Een enthousiaste, Christelijk missionaire gemeente in Israël heeft als missiestatement: om Joden en Arabieren te verenigen tot “the one new man” waarover de apostel Paulus schrijft in zijn brief aan Efeze: ‘om de twee (Joden en heidenen) tot één nieuw mens te scheppen’. Een goedbedoeld, maar op de keper beschouwd, ‘mis’ statement. Deze missie heeft in feite de bedoeling om Israëls missie ‘een licht voor de volken te zijn’ ongedaan te maken! Hoe kan men Israëls missie om als apart uitverkoren Godsvolk de Torah, de Bijbelse levensstijl voor te leven – hoe kan men deze unieke opdracht zo radicaal mogelijk verhinderen? Door dit aparte, eigenzinnige, Joodse volkje geestelijk te laten verdampen! Door de Joden te laten opgaan in een nieuw Midden-Oosten menstype, dat een mengsel is van Joden, Arabieren en andere volkeren/heidenen.
Men beroept zich op Efeze 2:15,16, maar vergeet wat Paulus schrijft in vers 12 over het burgerrecht van Israël. Alleen als ‘burger van Israël’ = als een heiden die diepgaand verbonden is met het Joodse volk via zijn verbondenheid met de Man uit het Joodse Nazareth (geboren uit een Joodse moeder in het Joodse Bethlehem), en die als heiden deze verbondenheid daadwerkelijk heeft getoond in de solidariteit met de Joodse Staat – alleen zo’n heiden kan samen met de Joodse mens een nieuw menstype doen ontstaan.
Geen mengsel, geen vermenging van Israël en de gojim, maar een eenheid als van twee broers of een twee-eenheid als van man en vrouw, een huwelijksverbond waarbij de eigenheid van die twee zich niet oplost, niet geestelijk verdampt, maar juist versterkt wordt, waarbij ieder juist meer zichzelf wordt. Volgens de Efezebrief kan zo’n éénheid alleen ontstaan op basis van het burgerschap van Israël. Dat is in moderne taal: op basis van een ondubbelzinnige solidariteit met het huidige Joodse volk in de Staat Israël.
Wil men Joden en Arabieren en andere gojim met elkaar verbinden, dan moet men dus eerst werken aan de bekering van de gojim tot het Joodse volk, aan een radicaal andere gezindheid van de volken tegenover de Joodse ‘uniciteit’. Of eerst nog werken aan het terugenten van de Kerk op de edele olijf, die het volk Israël is met zijn diep Messiaanse Wortels. Pas als een herboren Kerk, wortelend in Israël, kan men de volken oproepen om zich te bekeren = om te keren tot het Godsvolk Israël. De eerste bekeringsstap van een goj, een heidensvolk is tweeledig:
a. de publieke erkenning van Israël als het unieke Godsvolk, uitverkorene met de onberouwelijke roeping om als drager van de Torah een licht voor de volken te zijn, en
b. de publieke erkenning dat geen ander dan Israël alleen het Goddelijk recht heeft ontvangen op heel het Beloofde Land, met de Berg Tsion als heilig middelpunt.
Buiten deze publieke erkenning om, buiten deze bekering tot het ‘burgerschap van Israël’ om, zijn alle eenheidspogingen vals en zinloos. Even vals en zinloos en levensgevaarlijk voor het Joodse volk als de vergeefse ‘eenheidspogingen’ van de Katholieke Kerk in het verleden en van andere kerkgenootschappen uit onze huiveringwekkende Europese kerkgeschiedenis.
Het bekeren van de heidenen is een Christelijk werk, maar deze enthousiaste, stekeblinde Christelijke zendelingen bekeren is een heidens werk. Of juist een Joods werk! Wat ligt meer voor de hand en wie kan dat beter dan zij, dit volk van Profeten, waaronder Elia op de Karmel? Wat een missie heeft Israël onder deze ‘mis’-‘sionarissen’ in Israël!!!