De ekklesia uit de volken heeft geen doel in zichzelf, maar is weggeroepen uit de volken met het oog op de volkerenwereld.
Het gaat Israëls God om de bevrijding en heiliging van de hele mensheid en niet om de groei van Zijn gemeente op aarde.
Soms kan een Gideonsbende meer bereiken dan een massaal leger
Volk en gemeente
Volk en gemeente zijn twee zeer verschillende grootheden. Vermenging van die twee leidt tot verwarring en misverstanden. Een volk is een geheel van gezinnen, families, grootfamilies of stamverbanden die in hoofdzaak door geboortes gevormd zijn. Een gemeente, ekklesia of qáhal* is een aparte groep binnen een bepaald volk, een geroepen groep, weggeroepen uit de volksgemeenschap met het doel om aan hun volksgenoten het Evangelie te verkondigen, de Blijde Boodschap van radicale bevrijding en heiliging door het Bloed van het Lam Gods, door de Kracht van Zijn Opstanding die Zich verwerkelijkt door de Krachtige Werking van Zijn Heilige Geest in ieder mens en iedere menselijke samenleving, in huwelijk en gezin, in maatschappij en politiek. Anders gezegd de gemeente/ekklesia is drager van het Profetische Woord: God is Koning, Zijn Koninkrijk is gekomen en komt, Hij komt weer wonen op Tsion (Psalm 132:13,14) en alle volken zullen daarheen optrekken om zich te laten onderwijzen door Zijn Torah over shalom op aarde = over vrede en gezondheid, over welvaart en welzijn voor alle volken. Waar de gemeente niet meer drager is van het Profetische Woord, niet meer afstandelijk en kritisch tegenover de huidige samenleving staat, maar een vast onderdeel er van geworden is, een geestelijk getint, sociaal cultureel instituut, wordt de ekklesia waardeloos, zouteloos en blijft de volkssamenleving onaangetast door het Evangelie, gaat deze steeds verder ontaarden en verworden.
* Het woord ekklesia is wellicht afgeleid van het Griekse kaleo: roepen, en is de vertaling van het Hebreeuwse קהל qáhál: vergaderde volksgemeenschap (Joodse gemeenten worden meestal aangeduid met een afleiding hiervan: qêhilláh). Ekklesia kan ook gezien worden als een vertaling van het Hebreeuwse עדה `édáh: getuigende gemeenschap (er is woordsamenhang tussen עדה `édáh en עד `ed: getuige, getuigenis ). Het woord kerk kan samenhangen met het Griekse kurios- kuriake (Heer- van de Heer) maar misschien ook met kerux: heraut, verkondiger.
** De ekklesia is niet alleen weggeroepen uit de volkerenwereld met het oog op de volken, maar ook met het oog op heel de verstoorde en geschonden schepping: ‘gaat heen in de gehele wereld en verkondig het Evangelie van Kruis en Opstanding = van het begonnen Koninkrijk Gods = van radicale bevrijding en levensheiliging, aan de ganse schepping (Mark.16:15).
De ekklesia/gemeente is ook een Godsvolk
De ekklesia/gemeente is behalve een geroepen groep van enkelingen, van individuele, bewuste gelovigen, ook een beginnend Godsvolk bestaande uit geheiligde gezinnen en families. Dit ‘Godsvolk in het klein’ moet niet alleen aan hun volksgenoten het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, maar het ook vóórleven. Zij moeten de Blijde Boodschap van bevrijding en heiliging = de levensstijl van het Koninkrijk Gods volgens Gods Torah ook gestalte geven in de samenleving, in huwelijk en gezin allereerst. Met het oog daarop moeten vooral de gezinshoofden worden toegerust tot mondigheid in het verstaan en uitleggen van de Bijbel en tot mondigheid in het voorgaan in de liturgie aan de huistafel, met dankzegging over brood en wijn. Elk echtpaar, elk gezin is zo ook een `am qádosh, een heilig volk, geheiligd door de Aanwezigheid en de Inwezigheid van de Heilige Geest. Een op deze wijze geheiligd huwelijks- en gezinsleven is tegelijk ook een ‘ekklesia in het klein’, een kerux, en wel een zeer krachtige, een zeer effectieve heraut van het gekomen Koninkrijk Gods. Eén geheiligd gezin in de gemeente kan meer missionaire invloed oefenen dan tien predikanten bij elkaar. Niet alleen een geheiligd echtpaar of gezin, maar ook iedere single, iedere alleenstaande en alleenwonende die zich laat bevrijden en heiligen door het Woord en Geest van Israëls God en die zijn of haar woonplek, appartement of studentenkamer heiligt door dankzegging over het dagelijks brood en over de wijnbeker in het weekend, is een ‘ekklesia in het klein’, een krachtige kerux van het doorgebroken Koninkrijk Gods op aarde dat hoop geeft aan een wereld in verwarring en wanhoop…
* Het toerusten van de gezinshoofden moet behalve voor de huiselijke eredienst (dagelijks en vooral in het weekend) vooral ook gericht zijn op de vorming van de kinderen. Niet de kinderen maar de ouders moeten gecatechiseerd worden, gestimuleerd en geïnstrueerd om zelfstandig Bijbelstudie te kunnen doen en hun kinderen daarin voor te gaan en mee te nemen.
Israël als Godsvolk
Israël, het Joodse volk is in de eerste plaats een volk, een geheel van gezinnen en families met de overige ‘bijwoners’. Israël is wel een speciaal volk, een geheiligd volk:`goj qádos, het eerste en tot dusver het enige Godsvolk, Zijn Eersteling, Zijn speciale eigendom, sêguláh (Exodus 19:5). Israël is apart gezet, weggeroepen uit de volkerenwereld om speciaal voor de HERE God een koninkrijk van priesters/kohens te zijn, een geheiligd volk dat er voor er zorgt dat God als hun Schepper en Bevrijder de eer krijgt die Hem toekomt. Dag en nacht moest op de Berg Tsion in het hart van de wereld een gespecialiseerd, geschoold team van medeburgers uit de stam van Levi de lofzang gaande houden met muziek en zang, met lofoffers en lofzeggingen.
Sinds de verwoesting van dit Lofcentrum op de Berg Tsion door de Romeinen op Tisha`be-Abh in het jaar 70, wordt de lofzang niet meer door de specialisten uit de Levi-stam gaande gehouden, maar door het hele Joodse volk. Iedere Joodse man, voor zover hij de Joodse godsdienst aanhangt, en dat in diverse gradaties van ultra-orthodox tot vrijzinnig- liberaal ruim 80%, laat zich al vanaf zijn 13e levensjaar inwijden in de dienst van de lofzang. Hij voelt zich een priester en draagt in de eredienst een priesterlijk gewaad, een tephilah, een gebedsmantel, het kleed voor de lofzang. Niet alleen de man, maar ook zijn vrouw heeft deel aan de Levitische priesterdienst: zij doet dienst aan het huisaltaar, de huistafel, die de plaatsvervanger is van het altaar op de Berg Tsion. Zij ontsteekt de Shabbatlichten, zij bakt het brood dat het lamoffer vervangt, en doet nog heel veel meer: alles in de huiselijke eredienst draait om haar. Het is een erkend historisch gegeven dat het wonder van het overleven van het Joodse volk niet in de eerste plaats samenhangt met de door mannen gedragen erediensten in de synagoges, maar met de dagelijkse en vooral wekelijkse shabbatserediensten rond de huistafel.
* Door de verstrooiing van het Joodse volk, wereldwijd, is ook de priesterdienst van het Joodse volk een wereldwijd gebeuren: in elk land en in bijna elke stad van enige betekenis is wel een Joodse gemeenschap, soms heel klein, soms redelijk groot. Wereldwijd ook heden nog troont de Heilige Israëls, onze Schepper en Bevrijder, op de lofzangen van Zijn volk Israël. De betekenis van deze dagelijke en vooral wekelijkse Joodse priesterlijke lofzang wereldwijd is nauwelijks te bevatten: het is wel de ‘kurk’ genoemd ‘waarop onze wereld drijvend wordt gehouden’. Zeker er is meer lofzang wereldwijd, maar de specifieke en bewuste lofzang van Israëls God, de Altijd Aanwezige, de God van Abraham, Isaäk en Jacob, is helaas buiten het Joodse volk zeer beperkt: in het traditionele Christendom (of: in meeste kerken en gemeenten) leeft men helaas met een versmald, vergriekst Godsbeeld en een versmald Jezusbeeld. Meer hierover in het artikel over ‘De Zondeval van het Christendom’.
Israël als ekklesia: drager van het Profetische Woord
Behalve een Godsvolk is Israël ook een gemeente, een qáhal, een geroepen groep, weggeroepen uit de volkerenwereld om een Licht voor de volken te zijn, om Gods Onderwijzing, Zijn Torah m.b.t. het ordenen van Zijn Tijd (Zijn Shabbaten, Zijn feesttijden) en het omgaan met het aardse bezit (Zijn bezit) vóór te leven, de volken voor te gaan in de liturgie van Israëls God en hen op te roepen tot navolging zodat de al eeuwenlang Beloofde Shalom, de Vrede op aarde onder Gods Koningschap eindelijk gestalte kan krijgt tot welzijn voor alle volken.
Anders gezegd: opdat de volken aangespoord door het Joodse voorbeeld wegtrekken uit ‘Egypte’ en uit ‘Babel’, wég uit onze moderne, uitzichtloze oververtechniseerde en oververstedelijkte en Gods schepping vewoestende massacultuur met zijn miljoenen armen en verdrukten, naar het ons Beloofde Land dat zo klein is Kanaän en zo wijd als de wereld.
* De originele mens is een ‘ádam, een aardman, een land- en tuinman. Ook Israël is van origine een ‘ádam-volk, een agrarische gemeenschap, eerst weggetrokken uit de dwangmatige Egyptische industriestaat en later uit de Babylonische Warstad naar het land.
** De ekklesiai onder de volken zijn ontstaan vanuit Israël en kunnen ook alleen voortbestaan in onopgeefbare verbondenheid met Israël. Het kleine volkje Israël is Gods speerpunt voor de doorbraak van Zijn Koninkrijk op aarde.