Wereldwijd kunnen we stellen dat er een breuk met de God van Israël is ontstaan en deze breuk is de oorzaak van een algehele gebrokenheid: alles wat de Schepper ver-één-igd heeft (hemel en aarde, man en vrouw, rusttijd en werktijd) is aan het uiteenvallen. Wat als tegendelen bij elkaar hoort, ontaardt in tegenstrijdigheden.
Eén van de meest ingrijpende gevolgen van de breuk met God, die ook wel de Ene heet, is de verstoorde eenheid tussen man en vrouw. Meestal is het de vrouw die wordt verdrongen of onderdrukt; ze geldt als minderwaardig en niet als gelijkwaardig, zoals de Geest (de Geest van God weerspiegelt Zich in de vrouw of het vrouwelijke) gelijkwaardig is aan het Woord (welke het mannelijke van God weerspiegelt).
Maar het omgekeerde kan ook: de man, of het mannelijke, is niet gelijkwaardig, hij wordt niet erkend als gestalte van het Woord, als drager van traditie. Hij komt niet vrij uit de omklemming van het moederlijke, hij blijft een kind, een zachtaardig kind of een grote kwajongen die via macho-gedrag tracht te ontsnappen aan de dominantie van moeder-de-vrouw. In een samenleving waar het vrouwelijke domineert, waar de “geest-kant” de “woord-kant” overheerst, krijgt de man moeite met zijn identiteit en kan hij zijn heil gaan zoeken in tederheid of in wreedheid.
Een andere breuk is die tussen oud en jong, de generatiekloof: ouders en oudsten worden óf autoritair waarbij ze zich in de plaats stellen van God óf ze worden door de jongere generatie als lege dozen aan de kant gezet. In onze moderne, gemechaniseerde, a-religieuze massamaatschappij is dat laatste meer en meer het geval: de presbyters (oudsten) staan praktisch buiten dienst, de originele kohen/priesterfunctie is hen goeddeels ontnomen: zij dragen nauwelijks nog verantwoordelijkheid voor de publieke eredienst of het publieke beleid. Bejaarden mogen biljarten, bingoën of met ander tijd dodend gedoe hun dagen slijten in afwachting van de psychische aftakeling die door de vaak zinloze verstrooiing in de versnelling raakt: verlies van verantwoordelijkheid leidt veelal tot zelfverlies en desoriëntatie.
Diep ingrijpend is ook de breuk tussen Israël en de volken en mede daardoor tussen de volken onderling. Een volk dat zich niet bindt aan Israël, blijft buiten het verbond met Israëls God, waardoor het gebonden blijft aan zijn baäl of volksgeest. Deze binding aan de betekent niet alleen verafgoding van de eigen natie, nationalisme, maar ook haat tegen Israël: antisemitisme of antizionisme is een vorm van binding aan de baäls. In dat geval: vlucht uit Babylon of, is het nog niet te laat en kan er nog iets worden ondernomen tegen het oprukkend anti-Israël sentiment en de BDS (boycot, desinvestering en sancties)?