De granaatappel: een teken van overvloed
De granaatappelboom is een uitzonderlijke plant die over het algemeen in een droog klimaat kan groeien waarin de plant langdurige periodes met droogte kan weerstaan. De boom is ook niet kieskeurig wat betreft zijn verblijfplaats want de granaatappelboom gedijt op bijna elke grond (van kalkrijke aarde tot extreem zure kleigrond). Hoewel de boom erg traag groeit, zodat hij pas na enkele jaren vrucht geeft, is de vruchtoogst zeer overvloedig. Niet voor niets wordt de granaatappel genoemd als symbool van overvloed bij de beschrijving van de zeven vruchten uit het Land Israël (Deuteronomium 8:8). De granaatappel wordt zelfs genoemd als één van de vier vruchten die meegenomen door de 12 verspieders om de overvloed aan te duiden (Numeri 13:23). De grote hoeveelheid granaatappels aan een boom (tot 300-400 vruchten per boom per jaar) en de veelheid aan zaden in een enkele vrucht geven symbolisch aan de overvloed en rijkdom1) waar deze vrucht voor stond in Bijbelse tijden.
De granaatappel: overvloed kan leiden tot hoogmoed
Deze overvloed heeft echter ook een keerzijde, aan overvloed raakt men namelijk gemakkelijk gewend. Het volk Israël raakte ook gewend aan deze overvloed tijdens hun verblijf in Egypte, Mitsrajim. Egypte stond bekend om zijn vele granaatappelbomen2). Het land kende enorme vruchtbaarheid door de jaarlijkse overstroming van de Nijl. Het land had echter een keerzijde. Het was een land van dubbelheid, van tweeslachtigheid, zoals de naam Mitsrajim aanduidt. Aan de ene kant was het leven langs de Nijl uitzonderlijk goed (‘de meloenen en vleespotten van Egypte’). Maar aan de andere kant is het verschrikkelijk bitter, door de harde en zware slavenarbeid die de Israëlieten moesten verrichten. Toen het volk Israël tijdens de woestijnreis bij de wateren van Meriba aankwam, was er tekort aan water en begon het volk te klagen: “Waarom hebt Gij ons uit Egypte doen optrekken, om ons in dit barre oord te brengen, waar geen koren, vijgenboom, wijnstok en granaatappel groeien en waar geen water is om te drinken?” (Numeri 20:5). Hier wordt de granaatappel expliciet genoemd, het volk was gewend geraakt aan de overvloed van het Egyptische dubbelland ondanks die bittere slavernij. De granaatappel symboliseert deze dubbelheid letterlijk, want de vrucht zelf heeft deze tweeledigheid in zich. Hoewel de binnenkant namelijk bestaat uit vele zaden met zoet vruchtvlees, zijn de schil en tussenschotten extreem bitter door hoge gehaltes aan bitterstoffen. Interessant is het woord voor bitter, mar, dat verborgen zit in het woord Meriba, maar tevens in het woord rimón. Door hun hoogmoed moesten ze die bitterheid ervaren, want ze kwamen nooit in het beloofde land aan als straf. Ook dit wordt mooi weerspiegelt door het binnenwoord rúm, hoogmoed, dat in het woord rimón zit. Hoogmoed en bitterheid zitten dicht tegen elkaar aan. Bijvoorbeeld na het opnoemen van de zeven vruchten, de overvloed van het beloofde land waarschuwt Mozes voor dezelfde hoogmoed, rúm (letterlijk: het verheffen van het hart): “…dat u niet hoogmoedig wordt, wêrám lêbhábhekhá, en u de HERE, uw God, vergeet, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heeft… die u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn… en dorstig land zonder water; die uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen” (Deuteronomium 8:14). Deze hoogmoed vindt uiteindelijk zijn oorsprong, zijn basis, in het paradijs3), waar ondanks alle paradijselijke overvloed, de mens tegen God rebelleert. Een andere Bijbeltekst waar het woord rimón voorkomt is 1 Samuël 14:2 waar Koning Saul wordt beschreven zittend onder de granaatappelboom, thachath hárimón. Vele verklaringen geven aan dat de boom als een bekend landspunt in het Bijbelse landschap gold. Hoewel een granaatappelboom eerder een struikachtige plant is, nooit de majestueuze omvang bereikt van een oeroude eik en maximaal vijf meter hoog wordt, kan dit natuurlijk zo zijn. Toch kan de symbolisch waarde van het noemen van de rimón niet genegeerd worden als een paar verzen eerder Koning Saul die, ondanks de rijkdom en overvloed die hij als koning kreeg, rebelleert tegen God en een offer brengt zonder priester en buiten het tempelterrein, waardoor hij als straf zijn koningschap moet afdragen (1 Samuël 13:14). De hoogmoedige Saul zit onder letterlijk en figuurlijk ‘onder de granaatappelboom’.
De granaatappel: een sierlijke, geheiligde vrucht
De granaatappel, rimón, zelf is een bijzondere en opmerkelijke vrucht. Deze ronde vrucht heeft een mooie roodbruine kleur en een kenmerkend sierlijke kroon met doorgaans zes punten4). Daarnaast heeft de binnenkant nauwelijks vruchtvlees, maar is bijna volledig gevuld met honderden zaadjes die als kleine rode edelsteentjes sierlijk op elkaar gepakt zijn5). De schoonheid van deze vrucht maakt deze vrucht anders dan andere vruchten. Het woord rimón is afgeleid van het werkwoord rámam. Dit werkwoord betekent: zich verheffen, hoogstaand of edel zijn. Deze betekenis geeft aan dat de ‘edele’ granaatappel in zijn sierlijkheid en schoonheid verheven is boven alle andere vruchten. De eerste keer dat het woord rimón in de Bijbel voorkomt is als sierlijke decoratie op het gewaad van de Hogepriester (Exodus 28 en 39). Het is opvallend dat de granaatappel niet alleen als versiering van de Heilige kleding werd gebruikt, maar ook in de Tempel zelf (1 Koningen 7, 2 Koningen 25:17). Opvallend omdat er geen andere afbeeldingen mochten worden gebruikt in de Tempel zelfs geen andere vruchten. Deze hoogstaande en edele vrucht is niet alleen dus apart in uiterlijk, maar blijkbaar ook apart gezet, geheiligd6), van andere vruchten. Ook in het Hooglied van Salomo, shir hashirim, wordt zijn geliefde vanwege haar schoonheid vergeleken met een granaatappel: “Als een gespleten granaatappel zijn uw slapen…” (Hooglied 4:3 en 6:7).
1 – Door droogte en zonlicht vormen zich in planten vrije radicalen, stoffen die schade toebrengen op celniveau. Om deze schade te voorkomen heeft de plant een complex beschermingsmechanisme dat onder andere bestaat uit de productie van anti-oxidanten zoals polyfenolen (flavonoïden, anthocyaninen en tannines). Verschillende studies hebben aangetoond dat diëten met grote hoeveelheden fruit en groentes geassocieerd zijn met een duidelijke vermindering in risico’s op hart- en vaatziekten en kanker. Een belangrijke theorie is dat schade door vrije radicalen in het menselijk lichaam juist een cruciale rol speelt in de ontwikkeling van deze vooral ‘Westerse’ ziektebeelden. Hoewel de mens van nature een uitgebreid afweersysteem heeft, wordt steeds meer duidelijk dat er een belangrijke relatie is tussen voeding en dit natuurlijke beschermingsapparaat, waarbij anti-oxidanten van buitenaf meehelpen in de continue strijd tegen oxidatieve schade. Een granaatappel bevat zo’n 80% sap en 20% zaden. Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat granaatappelsap een anti-oxidatieve capaciteit heeft die 2 tot 3 keer hoger is dan die van groene thee of rode wijn. Granaatappelsap heeft daarmee de hoogste anti-oxidatieve werking van alle dranken (onderzocht door Seeram in 2008), zelfs de commercieel geproduceerde dranken. Maar ook vergeleken met andere fruitsoorten heeft de granaatappel de hoogste concentratie anti-oxidanten. De granaatappel is zoals gezegd een belangrijke bron van polyfenolen die verantwoordelijk zijn voor diverse beschermingsacties tegen oxidatie (de hoogste concentratie zit in de schil). In het bijzonder zijn twee typen aanwezig: ten eerste de anthocyanines die het sap en de vrucht hun rode kleur geven. Daarnaast tannines die ongeveer 90% van de anti-oxidatieve werking voor hun rekening nemen. Één van deze tannines genaamd punicalagine is uniek voor de granaatappel en neemt meer dan de helft van alle anti-oxidatieve werking voor zijn rekening. Hoewel er verschillende werkingsmechanismen zijn van granaatappelsap zijn er een aantal gebieden waar duidelijke onderzoeksresultaten zijn. Uit een weliswaar beperkte studiegroep in Israël bij mensen met hoge bloeddruk waren aanwijzingen dat de bloeddruk lager werd na periode van twee weken consumptie van granaatappelsap. Daarnaast gaf een studie onder een klein aantal personen een verlaging van de cholesterolwaarden na een aantal weken inname van granaatappelsap en zou op die manier (de voortgang van) aderverkalking kunnen voorkomen. Ook bij laboratoriumonderzoek werd bevestigd dat granaatappelsap aderverkalking zou voorkomen en zelfs verminderen. Als laatste is er een studie uit een belanghebbend tijdschrift van enkele jaren geleden dat suggereert dat de progressie van prostaatkanker kan worden vertraagd door het drinken van granaatappelsap en daarmee de overleving en kwaliteit van leven van mannen met prostaatkanker verbetert. Samenvattend zijn er een aantal studies (soms helaas beperkt in omvang) die het belang aantonen van regelmatige consumptie van granaatappelsap om ziektes te voorkomen.
2 – Er zijn vele Egyptische afbeeldingen gevonden van granaatappels en ze werden zelfs meegenomen door de farao’s in hun graftombe (waaronder de bekende Tutanchamon). Daarnaast werden in het oude Egypte granaatappels als medicijn gebruikt voor allerlei infecties.
3 – Niet alleen de hoogmoed vindt zijn oorsprong in het paradijs, volgens een rabbijnse traditie zou ook de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad een granaatappel zijn geweest (Genesis 3:3). De naam van de vrucht wordt uiteraard nergens in de Bijbel genoemd. Toch zijn er een aantal aanwijzingen die de granaatappel als kandidaat geschikt maken. Met name in het boek Hooglied vinden die terug. De eerste is de uiterlijke kenmerken van de granaatappel waarmee Salomo’s geliefde meerdere malen wordt vergeleken met een granaatappel. Het is echter niet alleen de kleur waarmee hij haar vergelijkt, de granaatappel ziet er zelf ook aanlokkelijk uit: “… en de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen”(Genesis 3:6). De andere aanwijzing is de tekst in Hooglied 4:13 waar het paradijs in verband wordt gebracht met de granaatappel: “Uw scheuten zijn een boomgaard van granaatappels, pardés rimóním”. In de Septuaginta wordt het Hebreeuwse woord gan (hof, als in Hof van Eden Genesis 2:8) vertaald met pardés. In het Nederlands vinden we dit duidelijk terug in ons woord ‘paradijs’ dat afgeleid is van het woord pardés. Interessant is dat de rabbijnen dit vers uitleggen dat God tijdens het Messiaanse tijdperk een park (lees paradijs) met granaatappels zal maken.
4 – Het aantal punten van de granaatappel varieert tussen vijf en zeven punten. Maar indien er zes punten aanwezig zijn en de vrucht van bovenaf bekeken wordt is een Davids ster, een Magen David zichtbaar. Hoewel exacte geschiedenis van de Magen David onbekend is en er zelfs verhalen rondgaan over een duistere oorsprong, is het een interessante gedachte dat de granaatappel wellicht wel het natuurlijke voorbeeld is geweest voor het ontwerp van deze ‘ster van David’.
5 – Het aantal zaden in de granaatappel varieert per vrucht, soms tot op 1400 zaden. Volgens de rabbijnse traditie zou de granaatappel het symbolische aantal van 613 bevatten. De granaatappel staat hiermee voor de 613 geboden uit de Torah. Ook de Midrash Rabbah legt verband met de Torah. Hierin worden, op basis van de tekst: “… en de granaatappels staan in bloesem” (Hooglied 7:12), de samengepakte zaden in de granaatappel vergeleken met een volle klas met leerlingen die druk bezig zijn om uit de Torah te leren…
6 – Dat de granaatappel in de Joodse traditie gezien wordt als geheiligde vrucht illustreert een tekst uit de ‘Zohar’ van Rabbi Mozes ben Shem Tov de Leon, de auteur van dit mystieke boek. Volgens de Rabbi zou namelijk in het binnenste van de granaatappel de Shechinah, Gods aanwezigheid huizen.