Van de 22 Hebreeuwse letters lijkt de Waw ו het meest op de mens. Het is een rechtopstaande soort stok. Het is de zesde letter en niet toevallig is de mens op de zesde dag geschapen. De naam ‘waw’ betekent haak. Het is daarom ook een oermenselijke functie om een haak te zijn. De mens heeft als taak een tussenschakel tussen God en de wereld te zijn, een verbindingsfiguur die, al dankende voor de goede gaven die de Schepper hem/haar geeft, de schepping verbindt met de Hem. Maar ook nog in ander opzicht is de mens een haak, want als geen ander schepsel kan hij dingen aan elkaar haken: logische verbanden leggen, verbindingen maken die er eerder niet waren en op basis daarvan iets nieuws scheppen. Dieren zijn weliswaar eerder dan wij geschapen, zijn hoogst intellectueel en hebben gaven die wij als mensen missen, zoals o.a. rensnelheid, een perfect zicht of reukvermogen e.d. maar mensen kunnen daarentegen wat dieren niet kunnen: iets nieuws construeren, constructies van hout of metaal uitvoeren, maar ook denkconstructies, boeken schrijven, theorieën of ideologiëen uitwerken. Mens zijn is creatief zijn: een medeschepper naast dé Schepper.
De ontdekking van deze creatieve mogelijkheden betekent een nieuwe fase op onze menselijke levensweg.
Maar tegelijk is deze unieke begaafdheid ook de grootste kwetsbaarheid. Het is bijzonder verleidelijk voor het zelfstandige, rechtop staande, creatieve Wawwezen om zich los te haken van zijn Schepper en Bevrijder en zich ‘als God’ te gaan gedragen, te doen wat goed is in eigen ogen. Wij mensen kunnen zelfs goed en kwaad gaan verbinden, aan elkaar haken. Oorspronkelijk, in de Hof van Eden (Gen. 3:1), kwam die verleiding alleen van buitenaf, maar nu, sinds de zondeval, is die verleidelijke stem er ook van binnenuit, voortdurend. Waar de scheppende mens, de ‘6’, gehoor geeft aan de fluisterstem van de verleider en zich ‘loshaakt’ van de Schepper, openbaart zich tenslotte de ‘666’, de finale tegenstander van God en Zijn Koninkrijk op aarde.