Door Wim Vlak
Het boek Nehemia dateert van het einde van de 5e eeuw voor Christus. Het boek is voor een groot deel in de ik-vorm geschreven. Kunnen we sommige teksten voor Israël en de kinderen Israëls (mooier dan het woord Israëlieten) ook op onszelf toepassen en plaatsen in deze tijd waarin we leven en proberen te overleven?
Nehemia 1:10: ‘Zij (en wij), zijn toch dienaren en Uw volk (Uw eigendom), dat U verlost hebt (als vrijgekochten) door Uw grote kracht en door Uw sterke hand (met Yeshua).’
Heel de wereld is in nood omdat velen denken God niet nodig te hebben. Terwijl Paulus ons in Galaten 5 leert om te wandelen door de Geest en te worden geleid door de Geest om te leven door de Geest… Maar het is de tegenstander, met zijn boze en verderfelijke geest, die de mensen beïnvloedt tégen Gods Geest. Daarom is de opdracht voor Gods kinderen om met Nehemia mee te bidden: ‘Och, Heere, Adonai, laat Uw oor toch opmerkzaam zijn op het gebed van Uw dienaar en op het gebed van Uw dienaren, die er vreugde in vinden Uw Naam te vrezen, te eerbiedigen (Nehemia 1:11).’
Toen gaf koning Arthahsasta het goede aan Nehemia: ‘Omdat de goede hand van God over mij was (Nehemia 2:8b).’ Toen Sanballat en Tobia dat hoorden was het volstrekt kwalijk (grote woede, rā â gedōlâ, רַעַה גְדוֹלָה) in hun ogen dat er iemand gekomen was om het goede te zoeken voor de kinderen (zonen) van Israël (libhné Israël לִבְנֵי יִשרָאֶל).
Heden zien we, weten we, ervaren we dat er ook na Nehemia niets veranderd is! Het goede, het betere, het beste zoeken voor de kinderen Israëls en voor het beloofde land, door de Eeuwige Zelf gegeven, wordt in antisemitische kringen geboycot.
En niet te vergeten de grote woede van Arabieren die de kinderen Israëls willen vernietigen. Het goede werk met Gods zegen wordt bespot en veracht door de “nazaten” van Sanballat, van Tobia, en van Gesem, de Arabier; we lezen dat in Nehemia 2:18,19. Als de goede, zegenende hand van God over ons is, dan weten we dat uiteindelijk de tegenstanders geen deel, geen recht en geen herinnering hebben in het (hemelse) Jeruzalem. Laten we meehelpen te herstellen en te bouwen aan de Gemeente van Jezus Christus, in Jeruzalem, in Samaria, in Judea en tot aan het uiterste der aarde.