In het artikel ‘De olijfboom als beeld van Israël’ hebben we de herdenking van Tisha be’abh besproken en het verband met de olijvenoogst. Hoewel de rabbijnse traditie de olijfboom verbindt met de negatieve, verwoestende heidense invloed op het Joodse volk, beschrijft de Bijbel echter ook een bijzondere relatie met de heidense volkeren. De brief aan de Romeinen gebruikt hiervoor het beeld van een geënte olijfboom.
‘… en u, loten van een wilde olijfboom, tussen de overgebleven takken bent geënt en mag delen in de vruchtbaarheid van de wortel’ (Romeinen 11:17-24).
De techniek van het enten is al eeuwenoud, maar het waren juist de Romeinen die hier erg bedreven in waren. Het is daarom begrijpelijk dat deze brief juist aan hen gericht is. Om het beeld van deze geënte olijfboom te begrijpen is enige botanische kennis dus van belang.
Geënt worden is een één-wording
Enten is een techniek waarbij een tak of twijg van de ene plant (de ent) verbonden wordt met een andere plant (de onderstam) om zo tot één plant uit te groeien. Hierbij is het belangrijk dat de ent op zo’n manier op de onderstam wordt geplaatst dat het kiemweefsel (de cellaag direct onder de bast) zo gerangschikt wordt dat beide plantdelen kunnen fuseren. Het succes van deze verbinding hangt af van goed functionerende boomvaten, het transportsysteem, dat beide verbindt. Op die manier wordt een plant gevormd die een combinatie is van een onderstam, die zorgt voor de wortels, en een ent die bladeren en vruchten produceert. Geestelijk gezien is dus de ent het beeld van de heidenen1) en de takken het beeld van het volk Israël. De heidenen worden geënt tussen de takken op de onderstam. Deze onderstam bestaat uit ‘de Woorden die hun (het Joodse volk) zijn toevertrouwd’ (Romeinen 3:2), dat is het Mozaïsche en profetische Israël. Op die manier komen de heidenen in relatie (verbinding, verbond) met de wortel van Israël: de God van Abraham, Isaäk en Jacob, die een unieke historische gestalte kreeg in Jehoshúah ben David. Het woord ‘Israël’ omvat niet alleen het Joodse volk, maar ook hun Tenach en hun relatie met de Ene.
Als voorwaarde voor een succesvolle enting, moet er dus een goede verbinding zijn tussen ent en onderstam. Om een goede verbinding te krijgen werd in vroegere tijden een mengsel van boomhars en bijenwas als bindmiddel gebruikt. Van nature hebben heidenen geen verbinding met Israëls Gods en moet er dus een bindmiddel zijn, een ‘boven’natuurlijke lijmstof, die als overbrugging fungeert2). Hoewel dit bindmiddel niet expliciet wordt benoemd in de brief, is deze verbinding gemaakt door het bevrijdend handelen van de Messias Jezus, Jehoshúah van Nazareth, het bindmiddel tussen de heidenen, als wilde olijfloten, en Israël, als de gecultiveerde olijfboom3).
Enten: een wederzijdse relatie
Een olijfboom geeft normaal gesproken pas na 5-10 jaar zijn eerste vruchten. Een olijfoogst wisselt elk jaar, om het jaar zijn er veel of weinig vruchten. Er zijn daarom verschillende voordelen aan het enten van een olijfboom of planten in het algemeen: Geënte planten dragen eerder vrucht en geven ook meer vruchten. Daarnaast is de levensduur van geënte planten veel langer. Blijkbaar is er een gunstige wisselwerking tussen ent en onderstam. Aan de ene kant stimuleert of provoceert de ent de onderstam tot groei en ontwikkeling van het wortelstelsel, terwijl er een beschermende en voedende functie uitgaat van de onderstam zoals beperking van schade door ziektekiemen en een betere weerbaarheid tegen temperatuurs- en zoutschommelingen. Alles draait dus om de wederzijdse relatie tussen ent en onderstam. Opvallend is dat in de Romeinenbrief tot driemaal tot het Griekse woord parazeloo, 9αραζηλοω wordt gebruikt, dit werkwoord, dat provoceren betekent, wordt doorgaans vertaald met ‘tot jaloersheid of na-ijver wekken’ (Romeinen 10:19 en 11:11, 14). In een botanische context betekent dit echter het stimuleren, provoceren, van de onderstam door de ent. Door namelijk een ent te plaatsen op een plant worden allerlei stimulerende stoffen geproduceerd door de ent die de plant provoceren tot verder uitgroeien en ontwikkelen van het wortelstelsel. De belangrijkste invloed van de ent is dus het versterken en vermeerderen van de wortels. Door de toename van de wortels neemt ook de opname van voedselstoffen toe. Water, mineralen en andere belangrijke voedingstoffen worden getransporteerd van de onderstam naar de ent via de boomvaten, die de ent kan gebruiken om vruchten te produceren.
De provocatie van de ent veroorzaakt dan ook een explosieve toename van de plantengroei en productie van voedingsstoffen die resulteert in een veelvoudige vruchtenoogst4). In geestelijk opzicht betekent dit dat de kerk het volk Israël moet stimuleren of provoceren5) tot het verder ontwikkelen van hun wortels: het bestuderen van de Torah en hun positie innemen als Godsvolk, als licht voor de volken, zodat Israël grondstoffen ontwikkelt waarop de volkeren kunnen bouwen. De ‘geënte’ heidenen kunnen op hun beurt profiteren en zich laten voeden met deze Hebreeuwse voedingsstoffen en mineralen: het Hebreeuws, de Bijbelse grondtaal, en daardoor het Hebreeuws Bijbels denken en Bijbelse levensstijl. Niet alleen geldt hier het principe:’Wie u zegent, wordt gezegend’ (Genesis 12:2-3), want enten betekent veel meer:’…deelnemen aan de wortel, rhizes, ριζης, en de vettigheid, piotès, 9ίοτης, van de olijfboom’ (Romeinen 11:17). Wat een vrucht zou de kerk gaan dragen als zij deze voedingsstoffen volledig tot zich zou gaan nemen…
Bescherming tegen geestelijke ziektekiemen
Geënte planten laten niet alleen een verhoogde opname zien van voedingsstoffen als gevolg van een krachtig wortelsysteem, ook de tolerantie tegen ziektekiemen in geënte planten neemt toe door weerstand van de onderstam die substanties produceert die ziektekiemen tegenhouden en die getransporteerd worden naar de ent. Zonder dat ontvankelijkheid voor ziektes vanuit de ent naar de onderstam wordt vervoerd. Een gelovige uit de heidenen, die profiteert van de voedingstoffen die de onderstam hem levert, zal niet alleen een toename in geestelijke groei krijgen, maar ook bestand zijn tegen allerlei ‘geestelijke’ ziektekiemen. Net als de geënte plant, waarbij de plantdelen optimaal van elkaar profiteren, resistent is tegen allerlei ziektes zo zullen de kerk en Israël van elkaar kunnen profiteren. In de huidige secularisatie van onze maatschappij kan deze ‘geënte olijfboom’ zich voldoende afweren tegen het seculiere denken.
De olijfboom: beeld van opstanding
De olijfboom is een bijzondere boom die kan overleven in een omgeving met extreem weinig vocht en heeft ook weinig tot geen schaduw nodig. De bloemen van de olijfboom zij hierdoor erg klein en de vruchten groeien langzaam. Niet alleen kan de boom zich in een weerbarstig klimaat handhaven6), het verjongingsproces is een andere bijzondere eigenschap van de olijfboom. Bij de stam van de boom en de wortels zijn namelijk slapende knoppen aanwezig die kunnen uitgroeien als de oude boom dood is. Op deze manier kan de olijfboom zich volledig verjongen en kan een nieuwe boom ontstaan uit een oude dode boom. Interessant is de parallel die getrokken kan worden tussen het volk Israël als olijfboom en de profetie uit Ezechiël 37. De wonderbaarlijke transformatie, of beter gezegd incarnatie, van dorre beenderen naar lichamen met spieren, vlees, huid en geest, die de terugkeer symboliseert van het volk Israël naar het beloofde land, kan vergeleken worden met een oude boom die dood is, maar uiteindelijk uitgroeit tot een nieuwe vruchtdragende olijfboom.
Een licht voor de wereld
Tot slot is er nog een laatste parallel te trekken tussen de olijfboom en Israël: Een belangrijke eigenschap van de olijfboom is het produceren van olijfolie. Een olijf bestaat namelijk voor één vijfde uit, vettigheid, olie. Hoe rijper de olijf, hoe meer vet deze bevat. Door de olijven in de zon of in heet water te laten liggen geven ze meer olie af. Om de olijfolie te onttrekken moet het persen plaatsvinden binnen 3 dagen, maar het liefst binnen enkele uren na het plukken van de olijven. Deze kostbare geperste olie is uitermate geschikt om te branden in een olielamp (Exodus 25:6). Het geven van licht was dus belangrijke functie in Bijbelse tijd. In Exodus 27:20 staat:” dat zij u brengen zuivere olie, uit gestoten olijven, voor het licht…”. Toch is olijfolie niet alleen een verwijzing naar de (fysieke) verlichting van de tabernakel en tempel, maar ook naar geestelijk licht7). Zoals de olijfboom licht voortbrengt met zijn olie, zo bracht het volk Israël licht voort voor de wereld met de tempel. De rabbijnen wijzen hierbij op Jesaja 60:3 “Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang”. Het zijn de ‘geënte’ heidenen die, in deze tijd, het volk Israël moet stimuleren om de voedzame stoffen, deze vettigheid (piotès, 9ίοτης) te produceren, waar olijfolie van kan worden gemaakt (Romeinen 11:17). Op die manier kunnen zij hun uitverkoren positie innemen als ‘licht voor de volkeren’ (Jesaja 49:6), als olijfboom die zijn olie geeft voor licht.
1. Interessant is de benaming voor Christenen in het modern Hebreeuws, notsri. Letterlijk is verwijst dit naar een volgeling van de Man uit Nazereth, dat is Jehóshua` hanotsri, Jezus uit Nazareth. Maar het woord notsri heeft ook woordverband met het woord nétser (= spruit of twijg). Men zou dus een Christen, een notsri, kunnen vertalen als ‘diegene die als twijg geënt is’.
2. Tijdens het enten worden twee plantsoorten samengevoegd tot één plant. In zekere zin kan het enten in deze moderne tijd vergeleken worden met een orgaantransplantatie bij mensen. Allereerst is het van belang dat beide planten een zekere verwantschap, affiniteit, met elkaar hebben om afstoting te voorkomen. Bij orgaantransplantatie wordt gezocht naar de meest geschikte donor, dat is degene met de meeste genetische verwantschap met de ontvanger. Toch is er ook een groot verschil door dat bij mensen men levenslang afweerremmende medicijnen moet innemen om afstoting te voorkomen. In die zin is enten een ‘natuurlijker’ proces. Men kan dus stellen naar analogie van de geënte olijfboom dat gelovigen uit de heidenen van nature al een zekere affiniteit moeten hebben met de God van Israël en Zijn verkoren volk.
3. Opvallend is dat na de ‘geboorte’ van de kerk er meer affiniteit is geweest met het bindmiddel dan met hetgeen waarmee de heidenen verbonden werden, namelijk de God van Abraham, Izaäk en Jakob en het uitverkoren Gods volk. Dit heeft in de kerkgeschiedenis uiteindelijk geleidt tot de vervangingsleer. Hoewel tegenwoordig in de meeste kerken geen strikte vervangingsleer wordt gepredikt, voelen met name veel evangelische christenen zich nauwelijks verbonden met Israël, de olijfboom. Ze zien daarbij Jezus niet als ‘bindmiddel’, als middelaar (1 Timotheüs 2:5), maar als de directe onderstam.
4. Het feit dat een ent die op een oude boom geplaatst wordt nieuwe groei stimuleert, geldt ook in geestelijk opzicht dat het enten van heidenen op de edele olijfboom uiteindelijk geleidt heeft tot een enorme expansie in de vorm van wereldwijde kerkgemeenschappen (Zie Handelingen 2:41, Marcus 16:15, Mattheüs 28:19). In Romeinen 11:17 lezen we ook dat enkele takken ‘weggebroken’ zijn. Ook bij het enten is dit geen vreemde gedachte, want het is bekend dat om een optimale groei van geënte bomen te krijgen moet een deel van de oorspronkelijke takken, het wildopslag, regelmatig gesnoeid worden. De brief aan de Romeinen benadrukt daarom dat gelovigen uit de heidenen nederig moeten blijven, omdat het wegbreken van de takken voor hen een positief effect heeft gehad:”…Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen…” (Romeinen 11:11).
5. In de geschiedenis van het Joodse volk is vaak geprobeerd de Joden te bekeren en gedwongen hun gewoontes in te wisselen voor ‘Christelijke’ rituelen. Belangrijk om te beseffen is dat het woord parazeloo, provoceren, niet in één lijn kan worden gesteld met evangeliseren of bekeren. Als het volk Israël gelijk wordt gesteld aan de andere volkeren, als men deze olijfboom als een willekeurige ‘appelboom’ probeert te benaderen, geeft dit een afstotingsreactie zoals twee verschillende plantensoorten elkaar zullen afstoten. Men moet dit hen benaderen als Gods volk, onder het credo: ’Niet bekeren, maar inspireren’.
6. Een bijzondere reisbeschrijving van prof. dr. Abraham Kuyper uit 1905 beschrijft het beloofde land als onherbergzaam met uitdampende moerassen en vervallen ruïnes (zie ook Leviticus 26:32). Het was deze weerbarstige omgeving, waar de meeste volken zich niet konden handhaven, maar waar Joodse pioniers zich vestigden om het land te bewerken, te irrigeren en te cultiveren. Als een olijfboom in extreme droogte en schaarste plantte het Joodse volk zich opnieuw na tweeduizend jaar in het beloofde land om daar te bloeien en vrucht te dragen.
7. Niet alleen kan olijfolie geestelijke verlichting geven, ook lichamelijke klachten kunnen worden verlicht met olijfolie. Olijven bevatten hoge concentraties anti-oxidanten, hebben een gunstig effect op de bloedvaten en beïnvloeden de bloedstolling, waarbij ze met name een bloedverdunnend effect laten zien. In landen met een hoge olijvenconsumptie levert dit een belangrijke bijdrage aan het gunstige effect van het ‘Mediterrane’ dieet. Wetenschappelijk onderzoek in de laatste jaren toont aan dat mensen die een voedingspatroon hebben waarbij men regelmatig olijven en olijfolie eet, minder vaak ziektes hebben zoals kanker of hart- en vaatziekten hebben. Een andere onderzoek liet een zien dat hersenberoertes minder vaak voorkwamen in steden waar men meer olijfolie te gebruikte (Samieri, 2011). Dit beschermende effect van olijfolie van met name de eerste persing is het meest belangrijk in de eerste decennia van het leven. In het algemeen blijkt een dieet, gebaseerd op olijfolie, gelijk staat aan een gezonder ouder worden en een toename van de levensduur. (Internationale conferentie over het gezondheidseffect van olijfolie, 2004). Ten slotte zijn er aanwijzingen voor bepaalde pijnstillende werking van olijven. Een regelmatige inname van olijven, zoals in een Mediterane populatie, komt overeen met 10% van de dagelijkse dosering van een pijnstiller zoals Ibuprofen.