Over bovenstaande woorden zijn boekenkasten vol geschreven. Waar we kort naar willen kijken is naar hun mogelijke betekenis vanuit het Hebreeuws. Het valt op dat beide woorden als basis de Hebreeuwse letter Gimel ג hebben. Gimel is de derde letter van de Hebreeuwse letterrij en kenmerkt zich door de term ‘beweging.’ Letterlijk betekent het kameel. Een dier wat ons ‘doet bewegen’ van de ene plaats naar de andere. Ook het getal drie duidt op beweging: op de derde scheppingsdag begon de aarde te bewegen en ontsproot er allerlei geboomte en kruid en ook ‘ten derde dage…’ was er een bruifloft te Kana en kwam Hij voor het eerst in het openbaar in ‘beweging.’
De profeet Ezechiël spreekt over de volken van ‘Gog en Magog’ die in beweging komen tegen Tsion (Ez. 38: 16). Wat zijn dat voor volken? De naam (gog) גוג hangt samen met (gág גג, dak): dezelfde letters, alleen een andere klinker. Magog מגוג kunnen we mogelijk lezen als ‘vanuit Gog, méh-Gog. Alsof Magog een soort elitestrijdgroep is vanuit het grotere Gog de aanval gaat uitvoeren op Israël.
De Gog-volken zijn zogezegd ‘dak-volken’: volken of culturen die nog een ‘dak’ (gág) boven zich hebben en (nog) niet een rechtstreekse relatie kennen met de NAAM, de God van Israël. Zij staan nog onder het bestuur (of manipulatie) en de bescherming (‘dak’) van een tussenwezen, van een volksgod of volksengel*, die een soort ouderlijk gezag over hen heeft (Micha 4: 5; Dan. 10: 13,20).
Het doel van deze gezagspositie is niet altijd om hun volk te leiden tot mondigheid en zelfstandigheid, maar dikwijls om hen onderdrukt en onwetend te houden.
Zoals ouders soms bang zijn om hun kinderen te verliezen, als deze het ouderlijk huis verlaten, zijn ook deze volksgoden bevreesd voor hun positie: ‘als ons volk zich verzelfstandigt door in het spoor van Israël te gaan, worden wij aan de kant gezet.’ Daarom dulden zij geen mondige onderdanen, die met Israël mee optrekken naar Tsion en zich rechtstreeks stellen onder het gezag van Israëls God (Micha 4:1-4). Daarom hitsen zij hun volk op tegen het Godsvolk, zijn zij antisemitisch, anti-Tsionistisch, anti-Israël. Daarom trachten zij tenslotte alle volken te verenigen in de grote Gog en Magog-oorlog tegen Israël (Ps. 2:1,2). Liever oorlog tegen Tsion, dan hun ‘kinderen’ verliezen aan Tsion.
Of Gog en Magog in beweging zullen komen is de vraag niet, wel wanneer en hoe. Je daar zorgen over maken is niet nodig. Hij heeft de regie in Zijn Handen. Adonai regeert en de duvel reageert enkel… We weten dat het goed komt met Zijn schepping en ook al zien we overal ‘bewegingen’ en dreigen er gevaren, we weten dat we niet wezenlijk hoeven te vrezen.
* Een Hebreeuws woord hiervoor is שר (sar: vorst, ‘luchtvorst’). In Dan. 10:13,20 is sprake van de geest (sar) van Griekenland en van Perzië. Volgens de Hebreeuwse traditie is het de geest of ‘sar’ van Ezau die de Romeins-Europese volken en culturen beheerst en is het de ‘sar’ van Amalek, een kleinzoon van Ezau, die de Gog-volken aanvuurt in hun oorlog tegen Israël. Wanneer een volksgeest zich losmaakt van zijn Oorsprong, zich verzelfstandigt tegenover Israëls God, komt hij in het krachtenveld van de Gods grote Tegenstander, gaat hij ‘demoniseren’.