16-02-2023

Het 12-voudig waarmerk van Abrahams G’d

Over de unieke veelzijdigheid van de Bijbels-Hebreeuwse godsdienst

Kenmerkend voor Abrahams God is Zijn veelzijdigheid‭. ‬Als geen ander past de Hebreeuws-Bijbelse godsdienst in het hart van de moderne samenleving‭. ‬De Bijbels-Hebreeuwse godsdienst omvat zowel het Oude als het Nieuwe Testament dat van origine ook een Joods-Hebreeuws document is

De veelzijdigheid van Bijbels-Hebreeuwse‭ ‬Godsdienst

In vergelijking met de andere wereldgodsdiensten die overwegend eenzijdig zijn‭, ‬geconcentreerd rond één bepaalde deelwaarheid‭, ‬is de Hebreeuwse godsdienst bijzonder veelzijdig‭: ‬er zijn minstens 12‭ ‬kenmerken te noemen‭. ‬De veelzijdigheid van de Hebreeuwse godsdienst is de veelzijdigheid van Abrahams G’d‭: ‬

1‭.‬ HIJ is de‭ ‬Ontzagwekkende‭: ‬deze alles en iedereen overstijgende Goddelijke Grootheid is de Oorsprong‭, ‬de Schepper van al wat is en leeft‭. ‬HIJ is de Gans Andere‭, ‬met geen mens te vergelijken‭, ‬Hij is ondoorgrondelijke groot‭, ‬Zijn gedachten en Zijn wegen zijn vele malen hoger dan de onze‭. ‬Kenmerkend voor de Bijbelse godsdienst is een diep respect‭, ‬een bewonderend ontzag voor deze Ontzagwekkende en ondoorgrondelijk Goddelijke Grootheid‭.‬

2‭.‬ HIJ is de Altijd en Alom‭ ‬Aanwezige‭: ‬deze alles en iedereen overstijgende Goddelijke Grootheid Die ver boven ons verheven is‭, ‬is tegelijk altijd en overal tegenwoordig‭. ‬HIJ is en was en zal er altijd bij zijn‭, ‬zo is Zijn Naam‭. ‬HIJ is om ons heen‭ ‬‘als zonlicht om de bloemen’‭.‬

3‭.‬ HIJ is een Schepper Die schept door Zijn Stem‭: ‬Zijn Stem is een eenheid van Woord én Geest‭. ‬Door Zijn Stem heeft HIJ al het bestaande opgeroepen‭. ‬Ons mens zijn is geen uitvloeisel uit het Goddelijke‭, ‬wij zijn niet uit God‭ ‬‘geboren’‭, ‬niet uit Hem voortgevloeid‭, ‬niet als vonken uit een vuurhaard weg gespat‭, ‬maar ieder schepsel is een schepping apart‭, ‬in aanzijn geroepen door Zijn Stem‭, ‬waardoor op heel de schepping het stempel van de Schepper is gedrukt‭: ‬alles spreekt van HEM‭ (‬Psalm 19:1,2‭).‬

4‭.‬ HIJ is onze‭ ‬Bevrijder‭: ‬deze ontzagwekkende‭, ‬Goddelijke Grootheid‭, ‬Die onze Schepper is‭, ‬is ook onze Bevrijder‭: ‬Hij is Immanuël‭, ‬God met ons‭, ‬HIJ bevrijdt ons uit het krachtenveld van de Boze‭, ‬uit de macht van zonde en dood door Zich met ons te vereenzelvigen‭, ‬tot in onze schuld‭ ‬en dood toe‭. ‬HIJ verplaatst Zich in ons‭, ‬neemt onze zonden op Zich en draagt ze weg‭*. ‬Een gebeuren dat telkens eenmaal per jaar‭ ‬gesymboliseerd werd in het offerritueel op Jom Kipur‭ (‬Leviticus 16:21‭) ‬en dat eenmaal historische gestalte kreeg in de levensgang van Jêhoshua‘‭ ‬haNotsri‭, ‬de Man van Nazareth‭, ‬een unieke verschijning van Israëls God in de lange reeks van Godsverschijningen onder Israël‭ (‬zoals o.a‭. ‬in Genesis 18:9-13,22,23‭). ‬Van Hem is gezegd‭: ‬‘Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt’‭ (‬Johannes 1:29‭). ‬Dit Bevrijdend Handelen Gods verwerkelijkt zich door het geloof‭, ‬door het geloof alleen‭.‬

‭ * ‬Het Evangelie dat G’d onze zonden op Zich neemt en wegdraagt is geen primeur van het Nieuwe Testament‭, ‬maar vormt ook de kern van de Mozaïsche Torah‭, ‬van Psalmen en Profeten‭. ‬Het is niet toevallig dat het offerritueel van Jom Kipur precies in het hart staat van de Torah‭, ‬in het midden van het middelste Boek‭: ‬in Leviticus 16:21‭. ‬Heel de Bijbel is van origine een Joods-Hebreeuws geschrift en in beide delen gaat het om hetzelfde Evangelie‭. ‬Calvijn‭, ‬die in lijn met de Griekse kerkvaders het Bijbels Evangelie sterk vergeestelijkte‭, ‬was wel de eerste theoloog in de kerkgeschiedenis die uitging van de volstrekte eenheid tussen het Oude en Nieuwe Testament‭ (‬Institutie 2e Boek‭, ‬hfst 10‭: ‬‘Over de gelijkheid van het Oude en het Nieuwe Testament’‭).‬

5‭.‬ HIJ is Daadwerkelijke Liefde‭ (‬Chesed‭) ‬én Trouw‭ (‬‘Emeth‭): ‬HIJ‭, ‬de Ontzagwekkende‭, ‬is de Liefde in eigen Persoon en HIJ is één en al betrouwbaarheid‭. ‬HIJ doet wat HIJ zegt‭, ‬HIJ houdt Zich aan Zijn Woord‭, ‬aan Zijn beloften aan Abraham‭: ‬‘dit Land zal ik U geven’‭ ‬en‭ ‬‘in U‭ (‬dóór en mét U‭) ‬zullen alle geslachten der aarde gezegend worden’‭. ‬HIJ houdt Zich ook aan Zijn toezegging aan Israël‭: ‬‘Gij zijt voor Mij een koninkrijk van priesters‭, ‬een heilige natie’‭ ‬en‭ ‬‘Gij zijt een uitverkoren natie om een licht‭ (‬een voorlichter‭, ‬voorganger en voorzanger‭) ‬voor alle volken te zijn‭.‬’

6‭.‬ HIJ is de Heilige en‭ ‬Heiligende‭ ‬Geest‭: ‬deze alles en iedereen overstijgende Goddelijke Grootheid‭ ‬‮–‬‭ ‬‘driemaal Heilig is HIJ’‭ ‬‮–‬‭ ‬heiligt ons‭, ‬verbindt ons met Hem‭, ‬de Heilige door Zijn Heilige Geest Die Zijn Wil‭, ‬Zijn Torah‭, ‬Zijn zegenrijke Richtlijnen voor leven en samenleven wil schrijven in onze harten‭, ‬zodat wij als vanzelfsprekend op Zijn Wegen gaan‭.‬

7‭.‬ HIJ is hier en nu onze‭ ‬Koning‭: ‬deze alles overstijgende Grootheid‭, ‬die Zich volledig met ons vereenzelvigt en ons heiligt‭, ‬heeft ook de regie over heel ons leven en heel de wereldsamenleving‭. ‬Hij regeert door Zijn Woord en Geest‭. ‬Hij is Koning en Wetgever tegelijk‭. ‬Zijn Wil‭, ‬Zijn Programma voor leven en samenleven is samengevat in de Mozaïsche Torah met de zegenrijke Richtlijnen voor het eerbiedigen van ouders‭ ‬en oudsten‭ (‬presbyters‭) ‬en voor de ordening van de‭ ‬tijd‭ (‬dagelijkse getijden‭, ‬wekelijkse Shabbat en jaarlijkse feesten‭) ‬en van het aardse‭ ‬bezit‭ (‬periodieke kwijtschelding van schulden en herverdeling van het grondbezit‭). ‬De erkenning van Gods Koningschap en het gaan op de Wegen van Zijn Wet vormen de poort naar Zijn Koninkrijk‭: ‬naar vrede op aarde‭, ‬naar welzijn en welvaart voor iedereen‭, ‬‘ieder onder zijn eigen wijnstok en vijgenboom’‭ (‬Micha 4:4‭)*.‬

‭* ‬Dit Koninkrijk G’ds zoals het aanvankelijk in de Tuin van Eden gestalte kreeg met Adam als hovenier‭ (‬Genesis 2:15‭) ‬en later nog onder de vredevorst Salomo en zijn artistieke tempelbouwers‭ (‬1‭ ‬Koningen 4:25‭; ‬hfst‭. ‬5‭ ‬en 6‭), ‬staat haaks op onze huidige‭, ‬geïndustrialiseerde‭, ‬oververtechniseerde en oververstedelijkte wereldsamenleving‭, ‬waarbij het platteland leegloopt en de woestijnen opdringen‭. ‬Het Koninkrijk waarvoor Jêhoshua‘‭ ‬ons leerde bidden in het‭ ‬‘Onze Vader’‭ (‬in lijn met Adam en Salomo én met Israëls profeten‭, ‬Micha 4:1-4‭, ‬Jesaja 2:1-4‭) ‬doelt op een volkerengemeenschap van hoveniers‭ ‬en kunstenaars‭ (‬met name‭: ‬kundige ambachtslieden en toonkunstenaars‭/‬‘Godlover’‭), ‬gegroepeerd rond het Joodse volk‭ (‬Gods Eersteling‭, ‬de presbyter‭, ‬de voortrekker‭) ‬met Tsion in het centrum‭, ‬zodat heel de aarde een Tuin van Eden wordt‭: ‬de Hof van het Grote Genieten‭.‬

8‭.‬ HIJ is niet alleen Opperwezig en Aanwezig‭, ‬maar wil ook‭ ‬Inwezig‭ ‬zijn‭: ‬HIJ‭, ‬God met ons‭, ‬wil ook inwonen in ons diepste binnenste‭: ‬om van binnenuit ons te heiligen‭, ‬om Zijn Torah in onze harten te schrijven‭ (‬Jeremia 31:33‭; ‬Hebreeën 8:10‭ ‬en 10:16‭). ‬Het gegeven dat Abrahams G’d met ieder mensenkind een diepgaande persoonlijke relatie wil aangaan‭, ‬vormt de kern van de Bijbels-Hebreeuwse godsdienst‭: ‬ouders‭, ‬oudsten‭, ‬leraren en andere Godsgezanten zijn onmisbare tussenpersonen‭, ‬maar hebben slechte een tijdelijke‭, ‬dienende‭, ‬opvoedende en corrigerende functie‭. ‬Volwassen Bijbels-Hebreeuwse gelovigen beleven en onderhouden een directe relatie met de alles en iedereen overstijgende Goddelijke Grootheid‭: ‬zij horen Zijn Stem‭, ‬die opklinkt uit de Heilige Schrift en uit het menselijk hart dat Zich openstelt voor Heilige Geest‭.‬

Deze puur persoonlijke relatie betekent ook een hoogwaardige‭, ‬persoonlijke verantwoordelijkheid‭, ‬want HIJ‭, ‬Die altijd en alom tegenwoordig is‭, ‬roept ons voortdurend ter verantwoording‭; ‬‘Adam waar bent U‭, ‬wat doet U met het leven dat Ik U geef‭?‬’

9‭.‬ HIJ verkiest‭, ‬heeft voorkeur voor Israël‭: ‬Hij kiest een oud‭, ‬kinderloos echtpaar‭, ‬Abram en Sarah‭, ‬en doet hen uitgroeien tot een‭ ‬groot volk van 12‭ ‬stammen‭, ‬die door Hem geheiligd‭ (‬rechtstreeks met Hem verbonden‭) ‬worden‭ (‬Exodus 19:5,6‭). ‬Binnen deze 12‭ ‬stammen heeft HIJ speciale voorkeur voor de stam van Juda‭. ‬Gods verkiezend Handelen heeft geen doel in zichzelf‭, ‬maar is gericht op de bevrijding en heiliging van alle volken‭: ‬‘heel de aarde behoort Mij’‭ (‬Exodus 19:5‭). ‬Israël/het Joodse volk is bestemd en geroepen om een koninkrijk van priesters te zijn‭, ‬van voorlichters‭, ‬voorgangers en voorzangers‭. ‬

Met het oog op de uitvoering van deze roeping koos HIJ uit het Joodse volk 12‭ ‬gezanten met de opdracht om in heel het Romeinse wereldrijk‭, ‬zoveel mogelijk in elke stad‭, ‬een kring van eerstelingen‭ (‬ekklesia‭: ‬uitverkoren groep‭, ‬gemeente of kerk‭) ‬te stichtten‭, ‬als startplaats voor de bevrijding en heiliging van heel de volksgemeenschap‭. ‬Wat Israël/het Joodse volk is tussen de volken‭, ‬zijn deze kringen van eerstelingen in hun volk‭. ‬Alleen als gezanten van Israël kunnen kerken hun missie voltooien‭: ‬wanneer de kringen van eerstelingen zich loskoppellen van dé Eersteling‭, ‬van Gods oudste gemeente‭ (‬qáhal‭) ‬Israël/het Joodse volk‭, ‬blokkeren zij zichzelf en belemmeren zij de doorbraak van het Koninkrijk G’ds op aarde‭.‬

10‭.‬ HIJ legt onze toekomst open voor altijd en eeuwig‭: ‬onze uiteindelijke toekomst is niet de hemel‭, ‬maar de hemel op aarde‭. ‬Het hemelse Jeruzalem daalt neer op een vernieuwde aarde en G’d komt wonen te midden van Zijn volken‭ (‬Openbaring 21:3‭). ‬De hemel is een tijdelijke wachtkamer waar wij wachten totdat G’d definitief recht doet op aarde‭. (‬Openbaring 6‭: ‬11‭; ‬20:11-15‭).‬

11‭.‬ HIJ is behalve Koning en Wetgever ook de Goddelijke Rechter Die alles recht gaat zetten‭: ‬er komt een dag van gericht‭, ‬een oordeelsdag‭. ‬Hij komt de aarde richten‭, ‬komt orde scheppen‭ (‬of schoppen‭) ‬in onze chaos‭. ‬Dat mag ons verontrusten‭, ‬maar ook bemoedigen‭: ‬‘toch is er een G’d Die recht doet op aarde‭!‬’‭(‬Psalm 58:12c‭). ‬Verontrustend‭, ‬maar ook bemoedigend‭: ‬er wordt recht gedaan‭, ‬Hij komt orde scheppen in onze chaos Nazareth‭ (‬Lev.16:21‭; ‬Johannes 1:29‭)‬

12‭.‬ HIJ heeft speciaal oog voor het kleine en kwetsbare‭: ‬HIJ beoogt weliswaar de doorbraak van Zijn Koninkrijk wereldwijd‭ ‬‮–‬‭ ‬een groots programma‭! ‬‮–‬‭ ‬maar kenmerkend is dat Zijn oog vooral valt op het zwakke‭, ‬op het‭ ‬‘gekrookte riet’‭. ‬Tot aan die grote‭, ‬wereldwijde doorbraak van G’ds heerschappij op aarde bekommert HIJ Zich in het bijzonder om wie teer en gebroken zijn‭, ‬om weduwen en wezen‭, ‬om de achterblijvers die tussen wal en schip raken‭, ‬om de randbewoners‭, ‬de mislukkelingen in onze huidige wereldsamenleving‭, ‬om de vluchtelingen‭ ‬die bij ons onderdak zoeken en Hij roept ons op Hem daarin te volgen‭. ‬Zolang de volken eigenwillig zijn‭, ‬geen oog hebben voor de uitverkoren positie van Israël als voorlichter‭, ‬voorganger en voorzanger‭, ‬en zolang zij eigen wetten beter achten dan Zijn Torah‭, ‬met als gevolg duurzame ellende op aarde‭: ‬armoede‭, ‬honger‭, ‬ontheemding voor miljoenen medemensen‭, ‬vraagt HIJ allereerst van‭ ‬ons daadwerkelijke liefdebetoon voor zijn miskende‭, ‬verdrukte volk Israël‭.‬

De evangelist Mattheüs vertelt in hoofdstuk 25:40‭ ‬e.v‭. ‬een gelijkenis waarin de Zoon des mensen‭ (= ‬Jêhoshua‘‭) ‬het eindoordeel uitspreekt over de volkerenwereld‭. ‬Hierin wordt duidelijk niet alleen dat de beoordeling zich toespitst op kleinigheden‭, ‬een beker water‭, ‬een bezoekje‭, ‬maar ook dat de volken beoordeeld worden op hun houding tegenover het Joodse volk‭: ‬‘voor zover gij dit aan één van Mijn minste broeders hebt gedaan‭, ‬hebt Gij dat aan Mij gedaan’‭. ‬Eén van Mijn‭ ‬broeders‭, ‬dat zijn dus Zijn Joodse volksgenoten‭, ‬want Jehoshua‘‭ ‬vereenzelvigt Zich met hen‭, ‬is één van hen‭. ‬Zoals Hij uitdrukkelijk zegt in Lukas 8‭ ‬vers 19-21‭: ‬‘Mijn moeder en broeders zijn dezen hier die het Woord Gods‭ ‬horen en doen’‭. ‬Met deze zegswijze verwijst Hij zijdelings naar Zijn volk Israël toen het bij de Sinaj stond en letterlijk verklaarde‭: ‬‘wij zullen‭ ‬doen en horen’‭ (‬Exodus 24:7‭). ‬Gedurende Zijn hele optreden was Jêhoshua’‭ ‬volledig en zelfs uitsluitend op het Joodse volk‭, ‬op Zijn volk betrokken‭. ‬Tegenover een vrouw uit de volken zegt Hij‭: ‬‘Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls’‭ (‬Mattheüs 15:24‭). ‬En dan gaat het inderdaad bij de beoordeling van de volken tegenover Zijn volk niet direct om grote dingen‭, ‬maar slechts om een kleine handreiking‭, ‬een beker water‭, ‬een beetje aandacht‭, ‬een bezoekje‭, ‬een bemoediging in hun verdrukking‮…‬‭ ‬tot op heden‭.‬

Dit twaalfvoudige waarmerk maakt geen enkele aanspraak op volledigheid‭, ‬in plaats van 12‭ ‬kenmerken zouden het er mogelijk wel 26‭ ‬kunnen zijn‭. ‬In de Hebreeuwse taal‭ (‬waarin letters ook een getalswaarde hebben‭: ‬A=1‭, ‬B=2‭, ‬J=10‭, ‬H=5‭, ‬W=6‭) ‬is 26‭ ‬de getalswaarde‭ ‬van de Vierletterige Godsnaam‭ (‬J‭)(‬H‭)(‬W‭)(‬H‭). ‬Een Naam die‭, ‬naar men wel aanneemt‭, ‬gevormd wordt door de initialen van de drie vormen van het werkwoord‭ ‬Hájáh‭ (‬geschieden‭, ‬aanwezig zijn‭, ‬erbij zijn‭): ‬Jihjeh‭, ‬Howeh‭, ‬WeHájáh‭ (‬HIJ zal aanwezig zijn‭, ‬is aanwezig‭, ‬en‭ (= ‬ook‭: ‬want‭) ‬was aanwezig‭.‬