God is nergens, als Hij niet ergens is. Daarom begint Hij zijn wereldheerschappij bij Israël, ישראל bij het nageslacht van Abraham אברהם. Vanuit dit centrum zullen alle volken גוים (gojim) gezegend worden en naar hier zullen alle volken optrekken: uit Tsion ציון zal de Onderwijzing תורה (Torah) uitgaan en het Woord דבר (dábhar) van Adonai uit Jerushalayim’ ירושלים (Micha 4:2).
Israël is meer dan Juda יהודה of het Joodse volk עם ישראל (am Israël). Israël is verstrooid onder de volken als zaad in de akker van de wereld. Eénmaal, als de sluier van de volken wordt weggenomen (Jes. 25:7), zal blijken hoezeer alle volken, de één meer, de ander minder, vergroeid en verbonden zijn met Israël: Hij zal hen tellen als in Israël ingelijfd en hen de naam van Tsions kinderen doen dragen (Ps. 87).
Israël is niet een volk naast andere volken, maar de wortel of de stam van alle volken: 70 volken zijn in Israël begrepen. Ooit zullen de volken als Ruthies zeggen: ‘uw God is mijn God en uw volk is mijn volk’ עמך עמי (Ruth רות 1:16; Zach. 14:16).