De Hebreeuwse Bijbel is letterlijk Zijn Woord. Iedere letter staat op zijn/haar plaats. Woord in het Hebreeuws is dabhar דבר, met twee volle áá-klanken. Wanneer men die volle a-klanken gaat omwisselen voor ingekorte e-klanken dan ontstaat er met dezelfde lettercombinatie een geheel ander woord, nl debher. Debher betekent pest. Dit is een diepzinnige taalsymboliek: Wanneer we van de volheid van Zijn Woord iets afdoen, Zijn Woord inkorten, alleen als het ware datgene accepteren wat ons redelijk lijkt, gaat het restant van het Woord verzieken, krijgt het een verpestende werking in plaats van een helende, heilzame werking. Dat geldt vooral voor het Geschreven Woord, het unieke Document dat de Stem van Israëls God ook vandaag de dag tot ons spreekt. Wanneer we daaraan tekort doen, als we bijv. stellen dat er in de Bijbel naast het Woord Gods ook veel menselijks is, menselijke fouten en tijdgebonden elementen die uitgezuiverd moeten worden, dan gaat deze ‘verkorte’ Bijbel verzieken en krijgt het resterende Woord Gods een negatieve, verpestende lading.
Maar is de Bijbel dan niet ook een menselijk Boek? De Bijbel is volop menselijk, voor de volle 100%, maar tegelijk ook voor 100% een Goddelijk Boek, een Meesterwerk van de Heilige Geest, een literair Kunstwerk van de Bovenste Plank, waarbij elk woord, zelfs elke letter zoals al gezegd op Z(z)ijn plaats staat. De Bijbel is geen lappendeken van losweg of toevallig aan elkaar geknoopte teksten uit diverse tijden en culturen met al hun kleinmenselijke tekortkomingen en beperkte blikken, maar een harmonisch geheel, waarbij alle logische chronologische oneffenheden met Meesterhand zijn opgenomen in het Grote Geheel van Gods Unieke Woord. Niets, geen ‘titel of jota’, laat zich ongestraft uitzuiveren door middel van onze eigenwijze, Griekse rationeel-wetenschappelijke, historisch-of literair-kritische methodieken. Wie afdoet van dit Boek roept de plaag van de debher-pest over zich af (Open. 22:18,19). De Bijbel is helemáál, met tweemaal een ‘a’, volop, volledig het Woord van God, Dabhar .דבר
De Bijbel is ontstaan op de wijze van het brood. Het dagelijks brood is een unieke gave Gods (een soort ‘gad’ גד, zie artikel over wat is geluk) zoals in het Joodse dankgebed wordt beleden; U danken wij Adonai, onze God, Koning van de wereld Die het brood uit de aarde doet voortkomen.’
Wie anders dan Hij kan de graankorrel in de donkere aarde laten sterven en doen opstaan in veelvoud? Maar brood is ook 100% een menselijk werk: de mens ploegt, zaait, maait, dorst, maalt, mengt en bakt. Op het oog zo een menselijk baksel, maar niettemin is dit wonderlijke product voor de volle 100% Gods werk en daarom is er reden om Hem te bedanken voor het brood dat Hij ‘uit de aarde doet voortkomen’ en ook om Hem te bidden: ‘geef ons heden ons dagelijks brood’. De Heilige Schrift, dit Brood des levens, is volledig Zijn Werk.
Men zou ook kunnen zeggen dat de Bijbel is ontstaan op de wijze van de wijn. Wijn met inbegrip van alle menselijke arbeid is een wonderlijk en kostelijk Godsgeschenk. ‘U danken wij Adonai, Koning van de wereld, die de vrucht van de wijnstok heeft geschapen.’
Lechaijim!!!