Even een kort overzicht van de geschiedenis van dit prachtige Lichtfeest. Want waarom steken we acht dagen lang kaarsen aan; spelen we spelletjes; geven we elkaar dagelijks een cadeautje en eten we de overheerlijke oliebollen, de sufganiot?
Dit Feest heeft niets te maken met iemands verjaardag, noch met een midwinterfeest, zoals in Rome altijd het saturnaliën gevierd werd, al eeuwen voor de Christelijke jaartelling. Ook staat Chanukah niet vermeld in het rijtje van Bijbelse Feesten in Leviticus 23. Zelfs komt dit Feest niet voor in de Tenach. Alleen het apocriefe
boek Makkabeeën vermeldt de geschiedenis van Chanukah. In het Nieuwe Testament komt het wel voor; Jehoshua, onze Messias, vierde het Feest ook mee (Johannes 10:22).
Chanukah gaat over de geestelijke bevrijding van het Joodse volk. Israël mocht weer haar geloof beleven en de tempeldienst werd weer hersteld. In de vierde eeuw BC veroverde Alexander de Grote het gehele Perzische Rijk, inclusief het Heilige Land. Onder zijn bewind mochten de Joden hun geloofsbeleving gewoon doorzetten. Zijn bewind duurde slechts tien jaar maar het was de aanzet van het ‘Hellenisme,’ het Griekse bewind, wat zich voortzette na zijn dood en zich zelfs uitbreidde.
Na zijn dood werd het grote Rijk van Alexander verdeeld en ging het Heilige Land deel uitmaken van het Ptolemeïsche Rijk. Daarna namen de Seleuciden het in bezit en het Hellenisme werd het officiële regeringsbeleid. Vele volken onder dit bewind namen de Hellenistische gebruiken van hun overheersers over; de cultuur, kunst en de manier van denken. Ook bemiddelde Joden stuurden hun kinderen naar Griekse scholen waar zij verder werden beïnvloed.
Toen kwam Antiochus Epifanes de Vierde aan de macht en deze man was een regelrechte verschrikking. Er werd ernstig getwijfeld of deze man wel goed bij zinnen was. Hij verklaarde de oorlog aan Egypte terwijl hij tegelijkertijd probeerde om de volkeren, over wie hij regeerde, tot één volk te kneden. Zo werden de Joden onder dwang verder gehelleniseerd.
De Joodse hogepriester Onas de Derde werd vervangen door zijn gehelleniseerde broer Jozua, die zijn naam al had veranderd in het Griekse Jason. Hij opende een school voor Griekse sporten in Jeruzalem en moedigde de bevolking aan om hieraan deel te nemen. Jason wilde Jeruzalem omdopen tot Antiocht-Jeruzalem. Echter, ook Jason werd vervangen door de nog sterker gehelleniseerde Menealos, de aanvoerder van de pro-Syrische partij. Er werden opnieuw, net zoals in de tijd van Jerobeam (de eerste koning van het noordelijke Rijk Israël), priesters aangesteld die deze titel niet erfelijk hadden verkregen. Dit ging recht tegen Gods Wetten in; immers, alleen nakomelingen van Aaron mogen priester zijn.
Antiochus Epifanes werd door de Romeinen teruggedrongen en verloor zijn oorlog tegen Egypte. Hij hield nog wel grip op Judea en Samaria welke hij toen nog heftiger ging onderdrukken. Met geweld dwong hij de Joden om heidense goden te aanbidden en hij introduceerde de Grieks-Syrische eredienst in Gods Tempel. De Joden kwamen daarop in opstand, waardoor Epifanes hen verbood om de Torah te bestuderen; de spijswetten en de Shabat in acht te nemen. De besnijdenis werd verboden en verder ook alle Joodse rituelen, zoals het leggen van de Tefilin voor het bidden.
Massaal werden deze verboden genegeerd, wat helaas het leven kostte aan duizenden Joden. In het jaar 167 BC werd er een beeld van Zeus in de Tempel van God geplaatst en ging het van kwaad tot erger. De Tempel werd verder ontwijd door het offeren van varkens en de Tempel was een Grieks-Syrisch heiligdom geworden…
De opstand kon niet neergeslagen worden. Afgezanten van Epifanes kwamen aan in het stadje Modi’ien en dwongen de bevolking om varkens te offeren op een door hen opgericht altaar. Een gehelleniseerde Jood volgde dit bevel op, maar hij werd gedood door de bejaarde priester Mattitjahu Makkabi, die het allemaal niet langer aan kon zien. Dit werd het begin van een guerillaoorlog tegen de Grieks-Syrische overheersing. Mattitjahu Makkabi sprak: ‘Laat een ieder die ijvert voor de Torah en die het Verbond in ere houdt, voorwaarts treden en mij volgen.’ Mattitjahu had vijf dappere zonen: Jochanan; Shim’on; Jehudah; Eliezer en Jonathan. Zij gingen voor in de oorlog tegen de overheersers, waarbij vooral Jehudah een briljant strateeg bleek te zijn. Hij kende het terrein op zijn duimpje en wist vele hinderlagen aan te leggen en overvallen op de overheersers met succes uit te voeren. Daardoor behaalden zij belangrijke overwinningen.
Daarbij brak er ook nog eens burgeroorlog uit tussen de Wetsgetrouwen en de geassimileerde Joden en zowel ultra-orthodoxe Joden als meer gematigden sloten zich aan bij de familie Makkabi en zo ontstond een groeiend leger.
Makkabi betekent hamer, wel, het bleek dat deze familie steeds meer aan de weg timmerde, een makka betekent een klap of stoot. De familie bracht grote klappen toe bij de overheersen en steeds verder stootten zij door richting Jeruzalem. Jehudah versloeg bij Beth Tsur, net ten noorden van Hebron, de Syrische generaal Lysias en daarmee kwam de weg vrij om Jeruzalem te ontzetten. In het jaar 164 BC nam Jehudah met zijn leger Jeruzalem in en reinigde de Tempel, die precies drie jaar daarvoor ontheiligd werd. Het was toen de 25e van de maand Kislev. Chanukah חָנוּכָּה kan ook gelezen worden als: Wij rustten op de 25e.
Nieuw vaatwerk werd gemaakt voor de Tempel, waaronder ook de Menorah en daarmee werd Tempel opnieuw ingewijd, vandaar de naam Chanukah, wat Inwijding betekent. Het Feest duurt acht dagen omdat er in een overgeleverde legende stond dat er bij de Inwijding van Gods Tempel nog maar één kruikje geheiligde olie over was, wat maar net genoeg was om de Menorah-kandelaar brandend te houden voor één dag, echter, de olie brandde acht dagen door een wonder. Maar, zoals gezegd, dit is niets meer dan een legende.
Waarom dan wél acht dagen: ze zijn een heenwijzing naar de Pesach-en Loofhuttenvieringen die ook meerdaags zijn. Volgens een overlevering zou in het jaar dat Jehudah de Tempel reinigde, het Loofhuttenfeest door de overheersing niet ten volle zijn gevierd, vandaar dat men dit bij het inwijden van de Tempel nog eens dunnetjes overdeed. Een andere reden kan zijn dat het acht dagen duurde voordat er heilige olie gevonden werd om de Menorah mee aan te steken.
Hoe dan ook: de Makkabeeën stelden dit achtdaagse Feest in na hun geweldige overwinning. De opvolger van Epifanes werd overreed om de Joodse autonomie in ere te herstellen en dit leidde tot een Joodse Staat onder het bewind van de familie Makkabi. Zo zien we maar wat dapperheid van één familie kan uitwerken, God heeft hun missie enorm gezegend en Gods Tempel werd weer het Godshuis wat het behoorde te zijn…