Amos                           עמוס

Obhadjah (Obadja)       עבדיה

Ezra                             עזרא

Jehoshua (Jozua)          יהושע

Hoshua (Hosea)            הושע

Jishajahu (Jesaja)          ישעיהו

Jezus van Nazareth heet net zoals Jozua ook Jehoshua יהושע  en die Naam draagt ook deze zienerletter in zich mee. ‘Verkondig de bevrijding aan alle volken’ zei Hij! Israël en Kanaän hebben geen doel in zichzelf: ze zijn uitverkoren met het ‘oog’ op de ’70 volken’ en hun landen.** God wil dat heel de aarde tot rust komt en dat allen mogen zitten onder eigen wijnstok en vijgenboom (Micha 4:4). Zoals de 12 waterbronnen (Ayin) in Elim dienden om de 70 palmbomen in leven te houden (Ex. 15:27), zo zijn de 12 stammen van Israel er ten dienste van de volken.

*Inhoudelijk kunnen we de twee woorden  or/אור met een Aleph en or/עור met een Ayin best aan elkaar koppelen want onze huid kan als het ware oplichten en stralen. Denk aan Moshe toen hij van de berg afkwam nadat hij de ontmoeting had met Adonai: zijn gelaat straalde en men verzocht hem zijn hoofd te bedekken vanwege de lichtstraling die van zijn huid afkwam. Letterlijk staat er dat hij karnei or קרני אור  had, zuilen van licht en niet zoals dikwijls vertalingen weergeven: horens van licht…

** zeventig is een getal van volheid wat ook weer een éénheid vormt: Jakob trok met 70 zielen naar Egypte, een grote groep, maar toch één Godsvolkje; de 70 palmbomen vormden samen één oase.

אבן העזר Ebhen Ha’Ezer

Tegen het eind van de tijd der Richters, na de dood van Simson, drongen Filistijnen steeds vaker het land van Israël binnen. Simson was een afstammeling van Dan en de Danieten waren bang voor de wraak van de Filistijnen nadat Simson nog vele Filistijnen samen met hem de dood had ingestuurd. Bijna de gehele stam verhuisde naar het Noorden van het rijk. Vandaar dat we later ook dikwijls lezen: van Beershebha tot Dan: van het zuiden tot en met het noorden. In Tel Dan, vandaag de dag een archeologische vindplaats, werd door de eerste koning van Israël, Jerobham/Jerobeam een gouden kalf opgericht, net zoals in Bethel. De Filistijnen namen na hun vertrek van de stam Dan hun gebied over en rukten steeds verder op richting Shilo, wat destijds de centrale ontmoetingsplaats van Israël was en waar de Ark van het Verbond stond.

Wij wonen in Na’aleh in het ‘Drielandenpunt’ tussen Dan, Efraim en Benjamin: op de lijn tussen Jabes en Joppe.

Zeer waarschijnlijk kwamen de Filistijnen van overzee. Ze waren een zeevarend volk. Volgens Bijbelse inzichten kwamen zij voornamelijk uit Kaftor/Cyprus en landden zij op de zuidelijke kust van Kanaän, waar zij zich vestigden in het gebied wat we vandaag de dag de Gazastrook noemen. Er zijn ook archeologen die menen dat zij nakomelingen zijn van Myceense strijders, die na de val van Troje op drift raakten en zo op de kusten van Kanaän landden. Zij bouwden 5 onafhankelijke stadstaten die onderling sterk met elkaar verbonden waren: Ekron, Gaza, Ashdod, Ashqelon en Gath. Goliath zou uit Gath komen. Peleshet, Filistea wordt genoemd in Ex. 15: 14 . Het woord Pelisti komen we ook tegen in Bereshiet/Genesis 10:14.                                                                                                                     Nadat de Ark weer terug in het land was, hield de strijd tussen Israël en de Filistijnen niet op en de Israëlieten schakelden de hulp in van de profeet Shmuel. Shmuel offerde een lam voor Adonai en bad om hulp/ezer. Terwijl hij offerde vielen de Filistijnen aan en, zo staat er, ‘donderde Adonai met een luide Stem’  tegen de Filistijnen (וירעם י-הוה בקול גדול) waardoor zij verschrikt op de vlucht sloegen. Daarna richtte Shmuel een steen op en noemde deze Ebhen ha’Ezer, Rots van Hulp want, zei hij: ‘tot hiertoe heeft Adonai ons geholpen.’