Engeland heet ook wel Brittannië en daarin zien we ook het woord voor brieth, verbond, in terug. Er gaat een oud verhaal dat de profeet Jeremia na de val van de eerste Tempel met twee dochters van koning Hizkia via Egypte naar Schotland/Engeland zou zijn gereisd met onder andere een steen van het Tempelplein. Het ‘huis van David’ zou zo voortgezet zijn via deze twee prinsessen en vele Engelsen menen dat hun koningenlijn van Davidische afkomst is (deels dan ook het Hollands koningshuis) en dat zo ook de belofte uitgekomen is dat er altijd een nazaat van David op de troon zal zitten (2 Sam. 8:13). De meegenomen steen zou nog altijd onder de zetel staan waarop een koning of koningin gekroond wordt.
In de 19e eeuw ontstond ook de zgn. ‘Brittannië leer’ die beweert dat Engeland het ware Israël is. Voor het huidige Joodse volk is niet veel plaats. Het is in wezen een verkapte vorm van de vervangingstheologie. Hoe dan ook, het is van Godswege dat uitgerekend Engeland het voormalige Palestina mocht bevrijden van de Turken, die het oorspronkelijk prachtige Kanaän naar de Filistijnen hadden geholpen. Het was een kaal en schraal land geworden. Dankzij de Engelsen ontstond er aanvankelijk ruimte voor de terugkeer van de, vooral door Christenen vervolgde, Joden uit Europa. Net op tijd konden duizenden zich vestigen in het aloude aan hen toebedeelde land waar zij 2000 jaar eerder uit verjaagd waren. Maar voor miljoenen was het te laat en viel het net. Dat Engeland uiteindelijk een nogal slechte en dubbele rol heeft gespeeld in dit alles, laten we nu maar even buiten beschouwing…