Pesach en Shabhu`oth één groot feest
Pesach פסח betekent voorbijgaan, passeren, maar ook paaslam. Het verwijst naar het lam/Lam dat geslacht werd en waarvan het bloed het teken is van bevrijding. Shabhu`oth שבועות betekent weken = meervoud van שבוע shabhua`, zeven, of zeven dagen, week. Deze twee mo`adiem (feest)tijden van Pesach en Shabhu`oth hangen samen omdat God in Exodus 3:12 tegen Moshe zegt: ‘‘wanneer je het volk uit Egypte hebt geleid zullen jullie God op deze berg dienen.” In feite zijn beiden één groot feest met 49 tussenliggende dagen = 7 x 7 weken. Adonai zegt in Leviticus 23:15 “dan zult gij u tellen, daags na de Shabbat, zeven volle shabbatten.” In het woord שבוע shabhua`, zeven, week, zien we ook het woord שוב shúbh = omkeren. Na zeven שבע, sheba, dagen keert de tijd en begint er weer een nieuwe week. Pesach is het grote Bevrijdingsfeest en Shabhuoth is het grote Bekerings (omkering)feest. Het feest waar de Ruach haQodesh, de Heilige Geest, Zich manifesteerde aan heel het volk. Ook vandaag de dag wil deze Heilige Ruach neerdalen en ons allen beademen en ons van binnenuit herstellen om ons bereid te maken tot Zijn dienst.
De tussenliggende periode van 49 dagen noemt men de omertijd. Een omer is een schoof graan. Deze periode is in het Jodendom gekenmerkt als een tijd van rouw en verdriet. In het verleden waren er na Pesach vaak pogroms, grootschalige moordpartijen op Joden, omdat zij, zo werd er beweerd, Christenkinderen zouden slachten voor het bereiden van de matses. De herinnering aan diverse rampen en vervolgingen hebben helaas een bijzondere kleur gegeven aan deze tussenliggende zeven weken. Een uitzondering is de 33ste dag. Deze dag heet לג בעומר lag be`omer. Op de 33ste omerdag stopte in de 2e eeuw een ernstige ziekte die heerste in de tijd van rabbi Akiva. Tot op de dag van vandaag, al eeuwenlang, is daarom deze 33ste omerdag een dag van vreugde. Men organiseert in de weken tussen Pesach en Shabhuoth geen feesten en dus trouwt men dan ook niet, behalve eventueel op de 33ste ….
De week
Een שבוע, shabhua, week is een tijdsinstelling die niet samenhangt met de gang van zaken in de natuur, zoals de maanmaand en het zonnejaar; de maan ‘keert’ zich zichtbaar om in iets meer dan 28 dagen per periode en de aarde gaat in 365/6 dagen rond de zon, maar aan de week is geen natuurverschijnsel gekoppeld. De heidense volkeren kenden niet zoals Israël deze ‘zevensprongen’ in de tijd. De week is een apart verschijnsel, apart door God Zelf bepaald ter herinnering aan Zijn scheppingswerk in zeven dagen. De Bijbel kent vele zevens שבע: naast de zeven dagen van de week en de zeven weken tussen Pesach en Shabhuoth, de zeven omgangen rond Jericho, de zeven vruchten van het Land, het zevende jaar als shabbatsjaar en na zeven maal zeven jaren: het jubeljaar; denk ook aan de zeven Gemeenten in Openbaringen en aan het zevende zegel en aan de zeven geesten voor de troon van God (Openbaring 1:4). De woorden shabhu`oth, shúbh en shabbat hangen samen met shábach dat behalve (gelukkig) prijzen ook kalmeren of stillen betekent: de Shabbat en vooral het Shabhuothfeest brengen ons tot rust: God, onze Schepper en Bevrijder heeft het Grote Werk volbracht, dat Zijn Geest in ons wil verwerkelijken en daartoe mogen wij stil zijn, ontvankelijk zijn.
Wie is de tel kwijt?
Is het niet opmerkelijk dat er in Leviticus 23 steeds staat dat Adonai Zijn mo`adiem(feest)getijden onomstotelijk vastzet op bepaalde data, maar dat wij tot het feest van Shabhu`oth zeven shabbatten moeten tellen (Lev.23:15)? Vanaf de dag na de shabat bracht men het ‘omeroffer’, een schoof graan, naar de Tempel. Maar wanneer is het nu de dag na de shabbat…? Het Farizese Jodendom telt wel de omertijd, maar telt de omer vanaf de 16e Abhibh en viert al eeuwen lang Shabhuoth op een vaste datum, namelijk op de zesde van de derde maand. Waarom noemt God geen vaste datum, maar moeten wij tellen, saphar ספר*? Geeft dat niet aan dat de datum van Shabhu`oth ieder jaar opnieuw bepaald moet worden? Er is al van voor de tijden van Jêhoshua` (Jezus) meningsverschil over de zin “daags na de Shabbath zult gij tellen.” Shabbath is een feestdag, zoals bijvoorbeeld Pesach of Yom HaKipuriem (Grote Verzoendag) maar Shabbath is allereerst de zevende dag. Farizeeërs redeneerden als volgt: Wanneer Pesach op maandagavond start beginnen we te tellen de dag na deze Pesach (= een shabbathdag) en zo komt Shabhu`oth altijd uit op de zesde van de derde maand. Maar de Karaiten en ook Sadduceeërs, de Tempelbeheerders van toen, telden anders: de Shabbath in Leviticus 23:15 was voor hen de zevende dag. Dan telt men als volgt: valt Pesach op maandagavond dan wacht men die week tot na de Shabbath/zaterdag en begint men vanaf de eerste dag der week, de ‘zondag’ de weken te tellen. In de tijd van Jêhoshua viel het Bijbelse Pinksteren dus standaard op zondag, op de eerste dag der week, de dag waarop ook Jêhoshua` blies op zijn discipelen en sprak: “ontvang de Heilige Geest” (Johannes 20:22). Wie is nu de tel kwijt…?
*Het woord sáphar betekent ook ver-tellen. De `omertijd is ook de gelegen tijd om te vertellen over de tocht van het Joodse volk door de geschiedenis, niet alleen vanaf Egypte tot aan de Berg met de omzwervingen daarna, maar ook verhalen over de latere omzwervingen, over de vele lijdenswegen en verdrukkingen én over de vele bevrijdingen.