Het woord bar בַּר heeft meerdere betekenissen, zoals bijvoorbeeld: zoon, zoals in Psalm 2:12: ‘Kus de Zoon opdat Hij niet toornt.’ Er is dispuut over deze tekst omdat bar ook reinheid, zuiverheid betekent en omdat het woord voor kussen (נָשַׁק) ook kan betekenen: wapenen, omgorden (Zie ook de uitwerking van Psalm 2 in dit nummer). Bar wordt ook wel een Aramisme genoemd omdat dit woord in het Aramees ook zoon betekent.
We zien het Hebreeuwse woord bar בַּר terug in Spreuken 31:2 en daar betekent het zonder dispuut zoon: ‘Wat zal ik je vertellen, mijn zoon, die uit mij geboren werd, om wie ik zoveel geloften deed?’ In dit vers is het duidelijk dat er geen reinheid wordt bedoeld, het is dus niet dubbel uit te leggen zoals in Psalm 2. Verder komt het woord voor met deze betekenis in Ezra 5:1,2-6:14; in Daniel 3:25, 5:31 en 7:13 welke Aramese tekstgedeelten zijn. (Overigens kan dit woord in het Aramees ook veld betekenen, zoals bijvoorbeeld in Daniel 2:38).
Slechts twee keer is dit Hebreeuwse woord bar בַּר dus uit te leggen als zoon, maar in meerdere Schriftplaatsen vinden we dit woord met de betekenis van zuiverheid, reinheid.
In Psalm 19:9b bijvoorbeeld: ‘Het gebod van de Aanwezige is zuiver.’ Er zijn zes Schriftplaatsen te vinden met het woord bar בַּר in de betekenis van zuiverheid: Job 11:4; de al geciteerde Psalm 19:9b; Psalm 24:4 en 73:1; Spreuken 14:4 en Hooglied 6:9,10.
Bar komt van het Hebreeuwse werkwoord barar בָּרַר wat betekent: reinigen, zuiveren, schiften, ziften, maar ook scherpen, slijpen.
Dit werkwoord komt achttien keer voor in de Bijbel. Uit de betekenissen van dit werkwoord kunnen we zien dat het zowel met reinheid als met het aanscherpen van bijvoorbeeld een wapen te maken kan hebben, zoals we in de betekenis van Psalm 2:12 ook kunnen zien: het is of: kus de Zoon, of: wapen u met reinheid.
Bar בַּר bestaat uit de letters Beth בּ (Huis) en Resh ר (Hoofd, Principe). De Zoon Van God is het Hoofd van Zijn Huis, van Zijn Lichaam en Hij deelt Zijn volk Zijn principes van reinheid, waarnaar men moet leven. Als men dat doet, dan leeft men zuiver.
Draaien we het woord bar בַּר om dan krijgen we het woord rabh רַב en dat betekent onder meer veel, groot, titel, maar ook (opmerkelijk): boogschutter.
God Zelf is de Boogschutter in Jesaja 49:2; daar staat de prachtige Messiaanse tekst: ‘En Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard (cherebh חֶרֶב), onder de schaduw Zijner hand heeft Hij Mij bedekt en Hij heeft Mij tot een zuivere (barur בָּרוּר) Pijl gesteld; in Zijn pijlkoker heeft Hij Mij verborgen.’ Toch opvallend dat we in deze Messiaanse tekst het woord bar בַּר in twee woordverbanden tegenkomen!
Bar heeft woordverband met rababh רָבַּב, pijlen afschieten en Bar בַּר heeft woordverband met bárá בָּרָא, scheppen, scheiden, een woord dat enkel en alleen God gebruikt: alleen Hij kan scheppen, de mens niet, die kan hooguit maken, asah עַָשָׂה.* Vader en Zoon hebben tijdens de schepping de mens samen gemaakt: ‘Laat ons mensen maken (Genesis 1:26).’
Bar heeft ook woordverband met het prachtige woord voor zegenen: birekh בִּרֵך. God heeft de mens gezegend met Zijn Zoon, Die Zich opofferde om onze zonden. Groter zegen is niet denkbaar.
Woordverband is er met rabat רָבַּת, groot, machtig en met het woord basar בָּשַׂר, gunstig bericht brengen, verkondigen. Jehoshua, de Zon van God is gekomen om te verkondigen dat het Koninkrijk van Zijn Vader nabij is gekomen in onder meer Mattheus 4:17.
Er is nog een betekenis van het Hebreeuwse woord bar of bár (בַּר, בָּר): graan, koren.** Deze betekenis komt veertien keer voor in de Bijbel, waarvan vijf keer in de Torah. Vijf is in het Hebreeuws de letter Hé ה en deze letter heeft als betekenis: bovenvenster, wat eigenlijk precies past bij graan, immers, als je graan wilt verzamelen in een schuur (zoals de Egyptenaren onder de bezielende leiding van Joseeph deden) dan moet het van bovenaf gestort worden, door een bovenvenster. Graan wordt gestort van boven naar beneden en de Hebreeuwse letter Hé wordt, net zoals de andere Hebreeuwse letters, ook van boven naar beneden geschreven:
‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het graan niet in de aarde valt en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort (Johannes 12:24).’ Zelf heeft Hij het voorgedaan, is als een graankorrel gestorven voor onze zonden; Hij Die het Levend Brood was, Die in het dodenrijk in de aarde de sleutels terugpakte en aan de doden het Evangelie heeft verkondigd, volgens Petrus in 1 Petrus 3:19 en 4:6. Hij ging net als het graan van boven de aarde, vanaf het kruis, naar beneden ín de aarde om het Evangelie aan de doden te verkondigen. Zoals onze vader en dominee Strijker het zo mooi uitdrukte: ‘Dit sterven staat lijnrecht tegenover het streven, het omhoog streven van de natuurlijke mens, die door wilskracht zichzelf tracht te verbeteren, te veredelen, te vergoddelijken of zijn originele goddelijkheid probeert te ontdekken. De religie van de zelfverwerkelijking en zelfontplooiing verschilt radicaal van de weg van de graankorrel (Alephcursus pagina 156).’
Maar nog even terug naar het getal vijf, de vijf keer dat het woord bár בָּר, graan in de Torah voorkomt zijn de keren vanaf dat Joseeph het graan verzamelt omdat de zeven magere jaren eraan komen totdat zijn broers ermee naar hun vader teruggaan. Dat graan is de reden waarom zijn broers naar Egypte komen tijdens de hongersnood die volgt. Dit hele graanverhaal in de Torah is het verhaal van genade!
Zoals het feit dat juist Joseeph vooruitgestuurd wordt naar Egypte om, na een lange weg van oneer tot eer, dit idee uit te voeren om graan te verzamelen, overigens betekent de naam Joseeph verzamelen! Maar ook het feit dat Joseeph het geld van zijn broers, dat voor het graan bestemd is, terug stopt in hun zakken; er wordt nooit voor het graan betaald door de broers, zelfs al willen ze dat, dit is pure genade!
Joseeph is een soort ‘voorgestalte’ van de Messias, Die als het Levende Brood op aarde komt en voor Zijn broers, Zijn volk de prijs betaalt voor hun zonden, zoals Joseeph de prijs voor het graan betaalt voor zijn broers die hem notabene in de put hadden laten zakken; onder de aarde… van boven naar beneden, net als toen hij later in de kerker zit, ook onder de aarde. Er zijn veel raakvlakken in de geschiedenis met het graan, bár בָּר van Joseeph en die van onze Messias, de Zoon, Bar בַּר van God.
Ook al is het getal 58 het getal van de genade: chen חֶן, Chet ח 8 en Nun ן 50, zijn samen opgeteld 58, toch zien we aan het getal vijf wat betreft de betekenis ook genade: zoals de vijf boeken van de Torah die vol staan van Gods leiding en zorg voor Zijn volk, welke te vergelijken zijn met de eerste vijf boeken van het zgn. Nieuwe Testament, namelijk de vier Evangeliën en de uitwerking daarvan: het boek Handelingen en denk ook aan de vijf boeken van de Psalmen, die bol staan van Gods genade en voorzienigheid. Jehoshua legt Zijn handen met Zijn vijf vingers zo vaak op mensen om hen te genezen, ook dat is pure genade. Dan heeft Hij vijf wonden opgelopen aan het kruis: twee in Zijn handen; twee in Zijn voeten en één in Zijn zij, alles tot genade voor wie in Hem gelooft, de Bar, Zoon, Die Zelf één en al reinheid is.
Bronnen: Els Schutter; de Aleph-cursus, zie ook dit Varia-artikel over vijven.
*Daarom is ook de uitdrukking abracadabra zo verkeerd: אָבְּראָכְּדָבְּראָ betekent: ‘ik zal scheppen zoals ik het zeg.’
** waarschijnlijk komt hier het Engelse woord barley (gerst) vandaan.