Er is geen volk dat zo mondig is als het Joodse volk: elk Joods kind kan de Bijbel lezen in de grondtekst en elke Joodse puber krijgt op school, ook op alle seculiere scholen grondig onderricht in de literaire tekstverklaring van de Bijbel. In bepaalde orthodox Joodse basisscholen kunnen kinderen zelfs al in de 2e klas (= in groep 4 bij ons) de commentaren van de Joodse Bijbelgeleerde Rashi lezen in het moeilijke Rashischrift, een kundigheid waartoe doorsnee dominees niet eens in staat zijn. Vergeleken bij het hoge peil van het Joodse onderricht is ons Bijbelonderwijs op de scholen nog in een ‘barbaars’ stadium.
Hebreeuws leren maakt mensen mondig = onafhankelijk van geleerde tussenpersonen. Engels leren op de basisschool – wat hier en daar zelfs al gebeurt in groep 1 – is goed, maar Hebreeuws leren is beter. In veel Joodse kringen krijgen kinderen al Hebreeuwse les vanaf het derde levensjaar. Hebreeuws leren geeft het opgroeiende kind een rechtstreekse toegang tot één van de allerbelangrijkste cultureel literaire bronnen ter wereld. Als geen ander boek kan de Hebreeuwse Bijbel structuur geven aan het zich ontwikkelende denken van jonge mensen. Als geen ander geeft dit Boek hoop in tijden van verwarring, hoop op radicale bevrijding en vernieuwing van mens en samenleving. Als geen ander geschrift geeft de Hebreeuwse Bijbel, Torah, Psalmen en Profeten, originele en concrete richtlijnen voor de ordening van de tijd en het aardse bezit.
Weliswaar zijn er ook tal van goede vertalingen, maar geen enkele vertaling kan de volheid en de veelzijdigheid van de Hebreeuwse Brontekst bevatten. Er is een Joods gezegde: ‘wie de Hebreeuwse Geschriften in vertaling leest, is als iemand zijn moeder kust door een zakdoek heen’.