Het hart van het Beloofde Land, dat Adonai beloofd heeft aan de nakomelingen van Abraham, Jitshak en Ja’aqobh, wordt gevormd door Judea, Samaria (Shomron) en het huidige oostelijk Jeruzalem. Is het niet merkwaardig dat dit hart nog steeds niet officieel vrij toegankelijk is voor het Joodse volk?
Het Harteland is niet alleen toegezegd door de God van Israël, maar ook aanvankelijk door de Volkerenbond (San Remo 1922). Aan het Joodse volk werd veel meer land beloofd dan waar Israël vanaf 1948 genoegen mee moest nemen: West Jeruzalem, Galilea, het minst Joodse gebied, met de smalle, kwetsbare kuststrook en de kale Negev woestijn. Het is merkwaardig dat de Staat Israël voor het grootste gedeelte nog steeds bestaat uit een woestijngebied: de Negev, een buitengebied dat niet direct behoort tot de kern van het Beloofde land. Geeft de Bijbelse profetie zicht/licht op die plek? Volgens de Bijbelse profetie is er een ontsnappingsroute voor de heiligen, voor het volk Gods. Zo staat in Openbaring 12:14: ‘Wanneer de draak (type van de antichrist) de vrouw (beeld van Israël) achtervolgt, worden aan de vrouw twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt, buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd.’ Geldt dat Bijbelse scenario van vluchten ook voor de Bijbelgetrouwe Christenen? Maar meer ook: zijn we al beland in de periode van de eindtijd, waarin een wereldwijde dictatuur voorzegd is, een vorm van een hersteld Romeins Rijk, de opkomst van een alles vernietigende Babylonische cultuur, waarin Israël volledig onder vuur komt te liggen. Een periode waarin men tracht met name in Israël de Orthodoxe Joden, én daarbuiten de Bijbelgetrouwe Christenen voorgoed uit te schakelen?
Tekenen ervan zijn zeker zichtbaar voor wie de ogen en oren ‘open’ heeft. Herhaaldelijk worden we gewaarschuwd tegen dit Babylon van de eindtijd. Zelfs vier profeten waarschuwen ons: Vlucht uit Babylon (zie Jesaja 48:20, Jeremia 50:28; 51:6, Zacharia 2:6 en Openbaring 18:4).’ De grote vraag is echter: waarheen dan vluchten? Laat Israël vluchtende niet-joden wel binnen op grote schaal en is de Negev ook voor ons een toekomstig toevluchtsoord? Be’ezrat haShem, met Zijn Hulp: ja! Hoe? Wanneer we er om vragen zal Adonai antwoord geven en praktisch gezien: zorg ervoor ‘connected’ te zijn en te blijven met Israël en haar inwoners. En heeft u die relaties (nog) niet dan ook zal onze God en Bevrijder de weg wijzen.
Kritiek op de Joodse way of life
Sommige mensen storen zich aan de symbolen die het Joodse volk al eeuwen gebruikt, zoals de keppel of bijvoorbeeld de Davidsster, het kenmerk voor Joden waardoor miljoenen de gaskamers ingedreven werden, maar nu het trotse symbool op de nationale vlag van de Staat Israël is. Symbolen zijn merkwaardige dingen: het zijn voertuigen met diepzinnige ladingen. Het woord komt van het Griekse sumballein (samenvallen): een zichtbaar teken valt samen met een onzichtbare betekenis. Dé belangrijkste symbolen zijn de Hebreeuwse lettertekens, die elk geladen zijn met diepzinnige betekenis en die samen het meest diepzinnige vervoeren: het Woord Gods. Naast de lettersymbolen zijn er niet alleen natuursymbolen als water, brood en wijn, lam en leeuw, die elk drager zijn van diepzinnige betekenis, maar ook figuursym-bolen als kruis: het Romeinse kruis, het Griekse vierkante en het Indisch-Germaanse hakenkruis en de ster: de Davidische zespuntige en de oecumenische vijfpuntige ster.
De kernvraag is: waar komen deze symbolen vandaan? De natuursymbolen lam, leeuw e.a. zijn uiteraard afkomstig van God de Schepper, maar de Hebreeuwse lettertekens en de figuurtekens als kruis en Davidsster? Zijn die door mensen bedacht, zelf verzonnen en ontworpen of zijn ze toch ook door God Zelf in de schepping gelegd en zijn ze in de loop der eeuwen ontdekt en erkend in hun echte waarde (waarheid) of juist integendeel vervalst, vertekend? Is de vijfpuntige ster die symbool is van de oudheidense en new-age religie waarbij alles in wezen hetzelfde is – mannelijk en vrouwelijk, goddelijk en menselijk; alles loopt in één lijn in elkaar over* – een demonische vervalsing en vertekening van de unieke Davidische ster, die juist het symbool is van de in de Bijbel benadrukte scheiding tussen Goddelijk en menselijk, hemels en aards, mannelijk en vrouwelijk, Israël en de volken en dergelijke.
Als de onvervalste symbolen van kruis en Davidsster net als de Hebreeuwse lettertekens van Goddelijke oorsprong zijn – en er is alle reden om dat aan te nemen – dan doet het er weinig toe via welke menselijke hand deze universele symbolen aan ons overgeleverd zijn. Wat doet het er toe als ze, voor zover in onze geschiedenis bekend, via Babylonië of Perzië overhandigd zijn? De vraag is trouwens ook nog: hoe kwamen die symbolen in Babel? Wortelen uiteindelijke niet alle volken (de heidenen) in de familie van de vrome Noach? Eeuwenlang hebben de kinderen en kleinkinderen van Sem gewoond in hetzelfde gebied als het nageslacht van Cham. Hoe dan ook, in ieder geval geldt het kruis, dat in feite de grondvorm is van de menselijke persoon (van elk kruisteken is met enkele extra lijntjes gemakkelijk een menselijk figuur te maken) als een Romeinse uitvinding, een puur heidens allerwreedst strafmiddel, maar het is tegelijk het allerzwaarst geladen symbool van het Bijbels Evangelie.
Hoe komt het Joodse volk aan de Davidsster, langs welke menselijke weg? Wat doet het er toe? Want het is nu een onvervangbaar diepzinnig symbool voor de puur Bijbelse anti-heidense boodschap, dat ‘niet alles hetzelfde is!’ En wat de kippa/keppel betreft: het is duidelijk dat het Joodse volk (Jehudah/Jood betekent ‘Godlover’) zichzelf, met een zeker Bijbels recht, als een (hoge)priesterlijk volk beleeft en de hogepriester droeg bij zijn dienst in het heiligdom steeds een hoofddeksel. De kippa is een symbool ván een symbool: een kleine onopvallende hoofdbedekking. Dit in tegenstelling tot de bonte opvallende hoofddeksels van de Oost Europese chassieden. De hoofdbedekking van de hogepriester symboliseert zijn eerbied voor de Heilige Israëls. Paulus, in 1 Cor.11 spreekt niet over de eredienst, als kohen/priester staande tegenover de Heilige, maar over de profetie en het luisterende gebed, waarbij men rechtstreeks, met onbedekt hoofd voor Gods Aangezicht verschijnt (vs. 4). Het merkwaardige is wel dat hij daarbij, echt Joods, weer een duidelijk onderscheid maakt tussen de mannelijke en de vrouwelijke gebedshouding (vs. 5).
Tot slot de vraag of er toch niet ook een ‘luchtje’ zit, een antisemitisch luchtje, aan dat negatief maken van de Joodse way of life: de ene keer is het de ster, dan weer de kippa of zgn. occulte lettertekens of de Talmudische verhalen. Vroeger moedigde de Roomse Kerk dit hinderlijke geroddel aan met behulp van gefrustreerde Jodenchristenen die verbitterd waren over de afwijzing door hun volksgenoten. Misschien geldt het gevoel van afwijzing door de Joodse orthodoxie bij sommige Joden en niet Joden nog steeds, want geroddeld wordt er vandaag de dag helaas nog steeds.
*De echt gevaarlijke ster is de mystieke vijfpuntige ster waar alle kerstbomen en winkelcentra mee vol hangen, en die hét symbool is voor de Grieks-antichristelijke eenheidscultuur: alles in één figuur op één lijn, want alle mensen zijn gelijk (egalité was de slogan van de godloze Franse revolutie) en ook alle volken zijn gelijk en dus moet die Joodse apartheidsstaat (gesymboliseerd door die aparte Davidsster) binnenkort van de kaart!