Vaak staat onze aandacht voor de Geest in het perspectief van onze persoonlijke en gemeentevernieuwing. Maar: als Messias Jezus verschijnt – vervuld met Gods Geest – en Hij na Zijn dood, opstanding en verhoging de Geest laat komen op Israël en vanuit Sion ook op ons, staat dat heil van de Geest in het grote perspectief van Gods verlangen (om terug te keren) naar Jeruzalem om daar te wonen in het midden van zijn volk.
Gods verlangens naar het einde van Zijn ballingschap (gezien vanuit Jeruzalem), en naar de terugkeer en perfecte eenheid van Zijn volk, en naar de eenheid tussen Zijn volk en de ‘ontelbare menigte uit alle volken’, komen alle samen in Messias Jezus. Door Zijn vleeswording in het midden van Israël, zijn er beslissende stappen gezet op weg naar de terugkeer van God en zijn volk naar Sion. Ook in onze tijd werkt de Messias gericht op de realisering van deze verlangens van Israëls en onze God. Hij betrekt door zijn Geest ons bij dit verlangen en dus ook bij het Messiaans geding om Jeruzalem en het land. In deze lezing worden lijnen vanuit de Bijbel zichtbaar gemaakt, die doorlopen tot midden in de hedendaagse actualiteit van het conflict rond Israël, het land en Jeruzalem. Tegelijk willen we ons oefenen om te denken en te leven vanuit Gods brede verlangens en daarin concreet te delen.
De Heilige Geest verlangt naar het einde van de ballingschap
Het gaat vandaag om het kennen van God: Romeinen 11:33-36: ‘O, diepte van rijkdom, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst gegeven en het zal hem wedervergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid, amen.’
Kennis van Gods wegen is kennis van God Zelf! Onze roeping is: God liefhebben boven alles! Dat beteken ook ‘peilen’ wat in zijn hart is: zijn benauwenis kennen (Jesaja 63:9, Jeremia 8:18-9:1), met Hem en zijn Messias waken (Gethsemané!) om Hem liefde te bewijzen (de zalving van Maria: Johannes 12:1-7).Het gaat om de vreugde voor God Zelf! ‘Eeuwig vreugde voor God’ (3e couplet van ‘Glorie aan God’).
De Geest en verlangen: die koppeling kennen we. Verlangen naar de Geest – wij mensen verlangen naar de Geest, we spreken erover en bidden erom. Vaak binnen het perspectief van onze persoonlijke- en gemeentevernieuwing. Als het echter gaat om het verlangen van de Geest dan moeten we nadenken over wat Hem bezig houdt. Dan gaat het om ons zicht op God: hoe goed kennen wij Hem, hoe goed kennen wij Zijn verlangens, Zijn wegen?
Natuurlijk is ons kennen van zijn grootheid en van de diepte van Zijn hart altijd beperkt… om de liefde van Christus te kennen en te delen in de volheid Gods hebben we de Geest en, naast Hem, alle gelovigen nodig (inclusief de Joodse volgelingen van de Messias) en dan nog gaat die liefde onze kennis te boven. En dan nog gaan zijn werken ons bidden en beseffen te boven (Efeziërs 3:17-21). Wij worden geroepen deze God te zegenen… deze God die meer doet en kan doen dan wij bidden en beseffen (vs. 20-21)
In onze tijd bepaalt de Geest van God ons bij ernstige lacunes in onze kennis van God en zijn wegen. Dat het Joodse volk de Shoa overleefde, terugkeerde en terugkeert naar Gods land, dat we op een nieuwe manier het Jodendom ontmoeten en dat ook Joodse volgelingen van Messias Jesjoea hun plaats aan tafel opeisen… dat alles heeft gemaakt dat wij ons opnieuw moesten afvragen: Hoe (goed) ken ik God? Heb ik Hem verstaan en zijn weg gekend?
Spreekt Hij… in wat zich afspeelt in deze eigentijdse gebeurtenissen rondom het volk, het land en Jeruzalem? Een van de theologische voorvaderen van de PKN (de Gereformeerde dogmaticus Herman Bavinck) zou vandaag – wanneer hij zijn visies niet zou hebben herzien – zeggen:
‘Maak je geen zorgen: de Messias heeft niets meer van doen met een speciaal volk en een bijzondere plaats voor het land en de stad Jeruzalem’: “Alle begrippen des Ouden Testaments leggen hun uitwendige, nationaal-Israëlitische beteekenis af en worden in hun geestelijken, eeuwigen zin openbaar (IV, p. 734). “Het volk van Israël is in de dagen des O. Testaments tijdelijk verkoren, opdat het heil straks in de volheid des tijd aan heel de wereld ten goede zou komen” (IV, p. 735). “… het Oude Testament is een tusschenbedrijf” (IV, p. 735). “… aanschouwelijke beelden en nationale, zinnelijke vormen” (IV, p. 733) vertellen in het OT over de genade van/door Jezus. Het kinderlijk begrip van Israël (“…de vatbaarheid van Israël… als een kind”) maakte dat God al het hemelse en eeuwige in aardsche schaduwen hulde (IV, p. 733).
Deze ‘oude’ denkwijze (waar is ze nog aanwezig binnen onze kerk… ?) is springlevend (al is het soms anders beargumenteerd) onder mainstream Palestijnse christenen (en de hen ondersteunende stromingen binnen de Christelijke kerk wereldwijd) want in deze visie heeft God geen speciale plaats overgelaten voor één volk, land en stad. En zo hebben we soms ook binnen de gemeenten in de PKN daarmee te maken.
Maar in de vorm ‘vervullingstheologie’ kom je dit denken ook onder orthodox-christelijke (denk aan invloed van N.T. Wright) en ook evangelisch charismatische gelovigen en theologen tegen. Vaak geldt dan het leesprincipe: “We lezen het OT vanuit het NT; het NT moet duidelijk maken wat het OT bedoelt”, en wordt het NT dan op zo’n manier geïnterpreteerd dat er geen sprake meer kan zijn van verlangens van God naar zijn land en zijn stad. Gods verlangens zijn enkel gericht op de nieuwe hemel en aarde. Vervulling van Gods beloften betekent binnen deze ‘vervullingstheologie’: vervulling ‘binnen de kerk’ die de voortzetting en de uitrijping is van Israëls gelovige rest. Het is niet het begin van vervulling binnen Israël, waarin gelovigen uit de volken mogen delen, en waarvan de volle vervulling voor heel Israël nog uitstaat! Ook heeft God geen bemoeienissen meer met Israël buiten het verlangen dat het zijn Messias zal kennen. De weg van Israël in de ballingschap wordt niet gedeeld door de Messias. De Messias is niet de Koning der Joden, slechts is Hij dat van een deel van het volk. Israël als volk is verder het ongelovige en ongehoorzame volk, dat geen ‘goddelijke rechten’ meer heeft. De Messias is dus binnen dit denken niet de verwerver van alle voorrechten voor Israël… die zijn volk daarin zal laten delen. Niet de Eersteling die gevolgd zal worden door heel zijn volk. Er is geen sprake van een God die omwille van zijn Naam héél Israël zal terugwinnen. En er is nooit echt sprake geweest van een trouw van God aan het hele nageslacht van Abraham. De ‘geliefden omwille van de vaderen’… dat is eigenlijk een loze uitdrukking.
De smart van God om heel zijn volk, wordt van zijn essentie beroofd doordat het ‘ware’ Israël alleen Gods Israël is. De Hosea-liefde van God is niet gekend. Binnen deze vervullingstheologie is er geen ruimte meer voor de eigen fysieke roeping van Israël en de vervulling van de ‘fysieke/aards-gebonden’ beloften rond stad en land. De roeping van Israël en Gods beloften worden (met het beeld van vloeistof) spiritualizerend ‘verdund/aangelengd’ waardoor de ‘hoeveelheid’ heil wel schijnbaar toeneemt, maar de samenstelling van het heil verandert. Heidenen worden hier wel toegevoegd… maar de kwaliteit van de olijfstam is eigenlijk al genetisch-spiritualizerend (slechts een deel van Israël – een geestelijk Israël – is de ‘stam’) veranderd. Er is geen sprake van additionele, toevoegings-theologie, maar van een vervullingstheologie die in feite verdunde vervangings-theologie is.
God verlangt dus in dit denken, dat in het verleden en ook vandaag nog wijdverbreid is (en dat zonder moeite door middel van talloze citaten aan te tonen zou zijn), niet echt naar Jeruzalem en naar Zijn land: eigenlijk verlangt God alleen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Jeruzalem is eigenlijk nooit echt Gods stad geweest – de stad waarheen Hij wenst terug te keren – voor God is het een startbaan geweest naar iets groters, hogers. God heeft dit land in het midden van de aarde nooit echt bemind, het ging Hem om de wereld, in een algemene, niet nader gespecificeerde, geografische zin. Eigenlijk houdt God alleen van ‘de ziel’ van het volk Israël (‘true Israël’) – er vindt zo een soort gnostieke invulling van/visie op Gods liefde voor zijn volk plaats!
Maar: laten we tegen deze achtergrond nu stilstaan bij de woorden van Jezus op de laatste, grote, dag van het Loofhuttenfeest. Dan wordt talloze malen gebeden en geroepen Hosha–na! Verlos-toch! Er wordt geroepen om de totale heilsopenbaring van God! Elk jaar wordt dit nog miljoenvoudig geroepen op ‘de grote dag’ van het feest (Johannes 7:37-38).
We lezen: Jezus staat en zegt dan: ‘Wie dorst heeft kome tot Mij en drinke’. Hij doelt daarbij op de Heilige Geest, zegt Johannes erbij.
Dat water, de Geest, is het begin van die ‘heilsrivier’ (Zacharia 14:8 en vgl. Ezechiël 47) die allereerst Gods land (vgl. ‘de oostelijke zee’) maar dan ook de wereld (vgl. ‘de westelijke zee’) zal zuiveren en heiligen…Wij verbinden de Geest vaak via Pinksteren… met de kerk, met de inwoning van God in de gemeente en ons persoonlijk… maar de Geest is in de eerste plaats het begin van de vervulling van het Loofhuttenfeest in deze wereldtijd, onder Gods volk, en zo (op die wijze) ook een bron waaruit wij uit de volken mogen drinken! Jezus verbindt in Johannes 7 de Geest dus met Zacharia 14! Zacharia 14 is het hoofdstuk waarin God Koning is in Sion – in Jeruzalem – de Enige Koning over heel de aarde… de Enige God op aarde! Koning in zijn stad, waarin de volken met Israël de HERE zullen zoeken tijdens het Loofhuttenfeest. De Geest… in ons leven is daarmee een geschenk vanuit Sion, een voorproefje van het heil dat op heel fysieke manier aan Israël ten deel zal vallen in Gods land en vanuit Gods stad. Van het heil dat vandaaruit de wereld zal ingaan. De Geest is de Geest van het Loofhuttenfeest (Sukkot), die vanuit Sion verlangt naar het volledige herstel van Sion als middelpunt van de aarde. Hij verlangt naar de wereld met Sion in het midden als bron van zegen en plaats van Inwoning. De Heilige Geest is het voorproefje van de op Sion gerichte, de zionistische, liefde van God: de Geest als Zionist.
Wij kennen allemaal Jeremia 31 met de belofte van Gods Tora in het hart van zijn volk (waardoor zijn volk de ‘levende ark’ zal worden) en Ezechiël 36, het hoofdstuk over de gave van de Geest als het nieuwe hart van Israël. Maar in beide gedeelten (zo prominent aanwezig in het NT) gaat het erom dat Israël klaargemaakt wordt om eeuwig in Gods land te mogen wonen. ‘Ik zal het omwille van mijn eigen Naam doen,’ zegt de HERE, ‘Ik zal ervoor zorgen dat de voorwaarden gecreëerd worden zodat Israël heilig en zuiver zal mogen wonen in het land!’ In Gods land!
Als God zijn Zoon laat ‘invlezen,’ Joods vlees aannemen, dan gebeurt dat in deze bedding van het hele OT, met alles wat daar door God is ingesteld en beloofd. God schenkt deze Ene, Die Jood is. Lijfelijk is Hij verbonden met Israël, tot in eeuwigheid. Om de samenvatting van Israël, Israëls priesterlijke en koninklijke vertegenwoordiger, te zijn. Om de Eersteling van het volk te zijn. Zijn lijfelijk ingaan in het Joodse volk – in de baarmoeder van Maria/Mirjam – is de garantie dat al Gods beloften aan Israël ook heel lijfelijk vervuld zullen worden. Zo dient Hij God terwijl heel Zijn leven ook gericht is op Jeruzalem. En ook de Geest komt op deze Ene – na zijn ‘doop’ in de Jordaan – die opgaat naar Jeruzalem om God daar te dienen! De Geest is dus onderweg naar Sion! En als de Geest in Handelingen 2 neerdaalt is dat in Jeruzalem, om vandaar uit te gaan en de volken daarheen terug te brengen. Het zionistisch verlangen van de Geest!
En: als de eerste Messiaanse gelovigen in ballingschap gaan (Handelingen 8:1,4 en 11:19) en zo delen in de zich verdiepende ballingschap van heel Israël, gaat de Geest mee in ballingschap… om uiteindelijk ook heel Israël thuis te brengen!
Ook de opstanding van Jezus is de garantie dat alle beloften van God ‘Ja en Amen’ zijn. Zijn lichaam was geen schijnlichaam geweest, Zijn opstanding geen geestelijk gebeuren terwijl Zijn lijk was weggemaakt …! Het lijfelijke karakter van de opstanding is de garantie dat het ook met lijfelijk Israël, en het fysieke Jeruzalem in het midden van Gods heel reële land goed komt! Geen geografisch-docetisme (Gerald McDermott, The New Christian Zionism).
Maar terug naar de Geest: de Inwoning van God, door zijn Geest, met zijn Tora in het hart, die geschiedt 50 dagen na de Opstanding van de Messias… is in de eerste plaats een daad van God aan Israël, zodat in Israël een begin gemaakt wordt met de Messiaanse heiliging, die zal maken dat het volk uiteindelijk ten volle en geheel geheiligd zal zijn en zo zal kunnen wonen in Sion, zowel in deze tijd als in de komende eeuwen.
De Geest is dus in de eerste plaats in alles verbonden met Gods bedoelingen met het Joodse volk… en het begin van Gods definitieve vervulling van al zijn beloften voor Israël en van alle beloften voor de wereld. De Messias verdiende (‘ontvangen’ – Handelingen 2:33) de Geest voor Israël en bewerkt ook dat die heilsrivier gaat stromen in ieder die in Hem gelooft uit de volken. Hij verwierf alles.
En wéér: wat de Heer Jezus als Messias verkreeg van God is niet iets bovenaards, on-lichamelijk heil, heil-voor de kerk-losgemaakt-van-‘de-aarde-met-Sion-als-het centrum’. Hij verkreeg ook het recht om te wonen in het land – al is Hij gezien vanuit het land nog in ballingschap. En in Hem – de Eersteling – krijgt ook heel Gods volk uitzicht op het deelachtig worden van de vervulling van alle beloften. Immers: als God de Messias heeft gegeven zal Hij dan ook niet alle beloften schenken? (Romeinen 8:34). Dus: Hij heeft niet alleen maar een deel van Israël gezegend en zich daarna tot de heidenen gewend (de heidenzending)… maar nog steeds deelt Hij het bestaan van Israël en wacht Hij op, is Hij bezig en gericht op de totaliteit van het volk en de totaliteit van Gods beloften! Ook de Messias heeft nog niet alles in bezit en verkregen, dat God aan zijn volk beloofd had! Ook Hij lijdt nog verdrukkingen totdat heel Israël gekleed zal zijn in zijn Messiaanse heiligheid! De titel ‘Koning der Joden’ is werkelijkheid vandaag: niet maar iets van het verleden (vgl. de wijzen rond zijn geboorte of als spottitel aan het kruis). De Geest zal u alles openbaren: Hij laat de Geest komen op Israël en geeft inzicht (Johannes 14 enz.) in deze werkelijkheid!
De Geest maakt ons in onze tijd steeds meer duidelijk (valt dit ‘beëindigen’ van onze blindheid samen met/is het gerelateerd aan het ten einde komen van ‘de tijden der heidenen’), Hij openbaart, dat in Messias Jezus God de weg is ingeslagen naar het einde van de ballingschap van Hemzelf en van zijn volk. De weg naar de volmaakte eenheid van zijn volk. De weg die leidt naar Gods Inwoning in Sion. De weg naar de eenheid van heel Israël samen met die ontelbare schare uit alle volken, waar God en zijn Messias zo naar verlangen. (Conferentiethema: De Geest brengt samen…).
De Messias is verbonden gebleven met heel Israël, niet slechts met het deel dat Hem heeft (h)erkend… Hij is dat omwille van de naam van God! Dienaar van de besnijdenis! (Romeinen 15:8) Nog steeds! Door ons is dit lange tijd niet gezien en daarom hebben we ook geen oog gehad voor het feit dat Hij deelt in Israëls ballingschap gericht op/onderweg naar de terugkeer. Als de Eersteling dient Hij zijn volk onderweg daarheen! Op het moment dat onze Christologie (leer over de Christus/de Messias) de incarnatie in het midden van Israël ten volle serieus neemt en onze pneumatologie (leer over de H. Geest) ziet dat de Geest heel lijfelijk Israël begint te vervullen in Handelingen 2 en niet zal rusten voor dat werk is voltooid… Op het moment dus… dat we afscheid nemen van een ‘Christologie ontdaan van aards-nationale trekken’ en evenzo van een neumatologie ‘ontdaan van aards-nationale/etnische trekken’ (kosmisch of individualistisch ingekleurd)… op dat moment… gaan we er in geloof oog voor krijgen (en moeten we ernaar op zoek gaan) dat niet slechts God Vader, maar ook de Zoon, de Messias, en ook de Geest in verleden en heden toewerken naar de vervulling van alle beloften vanuit Sion.
De Geest van de Koning der Joden verlangt naar Sion, naar Zijn Inwoning in het gehele volk, tezamen met de grote schare uit de volken. Hij verlangt naar Gods eigen terugkeer naar Sion. Gods terugkeer naar Sion nu in deze tijd en uiteindelijk in het vernieuwde Sion, Jeruzalem op de nieuwe aarde. En Hij werkt daar naar toe in verleden en heden. Gods beloften, de dienst van de Messias, het werk en waken van de Geest en Israëls gebeden; ze hebben het volk laten overleven in de verstrooiing, zelfs in de Shoa, ze hebben het volk soms druppelsgewijs (langzaam) maar ook in grote golven (snel) laten terugkeren. Zodat nu (zeker/ruim) de helft van het volk Israël in Gods land woont!
2 november jl. – 100 jaar geleden 2-11-1917! – de Balfour-declaration! Dat is geen document van onrecht (Kairos-Sabeel)… maar een door God geleid instrument geweest… ! Nog voordat de moord op 6 miljoen zou plaatsvinden! (geschreven in 2017, red.)
29 november 1947, nu net 70 jaar geleden (geschreven in 2017, red.), keurde de VN het verdelingsplan voor Palestina goed … die dag is geen ramp voor de mensheid of de Palestijnen (die dag ‘solidariteitsdag met de Palestijnen’)… maar gerechtigheid Gods en daad van Gods toewending naar Israël…! Het ontstaan van de staat Israël (‘begin van het ontluiken van de verlossing’) –dit jaar 70 jaar geleden – heeft dus niet alleen met de beloften van God, maar ook met de voortdurende dienst van de Messias en zijn Geest te maken.De Geest van de Messias, die in ons woont, betrekt ons zo bij het Messiaans geding om het land!
Hij leert ons bidden
Hij geeft zicht op het Koninkrijk
Hij leert ons samen met Israël lijden omwille van Gods plan met Israël.
De Heilige Geest heeft Israël lief! Zoals God Israël liefheeft… en dus vraagt dat van ons ander gedrag, ander dienstbetoon etc. Dit moet concreet gemaakt worden in de kerk, in de gemeenten!
Als iemand de vraag stelt: Hoe kan het dan toch dat er zoveel zegen verspreid wordt door Geest-vervulde mensen die toch hiervoor blind zijn? Het geheim van Gods genade ligt – denk ik – in het feit dat Gods werken altijd ‘boven (ons) bidden en beseffen’ uitgaan. Maar toch vraagt geestelijke vernieuwing ook dat dit verlangen van God gekend wordt en gedeeld wordt en ons gebed en dienst gaat bepalen. De kracht en gaven van de Geest staan in relatie tot dit verlangen: Colossenzen 1:24 (het Lichaam van Christus… Wat zal dat anders zijn dan héél Israël plus de grote menigte uit alle volken!) en vers 29! Profetie en genezing zijn ten diepste ‘gericht op’ Sion! Daarheen worden de gaven van de heidenen gebracht, de dank aan God.
Hoe moet het dan in de concrete weerbarstige situatie op de grond?
Verootmoediging…
Gebed en gebed…
‘dwaze profetische taak’: Gods wil over Zijn land en volk verkondigen tegenover ‘internationaal recht’!
profetisch mee-lijden met Israël
wegen tot verzoening zoeken met heel Israël, in het Land…
dit heeft alles te maken met de noodzaak van een ‘ander’ evangelie;
daarvoor en daarin hebben we ook alle gaven van profetie en van heling nodig!
Want: HIJ Zelf wil daar terugkeren met zijn volk: ‘de Geest en de Bruid roepen: kom!’
Edjan Westerman
Aalsmeer
(www.messiasleren.nl)
Vragen n.a.v. deze lezing
Als Messias Jezus alles te maken heeft met de bewaring en terugkeer van Gods volk en met het Land en de stad Jeruzalem… wat betekent dat dan voor ons zicht op en omgaan met alles wat er in de actualiteit rond Israël gebeurt ?
Hoe zou de Heilige Geest Gods verlangen naar Sion… mogelijk willen uitdrukken in ons gebed, gemeenteleven en persoonlijk leven door de Geest?