Eucharistie is geen kerkelijk monopolie
(Gepubliceerd 2011)
De dankzegging aan de huistafel over het dagelijks brood en over de wijn in het weekend vormen samen met de lofprijzing in het publieke domein het hart van de samenleving als ‘samenloving’. Helaas heeft de kerk de dankzegging (of eucharistie) over brood en wijn gemonopoliseerd. Bij de inzetting van het Avondmaal is gezegd: doe dit (= deze handeling van het brood breken en het ronddelen, wat normaal gebeurde en nog gebeurt in alle Joodse gezinnen*) tot Mijn gedachtenis = ter herinnering niet alleen aan de Uittocht uit de maatschappelijke ellende, maar ook aan de Uittocht uit de macht van zonde en dood. Het beperken van de dankzegging over brood en wijn tot de tafel in de kerk, betekent bij het huidige functieverlies van de kerk een belangrijke factor in de secularisering van onze moderne samenleving. Als de kerk die het monopolie opeist van de dankzegging over brood en wijn, wegvalt, wat komt hiervoor dan in de plaats? Na de verwoesting van de Tempel – wat het einde betekende van de priesterlijke tempelliturgie – kwam in het Jodendom alle nadruk te liggen op de priesterlijke taak van de ouders aan de huistafel en deze huisliturgie werd meer nog dan de synagogedienst de onmisbare factor voor het overleven van het Joodse volk in de verstrooiing en daarmee ook voor het wonder van hun Terugkeer. De huiselijke liturgie is meer dan alleen dankzegging doen over brood en wijn, belangrijke onderdelen zijn ook de Schriftlezing aan tafel, het zingen van de Psalmen en het dankgebed ná de maaltijd: Hij troont op de תהלות ישראל têhilóth Jisraël’, op de lofzangen van Israël**
* Het is al meer dan 40 jaar (in 2011, red.) geleden dat dr. G.N. Lammens in een belangwekkende dissertatie ‘Doet dit tot Mijn gedachtenis’ overtuigend heeft aangetoond dat het woordje ‘dit’ in ‘doe dit tot Mijn gedachtenis’ niet slaat op het gebeuren als geheel, maar specifiek op de bij het Joodse volk gebruikelijke handelingen van danken, brood breken en ronddelen.
** Met een merkbare weemoed kijkt dr O. Noordmans terug op een traditie uit voorbije eeuwen: ‘Nooit in de historie was de huiselijke sfeer zozeer verinnigd en geheiligd en (werd) het Woord van God zo priesterlijk door den huisvader bediend, nooit (hebben) de psalmen zo sacraal binnen de muren van iedere woning geklonken en hun echo’s gehad in de diepste schuilhoeken van ieders hart, als juist toen (dr. O. Noordmans, Liturgie pag.121). Volgens het al meer geciteerde Joodse gezegde ‘we kunnen niet de weg terug, maar wel terug naar de Weg’. We kunnen wel de eigen unieke waarde van de maaltijdviering rond de huistafel herontdekken en daar opnieuw een eigentijdse vorm aangeven. Of anders gezegd: we kunnen wel opnieuw beseffen dat we als bevrijde mensen een mondig Godsvolk mogen vormen, een priesterlijke natie, onafhankelijk van dominante, kerkelijke deskundigen, in het spoor van het mondige Joodse volk.