01-06-2023

De Zeven Noachitische Geboden

De sheva mitswot bnei Noach‭, ‬de zeven voorschriften voor de kinderen van Noach‭, ‬zijn samengesteld door rabbijnen en bedoeld voor‭ ‬hen die willen leven naar Gods wetten‭, ‬maar zelf geen Joden zijn‭. ‬Deze geboden‭, ‬ook wel het verbond van Noach genoemd‭ (‬briet Noach‭), ‬zijn gebaseerd op o.a‭. ‬Gen‭. ‬2:16‭ ‬en 9:4‭ ‬en verder‭. ‬

Evenals de verboden werkzaamheden op shabat‭, ‬vinden op hun beurt de zeven Noachitische voorschriften weer hun basis in de Thora‭. ‬

1‭. ‬Het voorschrift een rechtsorde te scheppen en daarmee ook het instituut van rechters in het leven te roepen‭, ‬is gebaseerd op‭ ‬Genesis 18:19‭, ‬waar staat‭: ‬“‭… ‬door gerechtigheid en recht te doen‭.‬”‭ ‬Ook wordt verwezen naar Genesis 34:13‭ ‬waar de zonen van Jakob‭ (‬om recht te doen‭) ‬bedrieglijk spraken omdat hun zuster Dina verkracht was‭.‬

2‭. ‬Het verbod van Godslastering is gebaseerd op Leviticus 24:16‭: ‬“Wie de Naam des Heren lastert zal zeker ter dood gebracht worden‭.‬”‭ (‬Sanhedrin 56b‭). ‬We merken op dat het hier om een post-Sinaïtische verwijzing gaat die toch is opgenomen in de Noachitische voorschriften‭.‬

3‭. ‬Het verbod van de dienst aan afgoden wordt afgeleid van de tekst‭: ‬“Zij hebben zich gehaast om af te wijken van de weg die Ik hun geboden heb‭; ‬zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt‭, ‬waarvoor zij zich hebben neergebogen en waaraan zij geofferd hebben‭, ‬terwijl zij zeiden‭: ‬dit is uw God‭, ‬Israël‭, ‬die u uit het land Egypte heeft gevoerd”‭. (‬Ex‭. ‬32:8‭; ‬Sanhedrin 56b‭). ‬Ook hier gaat het om een post-Sinaïtische verwijzing die toch Noachitisch is‭ (‬geacht wordt‭).‬

4‭. ‬Het verbod van ontucht is af te leiden uit de instelling van het huwelijk in Genesis 2:22-24‭ ‬en uit de geschiedenis van Abraham en Abhimelech in Genesis 20‭. ‬Het is voorts te vinden in Leviticus 20:10-21‭, ‬waar diverse vormen van ontucht en bloedschande streng veroordeeld worden‭. ‬Ook wordt wel verwezen naar Jeremia 3:1‭.‬

5‭. ‬Het verbod van het vergieten van bloed‭, ‬gaat terug op Genesis 9:6‭, ‬waar staat‭: ‬“Wie des mensen bloed vergiet‭, ‬diens bloed zal door de mens vergoten worden‭.‬”

6‭. ‬Het verbod van diefstal en roof is af te leiden uit de opdracht‭: ‬‘Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten‭, ‬maar van de boom der kennis van goed en kwaad‭, ‬daarvan zult gij niet eten‭.‬’‭ ‬Een opdracht die te vinden is in Genesis 2:16-17‭.‬

7‭. ‬Het verbod vlees te eten van een nog levend dier is afgeleid uit Genesis 9:4‭. ‬Hier wordt gezegd‭: ‬‘Alleen vlees met zijn ziel‭, ‬zijn bloed‭, ‬zult gij niet eten’‭. ‬Ook wordt verwezen naar Genesis 2:16‭, ‬waar staat‭: ‬“Van alle bomen in de hof moogt gij‭ ‬’vrij’‭ ‬eten‭.‬”‭ ‬De rabbijnen wijzen erop dat dit een verbod van het eten van vlees inhoudt‭. ‬De mens mocht datgene eten dat gereed was om te eten‭. ‬In Genesis 9:3‭ ‬krijgt de mens verlof ook dierlijk voedsel te gebruiken‭, ‬maar hij moet er voorzichtig mee omgaan en zich beperken‭.‬

Betekenis van de Noachidische voorschriften

De zeven Noachitische voorschriften zijn hoofdgroepen‭, ‬die hun parallellen hebben in de‭ ‬‘hoofdgeboden’‭ ‬die in de rabbijnse traditie voorkomen‭. ‬Die hoofdgroepen zijn op hun beurt gespecificeerd in een groot aantal voorschriften en‭ ‬consequenties‭ (‬zie sanhedrin 56a-60b‭). ‬We noemen onder andere het brengen van verboden offers‭, ‬het verbod op tovenarij‭, ‬het verbod van castratie bij mens en dier‭, ‬het verbod van het vermengen van zaad‭. ‬Dit laatste is bijvoorbeeld in onze tijd van belang bij zaken als kunstmatige bevruchting en in vitro fertilisatie‭. ‬Naar dat model zou elk van de Noachitische geboden nader uitgewerkt‭ ‬kunnen worden in een Noachitisch-Halachische‭ (= ‬volgens de Joodse traditie‭) ‬wetgeving‭. ‬Het voorschrift een rechtsorde te scheppen houdt bijvoorbeeld in dat er sociale stabiliteit bestaat‭. ‬Dit wil echter niet zeggen dat men blind moet gehoorzamen aan de overheid‭. ‬Het jodendom komt primair op voor de belangen en het recht van het individu‭. ‬Onrecht moet worden voorkomen‭. ‬Dit kan in nadere bepalingen worden gespecificeerd‭.‬

Ook het verbod van afgoderij draagt bij tot een goede ordening van het leven‭. ‬Tevens wordt van iemand die valse goden afzweert diens persoonlijke integriteit en redding benadrukt‭.‬

Het gebod zich te onthouden van wat door afgoden bezoedeld is of aan hen geofferd‭, ‬is een gebod om zich verre te houden van al wat in contact staat met de wereld der afgoden‭, ‬met andere woorden van een maatschappelijk leven dat doordrenkt is van heidendom‭. ‬Dit betekent overigens niet dat volgens de joodse overlevering per definitie andere godsdiensten als‭ ‬‘heidendom’‭ ‬gebrandmerkt worden‭. ‬Het jodendom heeft geen behoefte aan verkettering en missionering van de wereld vanuit het gezichtspunt dat zij de enig ware religie zouden zijn‭.‬

Het is eerder zo volgens het jodendom andere godsdiensten wegen kunnen zijn tot kennis van de Eeuwig Aanwezige‭. ‬Wat onder afgoderij valt zijn afgodische praktijken die te kort doen aan de waardigheid van de mens als schepsel en beelddrager van God‭.‬

Tot het verbod op diefstal horen ook zaken als militaire veroveringen en oneerlijkheid in het economisch verkeer‭.‬

Maar ook een christen die de Hebreeuwse Bijbel als‭ ‬‘Oude Testament’‭ ‬annexeert en primair als‭ ‬zijn‭ ‬erfdeel beschouwt‭, ‬zondigt tegen het Noachitische verbod om te roven‭.‬

Een andere‭ ‬‮–‬‭ ‬meer aanvullende‭ ‬‮–‬‭ ‬benadering van het verbod van bloedvergieten vinden we in de Talmoed‭: ‬Een Schriftgeleerde zegt tot Rav Nachman bar Jitzchaq‭ (‬Bab‭. ‬356‭): ‬wie in het openbaar zijn naaste beschaamt wordt het aangerekend alsof hij bloed vergiet‭. ‬Waarop deze opmerkte‭: ‬dat heb je mooi gezegd‭, ‬want ik heb het‭ (‬zulk een schaamte‭) ‬gezien‭, ‬het bloed trok weg uit het gelaat en‭ ‬die mens werd dodelijk bleek‭ (‬Baba Metsia 58b‭). ‬Iemand in het openbaar voor gek zetten‭, ‬op een zodanige wijze dat zijn zelfrespect wordt ondermijnd‭, ‬geldt dus als bloedvergieten‭.‬

Het eten van een deel van een levend dier betekent ook dat het verboden is het bloed van een levend dier te nuttigen‭, ‬zegt Rabbi‭ ‬Chanina ben Gamliel‭ (‬leefde rond 120‭) ‬in de Talmoed als aanvulling op de zeven voorschriften‭.‬

De zeven zijn‭ ‬positief‭ ‬te vatten onder de noemer van het moderne kernwoord‭ ‬‘respect’‭:‬

1‭. ‬ respect voor de God van Noach en Abraham‭;‬

2‭. ‬ respectvol gebruik van de GodsNaam‭;‬

3‭.‬ respect voor de‭ ‬‘overheid’‭ ‬en voor allen die tot‭ ‬toezicht‭ ‬zijn geroepen‭, ‬ouders en ouderen‭ (= ‬presbyters‭) ‬voorop‭.‬

4‭.‬ respect voor het leven van de medemens‭;‬

5‭.‬ respect voor het lichaam van de ander‭;‬

6‭.‬ respect voor het bezit van de ander‭;‬

7‭.‬ respect voor alle medeschepselen‭ (= ‬inclusief milieu‭);‬

Toegepast op de Tien Woorden

1‭.‬ respect voor de God van Noach en Abraham‭ = ‬1e‭ , ‬2e‭ , ‬4e‭ ‬

2‭.‬ respect voor de GodsNaam‭ = ‬3e‭ ‬

3‭.‬ respect voor de‭ ‬‘overheid’‭ ‬en voor allen die tot‭ ‬toezicht‭ ‬zijn geroepen‭, ‬ouders en ouderen‭ (= ‬presbyters‭) ‬voorop‭ = ‬5e‭.‬

4‭.‬ respect voor het leven van de medemens‭ = ‬6e‭ ‬

5‭.‬ respect voor het lichaam van de ander‭ = ‬7e‭ ‬

6‭.‬ respect voor het bezit van de ander‭ = ‬8e‭ ;‬

7‭.‬ respect voor alle medeschepselen‭ (= ‬inclusief milieu‭) = ‬10e‭ ‬gebod

‭* ‬Er ontbreken in de Noachitische geboden dus de voorschriften voor de shabat en het uitspreken van een vals getuigenis‭. ‬Men zou‭ ‬het shabats voorschrift terug kunnen zien in de geboden 1‭ ‬en 2‭: ‬respect voor God die de tijd geordend heeft‭, ‬al bij de schepping‭, ‬en het vals getuigenis kan besloten zijn in het 5e‭ ‬gebod‭.‬