Door: Erik Alberts, 23 Adar 5781/7 maart 2021
Naar Joodse opvatting is de Torah altijd overgedragen van generatie op generatie met inbegrip van mondelinge aanwijzingen voor schrijfwijze, uitspraak en voordracht. Ook zijn er in de loop der millennia vele leringen overgeleverd waardoor de Torah in diverse tijden grofweg dezelfde basis voor praktische uitvoering heeft gehad die zij vandaag de dag nog altijd heeft. In de Tenach (Torah, Profeten en Geschriften) komen wij daarnaast zeer oude vormen van schriftinterpretatie tegen die men veel later onterecht toeschreef aan de rabbijnen. Ook het Nieuwe Testament staat bol van Joodse interpretatiemethoden die de christelijke wereld niet kent. Er zijn diverse systemen van schriftinterpretatie uitgewerkt in de loop der tijd en de meest beknopte staat bekend als PaRDeS wat een acroniem is voor Peshat (eenvoudige betekenis), Rèmez (hint naar een andere dan de eenvoudige betekenis), Derash (verhalende betekenis die verbanden uitpluist met andere, vaak gelijksoortige schriftverzen) en Sod (een ogenschijnlijk verborgen betekenis op het diepste niveau van schriftinterpretatie). Van dit laatste niveau bekijken we een voorbeeld uit het Nieuwe Testament. Het woord Pardes betekent overigens zoveel als “paradijselijke tuin” wat een mooie aanduiding is omdat de Torah zelf Levensboom wordt genoemd.
In Openbaring 20:8 lezen we dat “Gog en Magog” de “volken uit de vier hoeken van de aarde” vertegenwoordigen. Gog en Magog zijn wonderlijke namen die beide voorkomen op diverse plekken in Tenach (Genesis 10:2, Ezechiël 38:2-3, 14-18 en 39:1, 6, 11, 15 en 1 Kronieken 1:5, 5:4), zij het nooit in de combinatie “Gog én Magog”. Op die wijze komen ze vooral voor in de Joodse mondelinge overlevering. De meeste mensen denken dat het niet uitmaakt wat de woordvolgorde of schrijfwijze in zo’n geval is. Geheel anders is het in de Joodse traditie die is gebaseerd op Hebreeuws denken en Hebreeuwse taal. Daarin bestaat geen toeval of overbodigheid, alles heeft zijn betekenis en plaats en structuur. Yehoshua/Jezus van Nazareth zegt dan ook niet voor niets dat “geen jod of tittel” van de Torah zal vervallen.
De letters van het Hebreeuwse alef-bet worden tevens gebruikt als cijfers. Binnen de Joodse traditie zijn getalswaarden (Hebr. gematria) onderdeel van het diepste niveau van Schriftinterpretatie. Het is geen simpel concept en iets waar gemakkelijk de raarste theorieën uit voort kunnen komen wanneer mensen hun eigen fantasieën de vrije loop laten. Alleen werkelijke Torah-geleerden met grondige kennis van Joodse traditie en interpretatieregels kunnen dit toepassen en onderwijzen. Uit dat onderwijs kunnen we dan soms onderliggende verbanden leren zien tussen woorden of passages. In het apocriefe boek “Wijsheid van Salomo” (Chochmat Shlomo, 2e eeuw v.C.) lezen we: “U heeft alle werken geordend op maat, op nummer en op gewicht.” (11:20).
Dus in Openbaring 20:8 lezen we dat de auteur de term “Gog en Magog” gebruikt en ook zegt dat zij “de volken uit de vier hoeken van de aarde” zijn. Nergens anders in Tenach of het Nieuwe Testament wordt dit gezegd. Natuurlijk was Yochanan/Johannes Joods en putte alleen uit de oude overlevering van zijn voorvaderen en zijn God en Yehoshua/Jezus koos hem natuurlijk bewust uit om Zijn visioen aan te geven. Yochanan/Johannes schreef vooral op het diepste niveau (“Sod”) van schriftinterpretatie en -uitleg.
Wanneer we de getalswaarden van de woorden uiteenzetten, ontstaat er dit beeld:
Gog en Magog – גוג ומגוג
Gog = Gimel (3) + Waw (6) + Gimel (3) = 12
Magog = Mem (40) + Gimel (3) + Waw (6) + Gimel (3) = 52
Tezamen zijn zij dus 64. En opnieuw, niks in de Joodse traditie is overbodig of toevallig. Zelfs een ogenschijnlijk onbelangrijk woordje als “en” kan van cruciaal belang zijn. In het Hebreeuws wordt dat woordje weergegeven door de letter Waw (een van de kleinste letters) en die heeft als getalswaarde 6. Daarnaast heeft deze letter een verbindende functie, want hij staat in zijn betekenis van “en” altijd vast aan het eerstvolgende woord in een reeks. Waw betekent dan ook “haak”, hij haakt twee woorden aan elkaar.
De totale som van “Gog en Magog” is dus 12 + 6 + 52 = 70, vandaar Yochanan’s/Johannes’ opmerking dat ze alle volken van de wereld representeren. Tenach en traditie geven namelijk aan dat het getal 70 alle volkeren tezamen vertegenwoordigt, als een nummer van compleetheid (gebaseerd op Noach en zijn nakomelingen).
Het bekende rabbijnse werk Midrash Tanchuma (12:1) bevestigt overigens exact het bovenstaande:
“Gog en Magog zijn in getalswaarde zeventig, want zij zijn de zeventig volken (van de aarde).” Het is een van de vele voorbeelden van typisch Joodse overlevering die laten zien hoe door en door Joods het Nieuwe Testament is, niet in “wortels” of “achtergrond” maar in heel haar wezen.
Het is interessant om te zien hoe Hebreeuwse en Joodse manieren van denken en schrijven zo kunnen worden gevonden in een Griekse tekst, maar het vereist training in “Joods lezen”. Dat is niet beperkt tot het gebruiken van Hebreeuwse namen en woordvariaties waarbij men ondertussen een volledig christelijke of heidense visie kan behouden. Er zijn voorbeelden te over in de hele geschiedenis tot vandaag aan toe. Nee, Joods lezen houdt in dat je de geschriften leest zoals Joden dat deden en nog steeds doen, methoden van interpretatie ontdekken, concepten met elkaar verbinden, alles als een dynamisch en organisch geheel beschouwen, minder zwart-wit. Ook betekent het, in sommige opzichten, dat je uit je christelijke (en zelfs vaak Messiaanse) comfort zone moet stappen. Dat is een proces dat langzaam moet gaan, door een proces van willen leren en kunnen loslaten. Wanneer men te snel gaat, kan een cultuurschok heel veel schade aanrichten. Ieder mens heeft zijn eigen tempo en zal respect moeten hebben voor mensen die op andere tempo’s en niveaus zitten.
Laten we teruggaan naar ons onderwerp. Het is een interessant feit dat de Griekse taal al vroeg in rabbijnse kring werd beschouwd als de enige geschikte taal om de Torah in te vertalen. Een van de redenen wordt uitgelegd in de beroemde Midrash Devarim Rabbah (1:1):
“Waarom stelt Rabban Gamliël’* dat het alleen toegestaan is om een Torah rol te vertalen/schrijven in het Grieks? Dit leerden onze rabbijnen: Bar Kappara zei “Laat God Yeffet/Jafet** uitbreiden, laat hij in de tenten van Shem/Sem wonen!” (Gen.9:27), dat de woorden van Shem/Sem gesproken mogen worden in de taal van Yeffet/Jafet – daarom is het toegestaan dat ze worden geschreven in de Griekse taal.”
Hoe mooi en goed is het om te zien dat deze grote leraren van mening waren dat Grieks de taal bij uitstek was als er dan toch eenmaal moest worden vertaald? Natuurlijk was al enkele eeuwen voor hen de Griekse vertaling (Septuagint) van de Torah (en later Tenach) voltooid. Op typisch rabbijnse manier kunnen we concluderen dat als zelfs de Torah in Grieks vertaald mocht worden, hoeveel te meer dan alle andere geschriften, inclusief het onderricht, de evangeliën en de brieven die in latere tijden tezamen bekend zouden worden onder de titel “Nieuwe Testament”?
*mogelijk de Torah-leraar van Shaul/Paulus, al waren er meerderen onder deze titel en naam in de eerste twee eeuwen van de gebruikelijke jaartelling.
**de vader van Yavan die de Joodse overlevering beschouwt als de voorvader van de Grieken. Yavan is in het Hebreeuws de naam van Griekenland.