Er is weliswaar geen volledig gefundeerd wetenschappelijk bewijs voor de stelling dat het Germaanse woord ‘god’ afgeleid is van het Hebreeuwse êchod (de Joods Asjkenazische uitspraak van het getal één). Maar er zijn wel twee aanwijzingen in die richting: een wetenschappelijk theologische én een Hebreeuws taalkundige.
a. Volgens prof. dr. H. Miskotte in zijn goed gefundeerde studie, ‘Edda en Thora’, is de Germaanse religie en levensvisie een typisch tegenbeeld van de Hebreeuwse door de Torah bepaalde godsdienst en levensstijl. Of anders gezegd: de oud Germaanse beschaving is in wezen een tegencultuur of verzetscultuur tegenover de Hebreeuwse. Tot zover Miskotte.
Wat hij zegt lijkt enigszins op de verhouding van onze huidige seculiere beeldcultuur en genots/entertainmentcultuur tegenover de Hebreeuws Bijbelse Woord- en lofprijzingscultuur.* Omdat de verzetscultuur jonger is dan de cultuur waartegen men zich afzette, is het dus ook aannemelijk dat het Germaanse woord ‘god’ jonger is dan het Hebreeuwse woord `êchad/ êchod, dat al stamt uit de Sinaïtijd, ongeveer 1500 jaar vóór het begin van de Christelijke jaartelling.
2. De Hebreeuws taalkundige aanwijzing betreft vooral de woorden ‘ghomri’ en ‘galati.’ Ghomri is de naam van een koning die wij kennen als Omri, de stichter van de stad Samaria, de vader van koning Achab. De eerste letter van het woord `omrí is een Ajin, een keelklank die vanouds als ‘gh’ wordt uitgesproken, vandaar: ‘ghomri.’ In de Assyrische inscripties wordt heel het Tien Stammenrijk in Noordelijk Israël aangeduid met de term ‘het huis van Ghomri.’ Heel dit ‘huis’ is later door de Assyriërs weggevoerd naar Noord Irak. Volgens een overlevering zouden een aantal van deze Ghomrianen uitgezwermd zijn o.a. via de Zwarte Zee naar Noordwest Europa, waar de Ghomrianen als Germanen bekend werden.
De tweede taalaanwijzing zit in het woord ‘galati,’ dat te zien is als een verbuiging van het woord ‘galuti’ = letterlijk de mensen van de Galut. Galut is het Hebreeuwse woord voor ‘ballingschap.’ De taalstap van Galuti naar Galaten en Galliërs is klein. Het is een algemeen aanvaard gegeven dat de namen Galliers en Kelten doelen op dezelfde bevolkingsgroepen. Wellicht nog vroeger dan de Germanen waren de Kelten uitgestroomd over Noordwest Europa en Brittannië. Ook neemt men algemeen aan dat de Galaten die we kennen van Paulus brief aan de Galaten, een Gallisch-Keltische stam is die weer in de richting van het Midden Oosten is getrokken. De Israëlitisch wortels van deze Galaten blijkt wellicht ook uit hun haast fanatieke liefde voor de Hebreeuwse Torah.
Het is duidelijk dat beide aanwijzingen, de theologische en de taalkundige, elkaar ondersteunen waardoor de stelling dat ‘echod en god samenhangen vrij stevig staat. Steviger, zo het lijkt, dan de gangbare opvatting dat het woord ‘god’ zou samenhangen met het oud Indische woord purûhta, dat de ‘veel aangeroepene’ betekent en een zogenaamd alias is van de god Indras. Althans, dit klinkt veel hypothetischer en veel minder gefundeerd dan de zo voor de hand en de klank liggende samenhang tussen ‘god’ en ‘echod.’
* Tegenover de huidige seculiere uit-leef-cultuur, met nadruk op zelfverwerkelijking en het recht op genot, is de Hebreeuwse vooral een in-leef en vóór-leef-cultuur. In de Hebreeuwse traditie men wordt steeds gestimuleerd door het permanente leerhuis om zich in te leven in de Woorden die van Bovenaf, van de Overkant (Hebreeuws schrijft men ook van boven naar beneden) naar ons toe gekomen zijn, om deze Woorden daadwerkelijk vóór te leven en om zich uit te leven in een feestelijke levensstijl: in een leven van lofzang en dankzegging, levenslang.