06-10-2023

De ‘verborgen’ Psalm uit Kronieken – deel 1

Psalmen zijn halleluja’s, lofzangen. Door lofzang maken we de weg vrij waarop God naar ons toe kan komen: Hij troont op de lofzang van Israel, zo staat het in Psalm 22:4! Het Hebreeuwse woord voor Psalm is Tehila תְהִילָה, van halal הָלַל , loven. De meeste Psalmen die wij kennen staan in de Vijf Boeken der Psalmen, in totaal 150, maar er zijn ook enkele lofliederen die ‘Psalmlike’ zijn. Het lied van Moshe/Mozes, nadat het volk Israël door de Rietzee was getrokken, is er één van. Een bijzondere is de ‘verborgen’ Psalm uit 1 Kronieken 16 vanaf vers 8. Hoewel, wat heet verborgen? We zien een aantal verzen uit deze Psalm terug in Psalm 105 en psalm 96.

Bij de meeste Psalmen is er vooraf een korte inleiding geschreven, vaak maar een paar woorden met name dan waarom deze is samengesteld en door wie. Bij de Psalm uit de Kronieken lezen we vooraf uitgebreid de geschiedenis waarom en waartoe de lofzang gemaakt is. Eerst nog kort over Kronieken. Oorspronkelijk was het één Boek, maar latere samenstellers hebben de Boeken gesplitst in twee delen. De naam Kronieken is afgeleid van het Latijnse Liber Chronicorum. In de Hebreeuwse Bijbel, de oerbron, heten de Boeken Dibhrei (uitspraak divrei) ha’jamiem דִבְרֵי הַיָמִים.

Dibhrei is afgeleid van het werkwoord dibér דִבֵּר, wat betekent: spreken met nadruk en het zelfstandig naamwoord is dábhar: woord, zaak, gebeurtenis. God Zelf is Dábhár, Woord, de sprekende, scheppende God en Jehoshua/Jezus van Nazareth/Natsereth, het Levende, Sprekende Woord, Die heeft rondgelopen op aarde en Die nog steeds tot ons spreekt.

Jamiem יָמִים is het meervoud van Jom יוֹם, dag. Het Hebreeuwse Boek Kronieken kan men dus vertalen als o.a. ‘de woorden van die dagen’ of de zaken die gebeurd zijn in die tijd.’ De Hebreeuwse Bijbel, de Tenach, eindigt met de Kronieken. De Griekse Septuagint, de vertaling van de Tenakh (uit te spreken als: Tenach), besloot een andere volgorde aan te houden. Helaas zijn er met de vertaling ook vertaalfouten ingeslopen. Een vertaling is immers altijd een verschraling. Zoals een bekend Joods gezegde ons leert: ‘De Bijbel in een vertaling lezen is als het kussen van je moeder door een zakdoek heen;’ de vertaling raakt vaak net niet de kern van de bedoeling. De Hebreeuwse samenstelling van het Oude Testament: TeNaKh is ‘Bijbellogisch.’ Tenakh is een afkorting van drie Hebreeuwse letters (t,n,kh). Eerst en vooral gaat het om de Torah, de Vijf Boeken van Mozes, waarin de richtingaanwijzers opgetekend zijn hoe we als mensheid moeten leven: omgaan met de aarde, ons bezit, de dieren, onze tijd en vooral met onze Schepper. Zie het als het Heilige der Heilige. Daarna komt de N, van het Hebreeuwse woord Nebhi’iem, Profeten. De Profeten van Israël wezen het volk steeds weer op het belang van het bestuderen en vasthouden van het Onderwijs, de Torah, Die God aan Mozes heeft geopenbaard. Zie hen als het Heilige van de Tempel. Tenslotte zijn er de Ketoeviem, de Geschriften waarmee de Tenakh eindigt. In al deze Geschriften, te zien als het voorhof van de Tempel, weerklinkt de lof op Gods Onderwijs. Zo is de samenstelling van de Hebreeuwse Bijbel niet alleen zeer origineel, naar het beeld van Gods Tempel, maar ook logisch samengesteld in tegenstelling tot de gangbare samenstelling die eindigt met de Profeet Maleachi.

Dibhrei haJamiem is mogelijk pas samengesteld na de ballingschap (6e eeuw BCE) en men vermoedt dat Ezra vele hoofstukken ervan geschreven heeft. Rond 350 BCE was de samenstelling klaar.

Het eerste Boek Kronieken (1 Kron. 16 vanaf vers 8) waarin onze ‘verborgen Psalm’ zit, begint met een uitgebreide opsomming van generaties. We tellen precies tien generaties na Judah om bij de Psalmist koning David te komen. Verrassend is het om te lezen dat de betovergrootvader van David, Salma, het dorpje Bethlechem/Betlehem (huis van het brood) heeft gesticht (1 Kron. 2:51). Mogelijk was hij een bakker, had hij een stuk grond ter beschikking en begon hij brood te bakken en te verkopen. David, de herdersjongen, groeide in zijn familiedorp op en later zou de Koning Meshiach Jehoshua ook in het oorspronkelijke familiestadje Bethlechem geboren worden. Jezus, het levende Brood, de Goede Herder, Die het volk, Zijn schapen, opriep te luisteren naar de Stem van God de vader: ‘Shma Yisrael, Adonai elohenu, adonai echad, Hoor Israel, de heer is onze God, de Heer is Eén!’

De verborgen Psalm, die opgedragen is door David, is samengesteld naar aanleiding van de overwinning van Israël op de Filistijnen. David besloot daarna de Ark van het Verbond over te brengen vanuit het huis van Obhéd Edom naar de Burcht van David (hfst. 15), wat wij vandaag de dag de Stad van David noemen, gelegen aan de lagergelegen zuidkant van de huidige Oude Stad van Jeruzalem. Zo blij was David, dat hij zijn harpisten en muzikanten, de Levieten, de opdracht gaf om voortaan altijd ten eerste de lof op God te bezingen. Er staat ‘be’rosh’ בְּראֹשׁ als eerste de Naam aanroepen, vergelijkbaar met wat er staat in Jesaja 12:4: ‘Roep de Naam van de Heer aan!’ De verborgen Psalm zou daarna dagelijks bezongen zijn en ook nu worden nog dagelijks delen van deze Psalm geciteerd in de synagogen. Ondanks alle vervolgingen en verschrikkingen die het volk Israël zijn aangedaan door de eeuwen heen, is de lof nooit en te nimmer uit de lucht geweest met de woorden van deze verborgen Psalm!

Opvallend is dat David aan in totaal tien Levieten de opdracht geeft te proclameren. Mogelijk is het daarom ook dat in huidige synagogale diensten minstens tien volwassen Joodse mannen bij elkaar een ‘minjan’ vormen en dat men dan pas een officiële eredienst kan beginnen. In ons dorp Na’aleh worden voor speciale gelegenheden als het zegenen van de eerstgeboren zoon, of een herdenking na een begrafenis e.d. ook altijd tien mannen gezocht om mee te doen en dan gebeurt het weleens dat de buren ons inschakelen 😊.

Zoals gezegd staan grote delen van de Psalm uit de Kronieken ook beschreven in o.a. Psalm 105. Psalm 105 vervolgt na 14 verzen echter een andere koers dan de lofzang en verhaalt over de wonderlijke geschiedenis van hoe God het volk redde van de ellende uit o.a. Egypte??

De verborgen Psalm gaat voornamelijk over dankzeggen maar bevat twee ‘uit de toon springende’ verzen die we zo ook zullen bespreken; de eerste is: ‘Raak mijn gezalfden niet aan en doe mijn Profeten geen kwaad’ en de tweede is: ‘Bevrijd ons, God van bevrijding, en verzamel ons uit de naties.’ Deze twee verzen kan men weliswaar profetisch interpreteren op het moment dat David de Ark binnenbracht, maar aannemelijker is dat deze verzen later zijn toegevoegd, na de ballingschap en nadat verschillende Profeten ook door het eigen volk kwaad werd aangedaan. De verzen zijn zowel bedoeld voor het volk Israël als voor hen uit de volkerenzee, bedoeld voor toen en voor vandaag de dag!

Vers 8: Hodu la’adonai הוֹדוּ לְיהוה, qir’u bhismo קִרְאוּ בִשְׁמוֹ. ‘Breng dank aan JHWH, roep Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend.’

Hodu komt van jadah יָדָה. God loven met opgeheven handen, handen van dankzegging, is Hem danken voor Zijn handelen in ons leven.

Qir’u komt van qara קָרָא, roepen, (be)noemen, ook in de zin van aanbidden. Het is het zevende werkwoord in de Bijbel: God noemde het licht dag (Gen. 1:5). God heeft geschapen door te spreken, te benoemen. Er is Hebreeuws letterverband tussen spreken: qara קָרָא en scheppen: bara בָּרָא. En van onze kant uit: door Hem te aanbidden, scheppen we een weg waarop Hij naar ons toe kan komen (Ps. 22:4). De eerste keer dat het werkwoord qara gebruikt wordt in de Torah is in Gen; 4:26: ‘Toen begon men de Naam van JHWH aan te roepen.’ Roepen naar Adonai is plaats voor Hem maken in ons leven, Hem inschakelen bij ons verdriet; onze zorgen, maar ook bij vreugde zoals David dat oproept in deze Psalm!

Jeremia 29:12 ‘Telkens als jullie mij om hulp vragen en tot mij bidden, zal Ik luisteren.’ Zacharia 13:9 ‘Zij zullen Mijn Naam aanroepen en ik zal hen antwoorden.’ Joel 2:28: ’En het zal geschieden dat ieder die de Naam van Adonai aanroept, behouden zal worden’.

Maakt Zijn daden bekend! Israël, zegt David, moet de grote werken van God verhalen van de ene op de andere generatie, maar ook heel breed: heel de wereld moet het weten. Evangeliseer Israël, de goede Boodschap van het handelen van de God der Wereld, vertel het ook aan de gojiem!

Daden zijn alilah עָלִילָה, het werkwoord hiervan is alal עָלַל, plegen, bestraffen, geweld aandoen. We moeten dit werkwoord bezien vanuit de context: God had zojuist de Filistijnen in Davids hand gegeven, hen bestraft. Gods grote Daad is o.a. de uittocht uit Egypte. De herinnering aan deze grote daad herinnert Israël dagelijks in de gebeden en b.v. iedere vrijdagavond bij de kidoesh: de zegen over de wijn. David heeft recentelijke daden van God bedoeld, zoals beschreven in 1 Sam. 6:10 waar de wonderlijke Brullende Stem van God de Filistijnen op de vlucht jaagt.

Vers 9. Shieru lo שִִׁירוּ לוֹ, bezingt Hem. Als werkwoord komt shier, zingen, slechts driemaal voor in de Torah: de eerste keer is in Exodus 15:1: ‘Toen zongen Moshe en de kinderen van Israël voor de Heer.’ De tweede keer is in Exodus 15:21: ‘Zing voor de Heer’ en de derde keer is in Numeri 21:17: ‘Toen zong Israël dit lied…’ (nadat God voor water had gezorgd bij de bron van Be’eer). Shier komt als zelfstandig naamwoord slechts één keer voor in de Torah; in Bereshiet/Genesis 31:27. Labhan (de witte) zegt tegen de heimelijk vertrokken Ja’aqobh dat hij een feestmaal als afscheid zou hebben georganiseerd met gezang en tamboerijn.

siach שִׂיחַ spreek aandachtig, over Zijn wonderen. Aandachtig spreken, overleggen, mijmeren, klagen zijn allemaal dit werkwoord siach שִׂיחַ. Heel vaak wordt in de Bijbel dit woord vertaald met klagen, maar dat bedoelde David in dit geval natuurlijk niet; hij bedoelde overdenken, overpeinzen zoals ook in Psalm 119:15a: ‘Ik zal Uw bevelen overdenken, overleggen.’ Er zit een continuïteit in dit woord, het voortdurend herhalen van Gods Woord en Zijn wonderen.

Vers 10: Hithallelu be’Shem Qodsho, verheerlijk in Zijn Heilige Naam. Heiligen: qadash קָדַשׁ apart zetten van de rest. De essentie van de God van Israël is Heilig zijn. Vanuit Zijn heiligheid geeft Hij genade en spreekt Hij recht. Het eerste wat God heiligde is de zevende dag, de Shabat, tijdens de schepping in Genesis.‘Onderhoud de Shabat,’ gebiedt Hij in Exodus 28:38: ‘Shomru eth haShabat’ שַׁמְרוּ אֶת הַשָׁבַּת.

Verheug u in uw hart:’ Sámach שָׂמַח is verheugen, waarvan ook simcha שִׁמְחָה, vreugde. Het werkwoord heeft woordverband met machá מַחָה uitwissen, uitroeien. Door vreugde kan een stukje verdriet inderdaad verzacht, voor even gewist worden. Anderzijds is er ook een grens en is alleen vreugde zoeken niet de manier om verdriet een plek te geven; dit moet immers doorleefd worden. De eerste keer dat we het woord simcha tegenkomen is in Exodus 4:14, waar Adonai tegen Moshe zegt dat zijn broer Aharon blij zal zijn om Moshe te zien na zovele jaren. De echte simcha, vreugde, is je te verheugen in de Naam, in haShem, God de Schepper. De letters van shem שֵׁם, naam, vinden we ook terug in het woord samach שֵׁם שָׂמַח, ם=מ.

Lebh is hart לֶב. Leven, loven, lieven, love, liebe, lef hebben, etcetera, zijn allemaal verwant aan het werkwoord lavav (labhabh), לָבַב, inzicht verwerven. ‘Mijn zoon, geef mij je hart,’ zegt de Spreukendichter en koning Salomo. Het gaat niet om onze hersenen, maar om wat er in die lege holten van ons hart zich afspeelt en welke gevoelens we daarin binnenlaten of juist buitensluiten. ‘Laat de simcha over Adonai je hart instromen,’ sprak David.

Degenen die de Heere zoeken, baqash, בָּקַשׁ. Psalm 27:8 ‘Vanwege U zegt mijn hart: zoek Mijn aangezicht. Ik zoek Uw aangezicht, o HEERE.’

Vers 11: zoekt de Heere en Zijn sterkte, דָרַשׁ, zoeken, onderzoeken, opeisen, raadplegen. Micha 6:8 Uitvoerig, secuur onderzoeken. In de Psalmen wordt dit woord gebruikt als: zoeken naar God, zoals in o.a. Psalm 34:4 en 77:2; 119:10,45, 94,155. Ezra 6:21: ‘Zoekt de Here,’ Ezra 7:10: ‘Om het onderwijs van God te zoeken.’ We kunnen dit eerste deel van vers 11 ook lezen als: ‘Raadpleeg de Aanwezige en Zijn sterkte.’ Hij is te raadplegen voor wie Hem zoeken! Hij staat achter ons!

Zoek Zijn oz, Zijn kracht עוֹז : zoek Zijn Aanwezigheid continu, hou u steeds voor dat we ons als mensen in Zijn tegenwoordigheid bevinden!

Psalm 16:8: ‘Ik heb de Here altijd voor ogen.’ Maar ook Hij heeft óns steeds in het vizier!
Het besef, de bewustwording dat we ons altijd in Zijn Aanwezigheid bevinden, zou ons gedrag onder alle situaties moeten beïnvloeden.

Aangezicht is Paniem, פָּנִים is een meervoud. Er is niet één gezicht. We hebben meerdere elementen, gelaatstrekken in ons gezicht. Paniem komt van het werkwoord voor trekken, wenden, bewegen: pánáh פָּנָה. We kunnen boos, verdrietig en lief kijken etc. Men zegt in het Jodendom dat een gezicht wel zeventig uitdrukkingen kan hebben.

Ook God heeft een Paniem: ‘Moet Mijn Aangezicht met u meegaan?’ vraagt Hij in Exodus 33. Gods trouw, liefde, maar ook rechtvaardigheid zijn a.h.w. gelaatstrekken van Zijn Paniem. Hij is niet de onpersoonlijke godheid van de moderne religie en niet de starre beeldgod van de primitieve volken. Zijn gelaat is Hij zelf. Wij kunnen een gezicht trekken van vroomheid en niet echt vroom zijn. Adonai is wél onverbloemd wie Hij is. Wie kan bestaan voor Zijn Aangezicht, voor de Heilige God (1Sam. 6:20 en Psalm 76:8)?

Lechem Paniem, לֶחֶם פָּנִים brood van het aangezicht, toonbroden. De twaalf broden werden wekelijks ververst en lagen dag en nacht voor Gods Aangezicht als een gemeenschappelijke dankzegging voor het dagelijks brood, als voortdurend teken van dankbaarheid aan Adonai, Die de 12 stammen voedde (a.h.w. een continue dankdag voor het gewas). Brood: lechem komt van werkwoord lacham לָחַם, strijden. Het is een heel karwei en het vergt veel kracht en energie om brood te maken. Oorlogen gingen vroeger dikwijls om brood: men veroverde andermans graanakkers. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood!’

Vers 12 en 13:

Vers 13. Zaad van Israël, Zijn dienaren, de gekozenen. God kiest een klein volkje, startend bij de overjarige Abraham en Sarah om uiteindelijk héél de wereld te zegenen. Israël is een obhéd עוֹבֵד, een helper, een werker Gods. Israël mag/moet de schriften uitdelen om daarmee de kennis van en over God te verspreiden en de mensheid op te roepen tot heiliging van het leven, volgens de leer van de Onderwijzing/Torah. Doen ze dat niet, dan zouden wij hen ertoe moeten oproepen hun taak op zich te nemen en zich niet te verschuilen achter grote boeken in het liefst afgesloten, voor nu nog veilige ‘getto’s!’ Israël is Zijn uitverkoren volk: bachiráv, בָּחִירָיו. Dit woord komt van het werkwoord בָּחַר báchar: kiezen. Als we de letters van het woord báchar in een andere volgorde zetten, krijgen we het woord chabher, חָבֶר vriend.

Exodus 33:11: ‘En de HEERE sprak met Moshe, de vertegenwoordiger van het volk Israel, van aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt.’ Johannes 15:15: ‘Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet wat zijn Heer doet; vrienden noem Ik jullie…’ God kiest Zijn vrienden zorgvuldig uit.

Vers 14: Hij is de HEERE, onze God, Zijn oordelen zijn in de hele wereld.

God is universeel, Zijn oordelen van recht zijn bedoeld voor heel de mensheid en schepping. In Bereshiet/Genesis 18:25 zegt Abraham tegen Adonai i.v.m. de verwoesting van Sodom: ‘Zou de Rechter der aarde geen recht doen?’ Zijn naam betekent: Aanwezig zijn, gebeuren, geschieden. JHWH betekent: ‘Hij Die aanwezig is, aanwezig was en aanwezig zal zijn!’ Overal in de Bijbel waar staat: HEERE of HERE met hoofdletters, daar staat in de grondtekst: JHWH יהוה. ‘Met deze Naam wil Ik voortaan herdacht worden,’ sprak God tegen Moshe in Exodus 3:15.

Oordeel, mishpat מִשְׁפַּט. Mishpat komt van het werkwoord shapat שָׁפַּט wat betekent: recht spreken, oordelen. Psalm 9:20-21: ‘Sta op, Aanwezige, laat de mens zich niet versterken; laat de heidenen voor Uw Aangezicht geoordeeld worden. O Aanwezige! Jaag hun vreze aan; laat de heidenen weten dat zij mensen zijn.’

Vers 15: Gedenk, zikhru זִכְרוּ. Israël wordt steeds opgeroepen te denken aan, zich te herinneren. Deut. 32:7, het Lied van Mozes: ‘Herinner je de dagen van weleer, de jaren van geslacht op geslacht. Vraag je vader, de ouderen ernaar en laat het je vertellen.’ Gij zult het uw kinderen inprenten,’ zákhar זָכַר. De eerste keer dat dit werkwoord in de Bijbel voorkomt is waar God dacht aan Noach (Bereshiet/Gen. 8:1) nadat de aarde onder water stond.

Zákhar wordt als werkwoord vooral gebruikt als oproep om Gods grote daden te gedenken, maar ook is het een oproep tot God om Hem aan Zijn beloften voor het volk Israël te herinneren!

Here, vergeet ons niet nu wij dreigen te verzinken in een wereld van chaos en onzekerheid! Zichru, gedenk de oordelen die uit Zijn Mond komen. God is een Sprekende God. Hij heeft een mond, een Peh פֶּה. Al sprekend schept Hij, verricht Hij wonderen. Denk aan de plagen van Egypte, de splitsing van de Rode Zee, de voedselverzorging in de woestijn, de wonderlijke verschijning op de Sinai, etc.

Vers 16: Het verbond herbevestigd. Gods verbond met Abraham is bevestigd van generatie op generatie tot op de dag van vandaag. Duizend generaties! Deut. 7:9: ‘God, Die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens hen wie Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden tot in duizend geslachten.’ David refereert aan het ‘gesneden verbond’ met Abraham uit Genesis 15:9-21. David haalt steeds de patriarchen aan als basis van zijn eigen geloof en als reden om God te bezingen en te loven uit dankbaarheid. Via Abraham naar Izaäk (Genesis 26:3). Heel bewust naar Izaäk om de andere zonen van Abraham buiten te sluiten, met name zijn eerstgeboren zoon Ismaël. Soms wordt Izaäk Yitschaq יִצְחַק genoemd en soms wordt hij Yischaq יִשְׁחַק genoemd: in Psalm 105 Yischaq en in de Kroniekenpsalm Yitschak. צָחַק tsachaq is het werkwoord: lachen. שָׁחַק sháchaq betekent: spelen, sporten.

Vers 17 briet, verbond. In Genesis 17: 11 e.v. staat dat het teken van het verbond de briet mila, de besnijdenis is. Het is een Briet Olam, een eeuwig verbond. De zegen van het verbond gaat van Izaäk verder op Jakobh en niet naar Esav/Esau (Gen. 28: 13 e.v.). Via Jakobh naar de 12 stammen van Israel tot op de dag van vandaag!

Vers 18: Aan uw nakomelingen geef Ik… het land Kanaän als land/erfenis, náchalah נָחַלָה

Ieder volk heeft een erfenis, Deut. 32:8, maar het land Kanaän is door God aan Israël gegeven voor eeuwig. Het woord náchalah werd voor het eerst in de mond genomen door Leah en Rachel: ‘wij krijgen toch geen erfenis van Labhan… Gen. 31:14.’

Vers 19: Vreemdelingen in het Beloofde Land. Een vreemdeling is een gár גָר. Denk hierbij ook aan Mozes/Moshe, die zijn zoon, verwijdend naar dit werkwoord, Gershom noemde ‘want,’ zei hij: ‘ik ben een vreemdeling, gár גָר, in een vreemd land.’ Het volkje van Jakobh destijds verbleef in het Beloofde Land, zonder eigendomspapieren, maar het land is inmiddels een erfenis geworden.

Vers 20: Ze gingen van goi גוי naar goi. Over wie heeft David het? In eerste instantie over alle drie de patriarchen. Zij gingen tijdelijk weg uit het beloofde grondgebied. Abraham naar Egypte vanwege honger, Genesis 12:10. Yitschak ook vanwege voedseltekort richting Filistijnen, Genesis26:1. Jakobh, op de vlucht voor Esau, trok tijdelijk naar Haran, Genesis 28:10. Zie ook Genesis 43: door de hongersnood in Kanaän trok Jakob met 70 man naar Egypte. Israel ging de afgelopen millennia ook van goi naar goi… maar velen zijn al terug in het land van belofte!

Goi גוי betekent volk. Abraham kreeg als zegen van Adonai dat Hij de aartsvader zou worden van een ‘goi gadol,’ een groot volk. Abraham betekent: vader, oorsprong van velen. In Ex. 19:6 staat: ‘Israel zal zijn een koninkrijk van priesters en een goi kadosh, een heilig volk’. In de Psalmen wordt het woord goi/gojiem dikwijls negatief gebruikt. Bijvoorbeeld in Psalm 10:16 waar de gojiem die het land uit moeten.

Vers 22: Raak mijn gezalfden, messiassen niet aan! Aanraken: nagá נָגָע. De eerste keer komen wij dit werkwoord tegen in Bereshiet/Genesis 3:3 waar Adam tegen Chava/Eva zegt dat zij de ‘Boom van de Kennis van Goed en Kwaad’ niet mag aanraken. Men kan zich afvragen hoe hij daarbij komt omdat er niet staat dat God dat heeft gezegd. Mogelijk wist Adam al van de eigenaardigheid dat Chava graag dingen even aanraakte 😊… Verder komt het voor in Gen. 26:6 waar staat dat Avimelech zijn volk de opdracht geeft om Abraham geen kwaad aan te doen. Boaz geeft aan de werkers op het veld de waarschuwing dat zij Ruth de Moabitische niet mogen lastigvallen, haar niet ‘aanraken.’

Gezalfden komt van het werkwoord maschach מָשַׁח, zalven, met bijvoorbeeld olijfolie, shemen zajit שֶׁמֶן זַָיִת. Een gezalfde is een mashiach מַשִׁיַח. Letterlijk staat er in dit vers: ‘Raak Mijn mesiassen niet aan,’ in het meervoud. Het Godsvolk is het messiaanse volk.

Saul werd uit een flesje, kruikje פַּך pach, gezalfd. Maar David en Salomo werden uit een qeren קֶרָן gezalfd, een hoorn van een dier. Qeren is ook lichtstraal. Er is ook een ‘noád נֹאַד, een zak/flesje. Zoals in psalm 56:9: ‘Spaar mijn tranen in uw fles.’ Doe Mijn Profeten, nebhi’iem geen kwaad.’ Het woord profeet komt van het werkwoord נִבֶא nibhe, profetisch spreken, (versterkte vorm). Een nabhi נָבִיא is een profeet. In 1 Kon. 22:12 wordt het vertaald als zingen en musiceren! Idem 1 Kronieken 25:1. Raak hen niet aan, beschadig het volk niet… moord hen niet uit. We kunnen niet anders stellen dan dat het volk juist wél beschadigd is geraakt. Door alle eeuwen heen tot op de dag van vandaag is het volk Israël getraumatiseerd. Velen zijn er die nooit een opa, oma; tantes of ooms of zelfs ouders gekend hebben door de moordzucht van de haters van dit bijzondere gezalfde volkje.

Bidt voor hen, voor veiligheid wereldwijd en voor bekering en inkeer in de God van bevrijding, Die gestalte nam in Jehoshua van Nazareth. Bidt voor de vrede van Jeruzalem, daar waar onder meer deze Psalm is ontstaan, welke nog steeds tot ons spreekt. Bid ook voor uw eigen volk voor inkeer en dat we als samenleving een samenloving mogen worden, zoals David het zich voorstelde: Hodu zeggen, dankzeggen voor alle goeds wat Hij ons heeft gegeven, geeft en zal geven! Door Psalmen te lezen en te zingen, maken we een weg vrij voor Imanuel אִמָנוּ אֶל; God met ons.

De toelichting op de volgende 14 verzen van de ‘Verborgen Psalm’ vindt u hier.