13-04-2023

Eredienst en Israëls God

Uit‭: ‬Lechaijim van drs‭. ‬R‭. ‬Strijker

Zoals een lichtbundel uiteen valt in verschillende kleuren‭, ‬ontsluit Zich de Vierletterige Naam in een veelheid van kleurrijke Gezegdes‭: ‬van Werk-Woorden die Zijn Daden nader typeren‭ (‬Roepen‭, ‬Scheppen‭, ‬Verkiezen‭, ‬Bevrijden‭, ‬Bewaren‭) ‬en van Naamwoordelijke‭ ‬Gezegdes‭, ‬die alles zeggen over Zijn relatie tot ons‭ (‬Rechtvaardig‭, ‬Goedertieren‭, ‬Barmhartig‭, ‬Genadig‭, ‬Naijverig‭, ‬Traag tot toorn‭) ‬of die meer zeggen over Hem Zelf‭ (‬Rots‭, ‬Bron‭, ‬Licht‭, ‬Lam‭). ‬Israëls God is een Bundel Woorden‭, ‬een Verzameling Gezegdes‭, ‬een Unieke Taal-Schat‭.‬

Als Woord-Wezen is Hij bijzonder gevoelig voor onze woorden

Omdat Hij Taal is‭, ‬is Hij uiterst taalgevoelig‭: ‬onze woorden doen Hem iets‭, ‬raken Hem‭, ‬treffen Hem‭. ‬Waar wij goed spreken van God‭, ‬gebeurt iets met God‭. ‬Waar het‭ “‬Driemaal Heilig‭” ‬wordt uitgeroepen en het‭ “‬Groot Gloria‭” ‬gezongen‭, ‬wordt God groot‭, ‬gróter gemaakt‭. ‬Hem vereren is letterlijk Hem‭ “‬zwaarder‭”, “‬gewichtiger‭” ‬maken‭. ‬Onze dankwoorden voegen waarde toe aan Zijn Wezen‭, ‬ze versterken Hem‭, ‬verhogen Hem‭. ‬Ze weven een erekleed‭, ‬vlechten een erekroon‭.‬

Onze woorden verhogen Hem niet alleen‭, ‬maar doen Hem ook neerdalen‭: “‬Op elke plaats waar Ik Mijn NAAM doe gedenken‭, ‬zal Ik tot u‭ ‬komen‭” (‬Ex‭. ‬20:24‭). ‬Hij komt af op onze lofzang‭, ‬Hij troont erop‭ (‬Ps.22:4‭). ‬Hij woont er in als in een wolk‭. ‬Hij geniet ervan als van een geurig lofoffer‭. ‬Lofzingend halen we Hem naar ons toe‭: ‬door Zijn Woord zijn wíj er en door óns woord is Hij er‭, ‬in ons midden‭.‬

Door onze lofzang wordt de aarde‭ (‬weer én méér‭) ‬Zijn Plaats

Door deze Neerdaling of Inwoning komt Israëls God pas goed tot Zijn recht‭, ‬tot Zijn rechtmatige plaats op aarde‭. ‬Want de aarde is van oorsprong Zijn plaats‭. ‬De schepping staat niet in het lege niets‭, ‬buiten God‭, ‬maar is in Hem geplaatst‭: “‬In Hem leven wij‭, ‬bewegen wij ons en zijn wij‭” (‬Hand. 17:28‭). ‬Hij Die Tijd ís‭, ‬Die verleden‭, ‬heden en toekomst in Zich verenigt‭, ‬heeft ook alle ruimten in Zich‭: ‬Hij ís Ruimte‭, ‬Hij is de Plaats‭ ‬in Wie wij ons bevinden en bewegen‭. ‬In Zichzelf heeft Hij plaats voor ons gemaakt‭. ‬Hij is voor ons opzij gegaan‭, ‬opdat wij er zouden zijn‭. ‬Zijn Plaatsmakende Liefde is de grond waarop wij‭ (‬be)staan‭.‬

Maar de plaats die Hij voor ons heeft vrijgemaakt‭, ‬wil Hij ook terug‭: “‬Mijn zoon geef Mij uw hart‭” (‬Spr.23:26‭). ‬Door Hem te vereren erkennen we Zijn recht op de aarde en geven we Hem Zijn originele plaats terug‭. ‬Door middel van onze lofzang krijgt Hij de ereplaats die Hem toekomt‭: ‬in het hart van ons leven en samenleven‭. ‬Zoals een architect bij de feestelijke opening zijn eigen bouwwerk binnentreedt‭, ‬zo komt de Schepper Zijn schepping binnen via de erepoort van onze lofprijzing‭ ‬en vult Hij de ruimte die Hij schiep en voor ons vrijmaakt met Zijn schitterende‭ (‬nog schitterender‭) ‬Tegenwoordigheid‭: “‬de ganse aarde worde vol van Zijn Heerlijkheid‭” (‬Jes. 6:3‭).‬

Notities

1‭. “‬Eén‭” (‬in het Hebreeuws‭ “+‬echad‭”) ‬wil zeggen‭ “‬enig‭, ‬apart‭, ‬onvergelijkelijk‭”, ‬maar ook‭ “‬ver-één-igd‭, ‬verbonden‭, ‬heel‭, ‬uit één stuk‭”. ‬In die zin is‭ “‬eenheid‭” ‬zo goed als synoniem met‭ “‬vrede‭” (‬shalom‭ = ‬heelheid‭) ‬en met‭ “‬verbond‭” (‬berith‭).‬

2‭. ‬Het Hebreeuwse woord voor goden is‭ “‬elohim‭”, ‬dat taalverwant is met‭ “+‬el‭” (‬naar‭, ‬naartoe‭), ‬ook met‭ “`‬eleh‭” (‬deze‭, ‬die‭, ‬die andere‭) ‬of met‭ “+‬elah‭” (‬grote boom die vóor of nà ons is in in de tijd‭, ‬die tegelijk diep in de aarde en hemelhoog is‭): “`‬elohim‭” ‬zou‭ ‬men kunnen vertalen als‭ “‬die dáár‭, ‬aan de overkant‭” ‬of‭ “‬die grootheden die ons ver overstijgen in ruimte en tijd‭”. ‬In de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel wordt het soms weergegeven door‭ “‬aggelos‭” (‬engel‭), ‬zoals ook in de Statenvertaling‭ (‬Ps.8:6‭).‬

3‭. ‬Israëls God is niet één van die vele goden‭, ‬maar Hij is de Schepper van die allen‭. ‬Hij schiep de hemel en‭ “‬al hun heerscharen‭” (‬Gen.2:1‭): “‬Zebaoth‭” (‬tsebhaoth‭, ‬hemelse machten‭) ‬is nagenoeg synoniem met‭ “`‬elohim‭”.‬

Onlosmakelijk is de naam‭ “‬Israël‭” ‬gekoppeld aan God‭. ‬God is niet God-in-het-algemeen‭, ‬maar déze God‭. ‬Zoals er geen mens is in het algemeen‭, ‬maar alleen déze mens‭, ‬Jan‭, ‬Piet of Klaas‭, ‬verbonden aan déze familie‭, ‬dít volk‭, ‬dít land‭, ‬zo is Hij de God van Abraham‭, ‬Isaäk en Jacob‭, ‬Die Zich verbonden heeft aan dít volk, aan dít land‭. “‬Israël‭” ‬is als het ware Gods achternaam‭. “‬God is nergens als Hij niet ergens is‭” (‬Miskotte‭): ‬Hij heeft zich aan Israël verbonden om vandááruit heel de mensheid van dienst te zijn‭.‬

4‭. “‬Heilig‭” (‬qadosh‭: ‬afgezonderd‭, ‬buitengewoon‭, ‬gans anders‭) ‬is in feite een ander woord voor‭ “‬één‭”, “‬enig‭” ‬of‭ “‬apart‭”: ‬Israëls God‭, ‬de Ene‭, ‬is de Heilige‭, ‬de Aparte‭. ‬Hij is niet het Meest Algemene‭, ‬het Al‭, ‬dat in alle verschijnselen aanwezig is‭, ‬maar Hij is‭ ‬de Meest Bijzondere‭. “‬Heiligen‭” ‬betekent‭ “‬met de Heilige verbinden‭”: ‬door de relatie met de Aparte worden ook wij apart gezet‭, ‬ge-heiligd‭.‬

5‭. ‬Zoals ons beeld in de spiegel van een ander‭ “‬materiaal‭” ‬is dan wijzelf‭, ‬materiaal dat op zichzelf niet bestaat‭, ‬zo is onze echo‭ ‬van een andere grondstof dan onze Roeper‭, ‬zonder bestand in zichzelf‭: ‬we leven slechts op de Adem van Zijn Stem‭ (‬Ps. 103:5‭, ‬Liedboek‭).‬

6‭. ‬Israëls God is Levend Woord‭ (‬dabhar‭), ‬Woord mét Adem‭, ‬mét Geest‭. ‬Hij is Stem‭ (‬qol‭). ‬Het Hebreeuwse woord voor‭ “‬geest‭” (‬ruach‭) ‬doelt op beweging‭, ‬kracht‭, ‬drift‭, ‬geestdrift‭, ‬vurigheid‭.‬

Israëls God is de Eénheid van Woord én Geest‭: ‬Die Twee zijn Eén als mannelijk en vrouwelijk‭. ‬In Gen.1:27‭ ‬mag na‭ “‬Zijn beeld‭” ‬een‭ ‬dubbele punt gelezen‭: “‬Hij schiep de mens naar Zijn beeld‭: ‬man en vrouw schiep Hij hen‭”. ‬Gelijk God is ook de mens tweeledig‭, ‬mannelijk en vrouwelijk‭. ‬In de eenheid van man en vrouw‭, ‬in hun onverbrekelijke trouw‭, ‬weerspiegelt Zich het Wezen Gods‭, ‬Zijn Eenheid‭, ‬Zijn Trouw‭. ‬Onze trouwbreuk beschadigt het beeld van God‭.‬

Het Hebreeuwse‭ “‬dabhar‭” (‬woord‭) ‬betekent ook‭ “‬toe-zegging‭” ‬of‭ “‬belofte‭” ‬en tevens de uitvoering daarvan‭: “‬daad‭”. ‬Ons gezegde‭: “‬geen woorden maar daden‭” ‬is in het Bijbels Hebreeuws niet zo vlotweg te vertalen‭.‬

7‭. ‬Hij roept nog‭: ‬een voortdurende Sprake gaat van Hem uit‭. ‬Als Hij niet meer zegt‭: “‬er zij licht‭”, ‬is er geen licht‭. ‬Als Hij niet‭ ‬langer de scheiding uitspreekt tussen dag en nacht‭, ‬hemel en aarde‭, ‬man en vrouw‭, ‬rustdag en werkdag‭, ‬vervalt de schepping tot‭ ‬chaos‭: “‬Gezegend zijt Gij HERE onze God‭, ‬Die door Zijn Woord de avonden doet aanbreken‭”. (‬Joodse avondgebed‭).‬

8‭. ‬Een naam‭ (‬shem‭) ‬is een bijzonder woord‭, ‬dat kort en krachtig een bedoeling of program aangeeft‭. ‬Israels God Die de programma’s‭ ‬van alle scheppings-verschijnselen heeft uitgesproken‭, ‬heeft ook kort en kracht Zijn Eigen Unieke Program uitgeroepen‭. ‬Israëls God heeft niet alleen een Achternaam‭ (‬ván Israël‭), ‬maar ook een Voornaam‭, ‬een Eigennaan‭: (‬J‭) (‬H‭) (‬W‭) (‬H‭).‬

9‭. ‬Het Hebreeuws is de eersteling der talen‭: ‬in deze taal heeft Israëls God voor het eerst Zijn NAAM‭, ‬Zijn Programma uitgesproken‭. ‬In het Hebreeuws is het Woord tot woord‭, ‬de Taal tot taal geworden‭.‬

Taal is geen menselijk maaksel‭, ‬maar een ant-woord op het Spreken van de Schepper‭. ‬Toen Adam de dieren namen gaf‭ (‬Gen.2:19‭), ‬benoemde hij hen niet willekeurig‭, ‬maar in overeenstemming met hun wezen‭, ‬met hun programma‭: ‬hij hoorde de weerklank van de namen die God had uitgesproken bij hun schepping‭; ‬hij zag in hun gestalte de beeldspraak van hun bedoeling‭. ‬De oorspronkelijke taal is‭ ‬verstilde weerklank op het Spreken van de Schepper‭.‬

De taal-wording van de Taal‭, ‬de woord-wording van het Woord is een Uniek historisch gebeuren‭, ‬dat voorafging aan de Schrift-wording van het Woord‭.‬

10‭. ‬De Vierletterige NAAM‭ – “‬Jod‭”, “‬Hé‭”, “‬Wav‭”, “‬Hé‭” – ‬heeft de drie tijden van het werkwoord‭ “‬Er Zijn‭” ‬in zich‭: “‬Hajah‭” (‬Hé‭, ‬Jod‭, ‬Hé‭: “‬Die was‭”), “‬Howeh‭” (‬Hé‭, ‬Wav‭, ‬Hé‭: “‬Die is‭”) ‬en‭ “‬Jihjeh‭” (‬Jod‭, ‬Hé‭, ‬Jod‭, ‬Hé‭: “‬Die zal zijn‭”). ‬Simultaan‭, ‬in drie tijden tegelijk‭, ‬heeft Israëls God zich uitgesproken‭.‬

In het eerste scheppingswoord‭ “‬Wa-jehi‭” (“‬er zij‭ …” ‬Gen.1:3‭) ‬zijn de letters van de NAAM‭ (‬Jod‭, ‬Hé‭, ‬Wav‭) ‬te herkennen‭: ‬Hij heeft Zijn NAAM‭ “‬op aarde uitgeschreven‭” (‬Ps.8:1‭, ‬berijmd‭).‬

11‭. ‬Liefhebben in Bijbelse zin‭ (+‬ahabh‭) ‬is tweerlei‭, ‬a‭. ‬van de ander áf‭: ‬we gaan opzij‭, ‬maken ruimte‭, ‬schikken in‭, ‬zodat de ander er kan zijn‭; ‬en b‭. ‬naar de ander toe‭: ‬wij vereenzelvigen ons met de ander‭, ‬we denken en leven ons in‭, ‬we verplaatsen ons in de ander‭. ‬Er is een Plaatsmakende Liefde Gods‭, ‬waarop ons bestaan berust én er is een Plaatsvervangende Liefde die het geheim is van‭ ‬ons vóórt-bestaan‭. ‬God schept ruimte‭, ‬Hij gaat voor ons opzij‭, ‬zodat wij er mogen zijn‭, ‬maar Hij komt ook naar ons toe‭, ‬vereenzelvigt Zich met ons‭, ‬verplaatst Zich in ons‭, ‬neemt onze lasten‭, ‬onze zonden‭, ‬onze schuld op Zich‭.‬

12‭. ‬Israëls God is voor alles Wérk-woord‭: ‬Hij roept‭ (‬qara‭+), ‬schept‭ (‬bara‭), ‬verkiest‭ (‬bachar‭), ‬bevrijdt‭ (‬hoshi+ah‭), ‬bewaart‭ (‬shamar‭). ‬Ook de Naamwoorden zijn actieve‭ (‬werkende‭) ‬Gezegdes‭: ‬Hij is rechtvaardig‭ (‬tsedeq‭: ‬Hij houdt zich aan Zijn Woord‭, ‬aan Zijn Afspraken‭) ‬en goedertieren‭ (‬chesed‭: ‬Hij doet zelfs meer dan Hijheeft toegezegd‭, ‬wel-dadig‭) ‬en barmhartig‭ (‬rachaman‭, ‬wat samenhangt‭ ‬met‭ “‬rechem‭”, ‬baarmoeder‭: ‬Hij laat zich leiden door Zijn‭ “‬Moederlijke‭” ‬Gevoelens‭) ‬en genadig‭ (‬chanan van‭ “‬chen‭”, ‬waarvan ons woord‭ “‬gein‭”, “‬speelsheid‭”: ‬Hij kan verrassend veranderen‭), ‬naijverig‭ (‬qan+ah‭: ‬Hij gunt ons aan geen ander‭) ‬en lankmoedig‭ (+‬erech‭ +‬apajim‭: ‬Hij houdt Zich zo lang mogelijk in‭, ‬is‭ “‬traag tot toorn‭”).‬

Tussen deze veelheid van Gezegdes kan onderling spanning bestaan‭: ‬Zijn barmhartigheid botst soms met Zijn rechtvaardigheid of omgekeerd‭ (‬Ex.32:9-14‭). ‬Maar niettemin is Hij uit één stuk‭: ‬Hij is rechtvaardig en barmhartig‭. ‬Hij is betrouwbaar én veranderlijk‭, ‬degelijk én bewegelijk‭, ‬rechtlijnig én creatief‭, ‬mannelijk én vrouwelijk in-een‭. ‬Ook als Hij toornig is‭, ‬blijft Hij Eén en Dezelfde‭. ‬Gods Toorn is niet een vreemde vlam‭, ‬het‭ “‬boze‭” ‬in God‭, ‬maar een gestalte van Zijn Unieke Liefde‭: ‬er is sprake van de Toorn van het Lam‭ (‬Op.6:16,17‭) ‬en juist het Lam is dé gestalte van Gods Plaatsvervangende Liefde‭.‬

De spanning van Zijn Wezen weerspiegelt zich ook in de schepping‭: ‬al Zijn scheppingswerken zijn betrouwbaar‭, ‬degelijk net als Hij‭, ‬maar ook bewegelijk‭, ‬vol verrassing‭. ‬We kunnen op de dingen aan‭: ‬een rots verandert niet van de ene dag op de andere in een waterplas‭. ‬Maar er is ook beweging‭, ‬groei‭, ‬voortplanting‭, ‬verandering‭. ‬Soms zijn er zeer verrassende veranderingen‭, ‬ongedachte verschijnselen‭: ‬stromend water wordt tot een harde muur‭ (‬Ex.14:22‭) ‬en een harde rots geeft stromend water‭ (‬Ex.17:6‭).‬

13‭. ‬Het woord‭ “‬rots‭” ‬is hier geen beeldspraak‭: ‬God is niet‭ “‬Rots‭” ‬bij wijze van spreken‭. ‬Hij ís het Woord‭ “‬Rots‭” (‬tsur‭). ‬Zo ís Hij‭ ‬ook het Woord‭ “‬Licht‭” (+‬or‭) ‬en het Woord‭ “‬Bron‭” (‬maqor‭). ‬Terwijl de verschijnselen die wij met deze woorden aanduiden slechts beeld-spráák zijn‭: ‬de schepping is ver-schijn-sel‭, ‬geen schijn‭ (‬maya‭), ‬maar een werkelijkheid waarin de Schepper ons ver-schijn-t‭, ‬toespreekt‭.‬

14‭. “‬Goed‭” (‬tobh‭), ‬het kernwoord waarmee God Zichzelf beoordeelt‭ (‬Gen.1:25,31‭) ‬is ook het woord waarmee wij ons oordeel over God mogen uitspreken‭: ‬wat goed van U‭! “‬Goed‭” ‬wil zeggen dat God doet waarvoor Hij Zich uitgeeft‭. ‬Een mes is goed als het echt doet wat‭ ‬het doen moet‭: ‬snijden‭. ‬Zo is God goed‭: ‬Hij is echt rechtvaardig‭, ‬Hij is werkelijk een Bron‭. “‬Goed‭” ‬is synoniem met‭ “‬waar‭”, “‬betrouwbaar‭” ‬en‭ “‬goedheid‭” ‬is een ander woord voor‭ “‬waarheid‭”, “‬echtheid‭”. ‬Het Hebreeuwse woord voor‭ “‬waar‭” ‬is‭ “`‬emet‭”, ‬waarvan‭ “‬amen‭”. ‬Goedkeurend spreken over God‭, ‬is kortweg‭ “‬amen‭” ‬zeggen‭: “‬goed zo‭!”, “‬het is zoals U hebt gezegd‭!”.‬

15‭. ‬In de lofprijzing gebeurt iets met God‭: “‬Hij wordt er wel niet door in het aanzijn geroepen‭, ‬hoewel men geneigd zou kunnen zijn‭, ‬ook tot deze uiterst gewaagde formule over te gaan‭. ‬Iets ervan zit in de dichtregel‭ “‬God is mijn lied‭” (…) ‬God‭ – ‬wat is dat‭? ‬Antwoord‭: ‬Hij is mijn lied‭. ‬Hij is de zingende‭, ‬lofzeggende manier van mijn bestaan‭. ‬God is een modus van de existentie‭, ‬een wijze van menselijk bestaan‭. ‬Maar dat is toch slechts één zijde van de zaak‭. ‬Het is ook een uiterste van wat mogelijk zegbaar is‭. ‬Helemáál is het niet waar‭, ‬dat wij God door onze lofprijzing in het aanzijn roepen‭. ‬Maar daarom gebeurt er wel iets met God in onze lofprijzing‭. ‬Zijn Macht‭, ‬Zijn heerlijkheid‭, ‬Hijzelf wordt erdoor bevestigd‭, ‬in de zin van‭ “‬vastgemaakt‭”.‬

“‬Het is bijna zo‭, ‬dat wij God in het aanzijn roepen‭. ‬Hem althans Zijn bestaan‭, ‬Zijn Existentie‭, ‬Zijn in-de-wereld-zijn geven door onze lofprijzing‭. ‬Waar zou God zijn als ik niet naar de kerk ging‭?” (‬van Ruler a.w‭. ‬46‭, ‬102‭).‬

Nagenoeg dezelfde krasse taal gebruik rabbijn A.J‭. ‬Heschel‭: “‬To pray is to bring God back into the world‭, ‬to establish His kingship‭”. “‬His being immanent depends upon us‭” (‬‘Man’s quest for God‭”, ‬62‭). ‬Onze woorden kunnen Hem maken‭ (‬en bréken‭).‬

16‭. ‬Het Hebreeuwse woord voor‭ “‬eer‭” (‬kabhod‭) ‬betekent letterlijk‭ “‬zwaarte‭”, “‬ge-wicht‭”: ‬God vereren is Hem gewicht geven‭.‬

17‭. ‬Ook als we niet spreken van God‭, ‬gebeurt er iets‭: ‬negatieve woorden‭, ‬vloekwoorden‭, ‬maken Hem klein‭, ‬breken Hem af‭. ‬Waar het danken afneemt‭, ‬neemt in de regel het vloeken toe‭. ‬Wie Hem niet looft‭, “‬moet‭” ‬Hem toch steeds ter sprake brengen‭.‬

18‭. ‬Dat Hij afkomt op onze lofzang is geen vanzelfsprekendheid‭. ‬God willen vangen in onze zangen is heidens‭. ‬Maar Hem houden aan Zijn Woord is Bijbels‭: “‬daar zal IK tot u komen‭”. ‬Israëls God is de gevangene van Zijn eigen Woord‭.‬

19‭. ‬Het Hebreeuwse woord‭ “‬jashabh‭” ‬betekent zowel‭ “‬tronen‭” ‬als‭ “‬wonen‭”: ‬Hij woont in onze lof‭.”‬Jashabh‭” ‬is synoniem met‭ “‬shachan‭”, ‬waarvan‭ “‬Shekhinah‭” (‬Inwoning‭).‬

20‭. ‬Dit stemt overeen met het gezegde‭: “‬Niet de wereld is de plaats van God‭, ‬maar God is de plaats‭ (‬ha-maqom‭) ‬van de wereld‭” (‬Bereshit Rabba‭, ‬68‭).‬

21‭. ‬In de Hebreeuwse overlevering is sprake van de‭ “‬tsimtsum‭” ‬of‭ “‬inkrimping‭” ‬van God‭: ‬door Zich kleiner te maken‭, ‬in te krimpen‭, ‬schiep Hij een lege ruimte in Zichzelf‭. ‬In die leegte riep Hij onze namen uit‭, ‬die weerklonken tegen de‭ “‬wanden‭” ‬van Zijn Plaats‭. (“‬Wanden‭” ‬wil zeggen dat Zijn Ruimte begrensd is‭: ‬er is een ruimte waar Hij niet is‭, ‬waar Zijn Licht niet komt‭.) ‬Een treffende‭ ‬omschrijving van dit oergebeuren in God geeft Herbert Weiner‭ (“‬9½‭ ‬Mystics‭, ‬The Kabbala Today‭”, ‬71‭): “‬There is only God‭ – ‬nothing else‭. ‬Then there is a movement‭. ‬A space opens up‭, ‬as if within God Himself‭; ‬it is as if God‭ “‬contracts‭” ‬Himself‭. ‬The result is an area empty of God‭. ‬That is the first act of the drama‭, ‬an act which is called tzimtzum‭, ‬that is concentration or withdrawal‭”.‬

22‭. ‬Het hart‭ (“‬lebh‭”) ‬is het middelpunt van ons mens zijn‭, ‬vanwaar de‭ “‬uitgangen des levens‭” ‬zijn‭ (‬Spr.4:23‭). ‬Het is de plaats waar‭ ‬ons bestaan begon‭, ‬begint en beginnen zal‭. ‬Op zich is ons hart een leegte‭, ‬een‭ “‬holte‭” (‬van Ruler‭, ‬a.w‭. ‬135‭). ‬Het is als het heilige der heiligen‭: ‬een lege kamer‭. ‬In die leegte is God begonnen‭, ‬heeft Hij onze naam‭, ‬ons unieke programma uitgeroepen‭. ‬Ook elke samenleving heeft een hart‭, ‬een leegte in het midden‭.‬

Vragenderwijs‭: ‬Wat is het karakteristieke van Israëls God‭? ‬Welk effect hebben onze‭ (‬dank)woorden op Hem‭? ‬Hoezo is onze eredienst Zijn erepoort‭ ‬naar het hart van mens en samenleving‭?‬

(‬Deze vragen zijn niet bedoeld als gespreksvragen‭, ‬maar als een terugblik-in-vraagvorm‭. ‬Als algemene richtvragen voor gesprek zouden de deze misschien dienst kunnen doen‭: ‬

– ‬Kunt u zich vinden in de hoofdlijn van deze paragraaf‭? ‬

– ‬Wat spreekt u het meeste aan en waarom‭? ‬

– ‬Bij welk punt ervaart u een zekere weerstand‭, ‬redelijk of emotioneel‭? ‬

– ‬Zijn er Bijbelse gronden voor uw gedachten of gevoelens‭? ‬

– ‬Vinden wij het de moeite waarde om via vergelijkend Bijbelonderzoek‭, ‬aan de hand van een concordantie‭, ‬meer licht te krijgen op dit punt‭? ‬

– ‬Hebt u aanvullende notities of verwijzingen naar andere bronnen of auteurs‭?)‬