In het derde deel van de serie over de namen van God behandelen we ‘Echád’ אחד , één- twee- of drie-Eénheid?
De ‘Tien Woorden’ die men in de volksmond de Tien Geboden noemt, beginnen met het woordje ik, anochi אנוכי. Op school leerden we, als het goed is, dat we een brief niet met ‘ik’ laten beginnen. Maar deze Ik, Die met de Aleph א, de eerste Hebreeuwse letter begint, is niet zomaar Iemand. God is de Eerste, de Aleph א en Hij is Eén. Het Hebreeuwse woord voor één, ‘Echád אחד is hét keurmerk van Israëls God.
Het woord zegt in één woord alles over Hem. Echád heeft drie betekenissen:
1. eerste of één, als telwoord,
2. enig, uniek en
3. verenigd, uit één stuk, betrouwbaar, héél. De eerste en ook de enige keer dat ‘echád in deze drievoudige betekenis voorkomt in relatie tot Israëls God is in Deut. 6 vers 4: JHWH, de Altijd en Alom Aanwezige is Echád.
‘Echád אחד betekent: nummer eén
De eerste letter van het woord echad, de Aleph א, betekent getal 1. De eerste keer dat אחד echad voorkomt in de Bijbel heeft het de betekenis van ‘nummer één:’ het was morgen en avond geweest, dag één, jom echad, יום אחד (Gen.1:2). Dat is veelzeggend: nummer één zijn, de eerste zijn, is de basisbetekenis en ook de meest voorkomende betekenis van echád. Dat geldt dus ook met betrekking tot Israëls God. Voorop staat dat Hij de Nummer Eén is, de Allerallereerste van al het bestaande. Vóór Hem was er niemand. Ook niet ‘Iets’, iets dat Hem overstijgt, niet zo ‘iets’ als het Oneindige, zoals men in de kabbala (Joodse mystiek) wel spreekt over de Ein Sof (het oneindige), of de AllerHoogste Sfeer.
Nee, Iets anders dan JHWH is er niet. Nergens, niet in en niet buiten de kosmos.
JHWH, יהוה Hij Die aanwezig was, erbij is en altijd aanwezig zijn zal, is de AllerEerste, de א en ook de AllerLaatste, de taw ת. Alle pogingen om buiten Hem om op te stijgen naar Iets Hogers dan Hij, alle inspanningen om via mystieke wegen achter JHWH langs op te klimmen naar een nog Hoger Verborgen Wezen, naar het Grote Geheim, zijn tevergeefs. Alle mystieke wegen zijn doodlopende wegen. JHWH is immers Zelf het Grote Geheim en in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij zoals Shaul/Paulus het zegt in Hand. 17:28. Buiten Hem en Boven Hem is er niets, het huiveringwekkende niets.
Bij de Oosterse religieuze filosofie denkt men niet vanuit de Eén, maar neemt men het Niets, de Nul, als uitgangspunt. Uit het Niets, dat gezien wordt als Het ‘Alles Ver-Niet-igende Vuur’ zouden zich (tegen de Wil van het Niets) ontelbare vonkjes hebben losgemaakt, die op de één of andere manier weggespat zijn en zich belichaamd hebben in miljarden individuen: goddelijke ‘Ikjes’ die nu vastzitten aan het aardse leven, gekerkerd in lichamelijke begeerten. De bevrijding uit dat aardse, zo leert men, is het ontwikkelen van bewustwording, onthechting van het aardse en bewuste terugkeer naar het OerVuur.
Deze terugkeer wil men bereiken door middel van geestelijke inspanningen (meditatietechnieken) die leiden tot de vernietiging van het ‘ik:’ het ‘ik’ moet zich oplossen in het Grote Geheel, in het Al = in God. Dit Niets, dit Allesomvattende Geheel is gesymboliseerd in de figuur van de cirkel= de nul. Dit reli-filosofische nul-denken vertaalt zich in onze nul-rekenkunde: de nul is via Arabische kooplieden het Christelijke Westen binnengerold. Heel onze wijze van cijferen, vermenigvuldigen en delen berust op de invoering van de nul! De Bijbelse rekenkunde echter, cijfert vanuit de Eén.
De letters van het woord אחד onderstrepen deze betekenis. De eerste letter, de א Aleph betekent eersteling. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor de ח Cheth. De Cheth, de achtste letter in het Hebreeuwse alfabet, is de eerste van een nieuwe ronde: na de zevende dag komt de achtste, de dag van de herrijzenis! De laatste letter, de Daleth ד betekent deur, toegangspoort. We mogen in Hem zijn, Hij is onze enige deur zoals ook Jehoshua van Nazareth zei: “Ik ben de Daleth, de Deur,” door Hem komen wij bij de Vader (Joh. 10:9).
Er is woordverband tussen אחד echad en אחר achér: ander (Gen. 4:25, Ps. 109:8). Zo te zien is er een miniem verschil met אחד: de Daleth ד en de Resh ר lijken immers bijna sprekend op elkaar! In de Hebreeuwse Bijbel, ook in de NBV-Tanach Bijbel is daarom de Daleth van אחד groot gedrukt. Als men een Resh zou lezen in plaats van een Daleth, zou de kernzin: ‘onze God is nummer één, enig, uniek’ vervalst worden tot ‘onze God is net als de andere goden!’
‘Echád betekent: enig, uniek
Er is niets vóór Hem en boven Hem, maar ook niets naast Hem, niets wat met Hem op één lijn kan staan: ‘Met wie wilt gij Mij dan vergelijken, dat ik Hem gelijk zou zijn, zegt JHWH (Jes. 40: 25). Er is er maar één zoals Hij, onvergelijkelijk. En dat weerspiegelt zich in al Gods werken. Alles wat uit Zijn Handen komt is uniek: geen twee blaadjes aan de boom zijn gelijk, geen twee mensenkinderen zijn gelijk, al zijn we wel gelijkwaardig, en geen twee volken zijn hetzelfde. De liefde voor de moderne massaproductie en de reli-filosofische slogan dat ‘alle mensen in wezen hetzelfde zijn’ en dat nationale gevoelens achterhaalde zaken zijn, stroken niet met het Unieke Wezen van Israëls God en niet met het unieke karakter van al Zijn werken.
Hij is ‘Echad betekent: Ver-énig-d
Behalve de Eerste en de Enige, is JHWH ook één in de zin van: uit één stuk. Hij is niet innerlijk verdeeld, maar ver- één-d. Dat wil allereerst zeggen: Hij doet zoals Hij heeft gezegd, Hij is betrouwbaar. Hij is een God op Wie we bouwen kunnen: wie op Hem vertrouwt, zal nooit beschaamd uitkomen. Hij zegt niet de ene keer zus en de ander keer zo. Voor Hem geldt: beloofd is beloofd! Als Hij Abraham belooft: ‘dit land zal ik U geven en Uw nageslacht’, dan maakt Hij dat waar. Al duurt het 400 jaar, al duurt het 2000 jaar! Hij doet zoals Hij heeft gezegd.
Op God gaan lijken, mens zijn naar Zijn beeld betekent vooral: Zijn betrouwbaarheid weerspiegelen. Mens zijn in Zijn spoor is innerlijk ver-één-d zijn. Niet dubbelhartig zijn maar héél van hart, shalém שלם (waarvan het woord shalom komt). Here God, verenig’ mijn hart om Uw naam te vrezen (Ps. 86: 11).
Woord en Geest, een Twee-Eénheid
Dat God ver-één-d is, betekent ook dat Zijn Woord en Zijn Geest samen één zijn in Hem. Woord en Geest zijn twee totaal verschillende Grootheden. Het Goddelijke Woord is levend, bewegelijk, maar tegelijk onwrikbaar als een rots: wat God van Bovenaf gezegd heeft, de neerdalende zichtbare Woorden, dat staat vast (letterlijk staat er in Ex. 20:15 dat zij de Stem zagen, de bewegende Letters/Woorden en vertaalt men dit foutief met ‘zij hoorden de donderslagen’…).
Terwijl daartegenover de Geest Gods een heel andere Grootheid is: speels, creatief, ongrijpbaar als de wind; wind en geest zijn in het Hebreeuws hetzelfde woord: רוח ruach.
Hoe kunnen die Twee met elkaar een eenheid vormen? Dat botst toch tegen elkaar? Maar toch zijn ze één, echád. Zoals ook Gods ‘emeth אמת (trouw) en Zijn chesed חסד (verrassende Liefde) één zijn, en Zijn tsêdáqá צדקה (rechtvaardigheid) en Zijn rachamim רחמים (barmhartigheid) één zijn. Eén zijn als mannelijk en vrouwelijk, als Adam en Eva. Want het één zijn van God, Zijn echád wil zich speciaal weerspiegelen in de eenheid van man en vrouw, van die twee totaal verschillende wezens die ‘als tegenover’ elkaar staan (keneged כנגד: Gen.2:18). Eén van de allergrootste uitdagingen in de menselijke geschiedenis is de eenwording van man en vrouw, én van het mannelijke en vrouwelijke in ieder mens: van het rechtlijnige, logische en het speelse, creatieve. Het is de Geest Gods Die deze eenheid door de saam-horig-heid aan het Woord Gods in ons wil verwerkelijken: Hoor Israël שמע ישראל!
Bijbelse eenheid geen mengeling
Tot slot, de Goddelijke eenheid die Zich wil uiten in ons en in onze samenleving is geen mengeling van mannelijk en vrouwelijk, geen multiculturele mengelmoes van: ‘alle mensen zijn gelijk,’ maar in Gods éénheid is en blijft het Woord puur Woord en door de werking van de Geest openbaart het Woord zich juist steeds meer als het betrouwbare ware Woord. Ook de Geest blijft Zichzelf: hoe meer we horen naar het Woord, des te meer de Geest Zijn specifieke Werk in ons kan verrichten. Zo ook in het huwelijk: waar man en vrouw saamhorig zijn aan het Woord Gods wordt de man meer mannelijk en de vrouw meer vrouwelijk. En in een wereldsamenleving die saamhorig wil zijn aan het Woord van Israëls God en openhartig voor Zijn Geest, komt de eigenheid van elk volk (volksidentiteit, ‘volksgeest’), steeds meer aan de dag.
Enkele notities
De term Drie-éénheid komt als zodanig nergens voor in de Bijbel. De term is pas in de vierde eeuw door Rome geïntroduceerd met als doel zich o.a. nog vollediger af te scheiden van het Jodendom. De ‘Drie-godenterm’ heeft ook teveel associatie met andere vormen van goddelijke drie-eenheden, zoals die van het oude Babylon, Egypte en de nog steeds gebruikte drie-eenheid van de Rooms Katholieke kerk: Heilige Geest, Maria en Jezus. De term leidt helaas tot veel verwarring, vooral ook bij het joodse volk. Er is over dit onderwerp door de Kerkvaders veel geschreven en op internet kunt u zelf eens op deze term googelen. Meningen lopen erg uiteen…Vanuit het letterlijke Woord bezien beredeneren we in het kort als volgt: Woord/Vader, Geest en Zoon kunnen we niet optellen om er een drie-eenheidsterm van te maken. Duidelijker en Bijbelser is te stellen: God is Woord en Geest en Die Twee zijn Eén en de Zoon is één met de Vader. Dan krijgen wat Jehoshua/Jezus ook vroeg wat het grootste gebod en de basis is van ons Bijbelse geloof: Hoor Israël, onze God is Eén! Laten we het daar bij houden.
Het woord ‘echád hangt samen met het werkwoord אחה ‘achah dat als grondbetekenis heeft: verzamelen, verenigen, bijéén brengen. Zoals Abraham tegen Lot zegt in Gen. 13:8: anashiem achiem anachnoe, אנשים אחים אנחנו aanverwante mensen zijn wij. Van dit werkwoord is het woord broeder, ach אח afgeleid.
Er is ook verband tussen אחד echád en יחד jachad (samen) en אח ‘ach bloedverwant, broeder. Die éénheid van woorden zien we prachtig terug in psalm 133:1 ‘Hoe goed is het wanneer broeders samenzitten, een eenheid vormen: hineh mah tobh oemanaiem shevet achiem gam jachad הנה מה טוב ומנעים שבת אחים גם יחד.
De vrouwelijke vorm van echad אחד is achat אחת. In Gen. 11:1 lezen we over die ene taal die de mensen voor de torenbouw van Babel spraken. Vele taaltheologen zijn het erover eens dat die ene taal van in den beginne een directe vorm is geweest van het Hebreeuws zoals we dat nu kennen. God sprak en spreekt Hebreeuws en heeft die ene taal ook onderwezen aan Adam. In de Hebreeuwse taal is Gods woord tot ons gekomen en Jehoshua van Nazareth sprak Shaoel/Paulus aan in de Hebreeuwse taal (Hand. 26:14).