Hebreeuws is niet zomaar een taal, het is de taal waarin ‘Hij sprak en het was.’ Adonai/ de Here God is een Sprekende Aanwezigheid Die leeft! We lezen bv onder meer in Jeremia 1:4: ‘en het Woord geschiedde tot mij, zeggende…’ Dit betekent dat het levende Woord zich op weg begeeft en een realiteit is. Ons Tijdstipmagazine is niet alleen zeer sterk betrokken op de Hebreeuwse taal, maar het woord ‘Hebreeuws’ עברית ‘ibhrít, is ook zeer typerend voor onze visie op de Bijbel. Het Hebreeuwse עברית ‘ibhrít is afgeleid van het werkwoord עבר ‘ábhar: voorbijgaan, oversteken, van de overkant naar ons toekomen.
De kern van de Hebreeuwse Bijbel, de TeNaCH, is het evangelie dat zegt dat wij niet hoeven op te stijgen tot het Goddelijke, maar dat de God der Hebreeën vanaf de Overkant naar ons toegekomen is en dat Hij nog steeds tot ons afdaalt via de Hebreeuwse Geschriften.
In de Woorden van de Bijbel steekt de God van Israël a.h.w. de ‘GrensRivier’ over, die van onze kant uit onoverbrugbaar is.
Als ‘TijdStiplezer’ weet u het mogelijk inmiddels wel, maar het is goed om nog eens te schrijven dat wij met deze Bijbelvisie dus duidelijk afstand nemen van de Grieks georiënteerde visie, dat de Bijbel een vrucht is van de menselijke verbeelding. De Griekse denker beredeneert als volgt: de mens kan door de gave van onze creatieve verbeelding ook zogenaamde ‘grensrivieren’ passeren.
Wij kunnen wel eens tegen het ‘plafond’ van ons denken aanlopen, tegen een grens die we niet zomaar kunnen oversteken. We kunnen dan vermoeden dat er achter die grens toch ‘Iets’ zou kunnen zijn dat niet zintuiglijk waarneembaar is en ook niet logisch. In dat geval kunnen wij dan door middel van onze creatieve verbeelding in die andere wereld binnendringen, ons indenken in dat hogere ‘Iets’ en de grens oversteken (‘ábhar) en zo ons een eigen Godsbeeld scheppen. Aldus de Griekse denker.
In deze Grieks gestempelde visie zou de Bijbel puur een vrucht zijn van onze eigen verbeelding en zou dus alles wat wij mensen over God zeggen thuishoren in het ‘domein van de verbeelding.’ Men voegt er graag aan toe dat verbeelding in dit verband geen ‘onzin’ betekent, maar alleen ‘een ander domein dan dat van de realiteit’(Kuitert).
Het uitgangspunt van onze artikelen is dat de Hebreeuwse Bijbel geen menselijk bedenksel is, geen vrucht van kunstzinnige literaire verbeelding, maar een uniek profetisch-literair Geschrift, dat vanaf de Overkant naar ons toegekomen is.
Nog anders gezegd: Gods Woord is de in schrifttaal verstilde Stem van de God der Hebreeën. Een ‘gestolde Stem’ die door Geest van Israëls God, door Zijn Heilige Adem (Ruach) weer ter sprake komt voor ieder die gelooft. Voor de gelovige Bijbellezer is het alsof de Woorden zich losmaken van het papier en God rechtstreeks tot hem of haar gaat spreken. Hebreeuws is werkelijk niet zomaar een taal… het is Zijn Taal.