Hét aangrijpingspunt voor een grondige reformatie van de samenleving is het gezin in de bedding van de familie. Elk gezin is in principe een vormingsinstituut: de dagelijkse gezinsschool rond de huistafel is een onmisbaar instituut voor de vorming van een mondige samenleving. Aan deze tafel kunnen kinderen de allerbeste informatie krijgen vanuit de alleroudste Bron, de Hebreeuwse Bijbel. Hier kunnen kinderen ook vanaf de prilste jaren leren ‘kijken met hun oren, met het oor aan ’t Woord’, leren kijken naar het leven zoals van dag tot dag ook op hen toekomt. Hier aan deze tafel kunnen kinderen van jongs af aan leren luisteren naar Gods Stem én die Stem ook leren te beantwoorden in een leven van dankzegging en viering.
De ouders, en zo spoedig mogelijk ook de oudste kinderen, zijn in het gezin de moderne ‘priesters’, de leraren in de eerste lijn. Zij zijn de uitverkoren presbyters (= het Griekse woord voor ‘oudste’ waarvan het woord ‘priester is afgeleid!) die het kind moeten leren kijken, met hun oren op het Woord en leren antwoorden: Hoor Israël!
De toerusting van deze presbyters is een zaak van het allergrootste gewicht. Voor elke schoolvereniging of oudervereniging zou dit agendapunt nr. 1 moeten zijn: het mondig maken van de ouders, o.a. door het aanbieden van Hebreeuws taalcursussen, waardoor men onafhankelijk van geleerde tussenpersonen, rechtstreeks toegang heeft tot de alleroudste Bron, de Hebreeuwse Bijbel.