29-09-2022

Brief aan vriend: Over de Goddelijkheid van Jehoshua

Door Karen Strijker

Shalom Jonathan,

Jouw vragen en opmerkingen met betrekking tot mijn vorige artikel over de Goddelijkheid van Jehoshua houden mij erg bezig.

Je noemt een aantal teksten (Psalm 110:1; Mattheus 22:41-46) waarin we zien dat Jehoshua op de troon zit, dat zijn dezelfde teksten die ik zelf ook in mijn artikel in de vorige Tijdstip aanvoerde om te bewijzen dat Hij wel degelijk God is. Jij zegt: ‘God is Eén, niet drie, er zijn geen drie goden.’ Dat klopt, er zijn geen drie goden. God is wel degelijk Eén om de doodeenvoudige reden dat Hij dit Zelf zegt in Deuteronomium 6:4: ‘Hoor Israël, de Heere onze God, de Heere, Hij is Eén. Shma Jisrael, Adonai Elohenu, Adonai Echad. Daar gaan we zeer zeker niet aan tornen.

Een Hebreeuwse voorganger zei ooit in een preek: ‘God is Eén, maar niet in het enkelvoud.’

Hij heeft wel meerdere verschijningsvormen en dat begint al in Genesis 1:1-3 waar de Geest van God over de wateren zweeft en waar het Woord spreekt. Eén God in twee verschijningsvormen, maar toch die Ene God. En dit gebeurt voordat er ook maar een mens in de buurt is, die is nog niet gemaakt op dat moment, noch enig ander ding op aarde en dat betekent dat we het Woord dus hier niet kunnen verwarren met enig menselijk handelen of met enige vorm van menszijn.

Later in Gods Woord zien we dat het Woord ook vlees wordt (Joh. 1:1); een lichamelijke vorm aanneemt en dit om, aan de mens gelijk zijnde, aan het kruis te sterven voor de zonden van de mens. Zo is Hij ons in alles voorgegaan en heeft Hij zelfs onze schuld op Zich willen nemen tot in de dood toe. ‘Hij had de gestalte van God, maar heeft Zich niet angstvallig aan Zijn gelijkheid met God vast geklampt. Hij heeft Zijn grootheid opgegeven door een slavenbestaan te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden tot in de dood, de dood aan het kruis, Filippenzen 2:5-6).’ Hier staat het helder, dat Jehoshua, Die Zelf God is, de gestalte van een mens heeft aangenomen.

De term drie-eenheid komt nergens voor in de Bijbel, echter, de apostelen en Jehoshua Zelf refereren wel degelijk aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest en omdat dit zo is, omdat deze Godsmannen plus Hij Zelf er op deze manier aan refereren, moeten wij er toch iets mee.

Paulus spreekt in 2 Kor. 13:13: ‘De genade van de Heere Jezus Christus en de liefde Gods en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen (Statenvertaling):

Sla hier ook op na 1 Kor. 12:3-11, deze tekst is cruciaal omdat Paulus hier spreekt van Eén en dezelfde Heere, Geest én God, waarbij hij wel degelijk drie verschijningsvormen van de Ene God benoemt.

In Efeze 1:3-14 spreekt Paulus ook van de drie verschijningsvormen van de Ene God. Lees dit aandachtig door, het is teveel tekst om in deze brief te herhalen.

Jehoshua Zelf spreekt in Mattheus 28:19a: ‘Gaat dan heen, onderwijst alle volken dezen dopende in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wanneer Hij terugkomt en landt op de Olijfberg, dan heeft Hij opnieuw de gestalte van een mens aangenomen en in die gestalte zal Hij waarschijnlijk op de troon gaan zitten, om ons opnieuw voor te gaan, eerst deed Hij dat aan het kruis en nu zal Hij ons voorgaan naar de uiteindelijke overwinning. Kijk maar in Zacharia 14:3 en 4 waar gesproken wordt over JHWH יהוה, Die uittrekt en met Zijn voeten op de Olijfberg landt. Hij heeft daar dus weer de menselijke gestalte, met voeten… Woord en Geest waren in Genesis 1 Aanwezig (JHWH betekent: de Aanwezige) en het vleesgeworden Woord en de Geest zitten op de troon. Dat is toch helemaal niet zo’n gekke gedachte?

 Hij maakte de mens naar Zijn beeld, wij zijn ook allemaal één, net als Hij hebben wij drie verschijningsvormen: geest, ziel en lichaam.

Jouw opmerking dat het toch niet kan dat Jehoshua naast God op de troon kan zitten als hij zelf God is, beantwoord ik met een tegenvraag: Hoe kan Hij op Gods troon zitten als Hij een mens is? Kan een mens op Gods troon zitten? In Psalm 8:6 zegt David dat de mens bijna als de engelen is gemaakt. Verder komt de mens niet!  Sterker nog, David profeteert in Psalm 14:2-3: ‘De Aanwezige (JHWH) heeft uit de hemel neergezien op de mensenkinderen om te zien of er iemand verstandig is, die God zoekt. Zij zijn allen afgeweken, tezamen zijn zij stinkende geworden (אלח, alach) en er is niemand die goed doet, ook niet één.’ Zie ook Psalm 53:4 en Job 15:16. Jehoshua had volgens deze teksten alleen al, nooit een mens kunnen zijn, Die geofferd is geworden voor God; als mens zou Hij simpelweg niet goed genoeg zijn geweest.

Ook al zegt Hij: ‘Wie overwint, die zal Ik doen zitten op Mijn troon, gelijk Ik ook heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon (Op.3:21),’ toch zal de mens niet op Gods troon zitten uit zichzelf of door het opofferen van zichzelf. Wat moeten we namelijk overwinnen? (En hoeveel tronen zijn er eigenlijk? In ieder geval twee volgens deze tekst: de troon van de Vader en de troon van het Lam). Het zou wel erg druk zijn op de troon van het Lam als alle overwinnaars daar met Hem gaan zitten.. wat wordt er bedoeld:  Wie overwint, die zal Ik doen zitten op Mijn rechterstoel, of op Mijn leerstoel, wat ook betekenissen zijn voor troon! De overwinnaars, die niet zijn afgeweken van Zijn wegen, mogen heersen met Hem, mogen blijven leren van Hem. Laten we dit gegeven niet verwarren met een mensenoffer dat gebracht zou zijn, overwinnen doen we juist door het offer dat Hijzelf bracht en dat we navolgen door onze zonden te kruisigen.. Pas dan zijn we rein, gewassen door het bloed van het Lam.

Mensen worden niet geofferd; mensen vinden de dood door zonde. Deuteronomium 30:15, God zegt hier: ‘Zie, Ik heb u heden voorgesteld het leven en het goede; en de dood en het kwade.’ De dood is het uiteindelijke loon van de zonde. Het is geen offergave aan God! Een zondig mens kan niet en nooit geofferd worden voor God want het offer is Hem niet welgevallig, net zoals het offeren van een dier met een gebrek Hem niet welgevallig is.

Ik schreef in mijn artikel in de vorige Tijdstip, dat een mens absoluut niet mag worden geofferd (Jeremia 32:35) en jij antwoordde hierop dat dit alleen ging over kinderoffers en afgodenoffers. Hier schrik ik erg van want als dat zo is, is het dan meteen ook maar zo dat volwassenen dan wél mogen worden geofferd? En als afgodenoffers niet mogen, mogen mensenoffers aan God Zelf dan wél? Waar zegt Hij dit?? Je denkt hiermee aan te tonen dat Jehoshua een mens was, Die geofferd werd. Maar nogmaals: niet één mens is goed.

Stel nu dat mensen geofferd mogen worden van Hem, waarom heeft Hij dan een tempeldienst ingesteld waarbij alleen maar dieren mogen worden geofferd en niet ook mensen? Hij zou zo’n dienst dan toch ook ingesteld hebben?

De tekst die je aanhaalt uit 1 Petrus 2:5 als bewijs dat mensen geofferd mogen worden, gaat hier over goddelozen, die daardoor gedood worden en dat is geen offer, maar het loon op de zonde, waar God ook over sprak in Deuteronomium 30:15.

Je zegt dat in 2 Samuel 21:6 mensen worden geofferd: ‘laat ons van zijn zonen zeven mannen gegeven worden, zodat wij hen voor de HEERE ophangen in Gibea van ​Saul, verkozene van de HEERE.’ Dit moeten we niet zien als een offer, maar als wraak, naqam נקם. Een offer is iets anders dan wraak. Een offer aan God moet en zal onbevlekt en zonder enig gebrek zijn! En dat is de mens niet! Dus deze zeven mensen waren niet onschuldig, mensen zijn per definitie niet onschuldig, anders had Jehoshua Zich ook niet over hoeven geven aan een kruis!

Echter, en hier gaat het nu allemaal om, het Lam Gods is een onbevlekt Lam, onbestraffelijk, zegt Petrus in 1 Petrus 1:19. Daarin zit hem het verschil. En let wel dat Hij een Lam genoemd wordt, als een dier dat geofferd wordt, een Lam zonder enig gebrek. Waarom zou God Zelf Zijn Zoon met een Lam vergelijken als mensen van Hem wel geofferd mogen worden? Dat zou toch geen enkel nut hebben?

Jehoshua sprak over zaad dat in de aarde valt, oftewel sterft en vrucht draagt, echter, Hij bedoelde hier niet dat de mens dood moet gaan, maar moet sterven aan zijn eigen zondige vlees, dat is heel wat anders. David spreekt in Psalm 30:10: ‘Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?’

In Romeinen 12:1 zegt Paulus dat we ons lichaam moeten stellen tot een ‘levende, heilige en Gode welbehaaglijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.’ Dit is voor jou bewijs dat een mens gedood mag worden voor God, maar wat staat er dan: een levende offerande! Je kunt deze tekst niet zomaar verdraaien omdat jij vindt dat Jehoshua een mens was en je daarvoor bewijzen zoekt..

Natuurlijk is het zo dat mensen die Hem volgen, wel degelijk hierom gedood worden, Hij kondigt dit zelfs ook Zelf aan, zoals bij Petrus (2 Petrus 1:14). Zelfs zijn een slordige zeventien miljoen Joden in de afgelopen eeuwen afgeslacht, nota bene meest door christenen. Het feit dat profeten en anderen, die Hem volgen wel degelijk de dood vonden en nog steeds vinden,  wil niet zeggen dat dit in opdracht van God gebeurt, maar: zondige mensen doden andere mensen! En gelukkig heeft God daar een antwoord op: ‘En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jehoshua en om het Woord van God. Die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen heersen met Christus, duizend jaar lang. Maar de overigen van de doden werden niet weer levend (Openbaring 20:4-5).’

‘Kostbaar is in de ogen des Heeren de dood van Zijn gunstgenoten (Psalm 116:15). Het gaat Hem aan het hart als Zijn mensen gedood worden.

Verder gaat het in de Psalm van David die ik zonet citeerde: ‘Ik zal U offeren een offerande van dankzegging en den Naam des HEEREN aanroepen. Ik zal mijn geloften de HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk., in de voorhoven van het Huis des Heeren, in het midden van u, o Jeruzalem.’ Klinkt dit als iemand die zijn leven opoffert voor God door dood te gaan? Nee, helemaal niet! Nogmaals: David zegt zelfs: ‘Kan het stof U loven?’ We kunnen Hem niet meer loven als we dood zijn, wat heeft het dan voor zin om het leven op te offeren?!

Jacobus 1:3 ‘Want gij weet dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt.’  Volharding in het geloof  is het doel, niet dat het leven tot in de dood geofferd wordt. Het gaat er om dat wij als gelovigen Zijn waarheid verkondigen, dat we discipelen maken. Als God ons leven tot in de dood zou willen offeren, dan zouden we de Zijn Waarheid niet meer kunnen verkondigen.

Je zegt ook dat Jezus niet aanbeden wordt in de Bijbel, wat voor jou het bewijs is dat Hij niet God kan zijn. Ik heb echter een aantal teksten die dit weerleggen:

Wat zeggen de apostelen van Hem: in 2 Petrus 3:18b aanbidt Petrus Hem wel degelijk: ‘Hem zij de heerlijkheid beide nu en in de dag der heerlijkheid.’ Statenvertaling.’

Ook Johannes aanbidt Jehoshua in 1 Joh. 20: ‘Doch wij weten dat de Zone Gods gekomen is en heeft ons verstand gegeven dat wij de Waarachtige kennen en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus, Deze is de Waarachtige God en het eeuwige leven.’

Daniel 7:14: ‘En Hem (Jehoshua) werd gegeven heerschappij en eer ( יקרjeqar, Aramees) en het Koninkrijk, dat Hem alle volken, natiën en tongen dienen zouden פלח) pelach, Aramees).’  

De Hebreeënschrijver aanbidt Jehoshua door te zeggen dat Jehoshua gisteren, heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is (13:8). In 13 vers 21 zegt de schrijver over Jehoshua: ‘Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid, amen.’

‘Het Lam Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en dankzegging. Hem, Die op de troon zit en het Lam zij de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid (op. 5:12,13b). Als dit geen aanbidding is, dan weet ik het niet meer.

Paulus claimt een dienstknecht van Jezus Christus te zijn (Romeinen 1:1; 1 Kor. 1:1; 2 Kor. 1:1; Galaten 1:1; Efeze 1:1; Filippenzen 1:1: Kolossenzen 1:1; 1 Tim. 1:1; 2 Tim. 1:1; Filemon 1:1). Als Hij een mens was die je niet mag aanbidden, hoe kan dan Paulus een dienstknecht van Hem zijn, hij zou dat toch automatisch een dienstknecht van de Ene God zijn en niet meer van Jehoshua?  Paulus is niet de enige overigens, ook Jacobus haalt dit aan en Petrus.

Overigens, elke keer heeft Paulus het daarna over ‘de genade en vrede van God én Jehoshua,’ dat zegt hij in één adem, als Hij een mens was geweest, hoe had hij dan nog genade en vrede kunnen geven, net als God? Die macht zou Hij dan toch helemaal niet hebben?

In 1 Kor. 1:2 heeft Paulus het over alle heiligen die de naam van Jehoshua aanroepen. In vers 7 verwacht hij de openbaring van Hem.

‘Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt en niemand  kan zeggen dat Jezus de Heere is dan door de Heilige Geest (1Kor. 12:3).’ Hij heeft het hier over God, de Geest van God en Jezus, Die Heere is.

Aan het eind van hetzelfde hoofdstuk zegt hij: ‘De genade van de Heere Jezus Christus zij met u.’ Hoe kan hij dat zeggen als Jezus een mens was? Lees ook 2 Kor.1:2; daar staat dit ook weer.

In Galaten 1:3 en verder spreekt Paulus de heldere woorden: ‘Paulus, een apostel geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus.

Dan de Hebreeënschrijver, die meteen het verschil tussen Jehoshua en de mens aanhaalt: ‘God voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebben door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door Zijn Zoon; Welke Hij tot erfgenaam gesteld heeft van alles, door Welke Hij ook de wereld gemaakt heeft.’

‘Laat ons mensen maken (Genesis 1),’ dit is geen keizerlijk meervoud, zoals jij zei, de Hebreeënschrijver weerlegt hier jouw woorden.

Zelf zegt Hij van Zichzelf dat Hij anders is dan de profeten die Hem hebben aangekondigd. In de gelijkenis van de boze wijngaardeniers (Markus 12:3-9) stelt Hij Zichzelf absoluut niet gelijk aan de profeten, maar is Hij de erfgenaam, de Zoon van de Vader, Eén met de Vader.

In Efeze 1:4 spreekt Paulus erover dat wij uitverkoren zijn in Jehoshua van vóór de grondlegging der wereld, wat strookt met wat Hij van Zichzelf zegt: Eer Abraham was, Ben Ik.’ Een mens kan er niet zijn van voor de grondlegging der wereld, God wel: Woord en Geest, Die er Was voordat er ook maar één mens geschapen was.

Lees deze Bijbelteksten goed door; ze liegen er bepaald niet om, doe het biddend. De Bijbel Zelf spreekt zo duidelijk, laat je niet weerleggen door dogma’s. Ik hoorde laatst iemand die in dit dogma vast zit al zeggen: ‘Jezus kan nooit zonder zonde geweest zijn..’ Wat is het volgende dan wat over Hem gezegd wordt? Worden we langzaam maar zeker als de moslims, die zeggen: God heeft geen zoon? Gaan we dan met zijn allen recht af op een universeel wereldgeloof waarin iedereen gelijk is? Heeft Jehoshua dan Zijn Goddelijkheid afgelegd (Filippenzen 2:6-8) om als mens gekruisigd te worden voor onze zonden en heeft Hij dit dan voor niets gedaan?! Laten we dit soort misstanden toch te lijf gaan, Jehoshua Was en Is wél zonder zonde en wel degelijk Goddelijk, laten we Hem toch niet kleiner maken dan Hij is!

Jonathan, ik bid je Gods wijsheid en Waarheid toe,

Karen