22-11-2022

Het binnenste van de Torah

De Torah is niet een éénvoudig stelsel, maar een fijnzinnig gelaagd geheel van Goddelijke Leefregels. Anders gezegd: de Torah heeft niet alleen een buitenkant, bestaat niet alleen uit een serie zinvolle leefregels voor een humane samenleving vooral met betrekking tot de ordening van de tijd en van het aardse bezit, maar de Torah heeft ook een binnenkant én een binnenste kant. Eigenlijk lijkt de Torah sprekend op de Tempel, op de Woning Gods: er is een Voorhof, een Heiligdom met daarbinnen het Heilige der heiligen waar de Verzoening met God zich voltrekt (Leviticus.16: 19-21).

De binnenkant van de Torah is de opdracht om een beeld van God te zijn = om Zijn Unieke Liefde, Zijn Zelfovergave te weerspiegelen.
Een Liefde, die twee aspecten heeft: enerzijds , dáádwerkelijke liefde, liefdebetóón, chesed חסד mededogen, barmhartigheid en anderzijds eeuwige, onvergankelijke trouw, ‘emeth’, אמת: God laat Zijn volk niet los, ook al laten wij Hem los!!

Maar behalve een binnenkant heeft de Torah een binnenste kant, een heilige der heiligen.
Die binnenste kant, dat hart van de Torah, staat ook letterlijk in het hart van de Torah = het boek Leviticus (ויקרא Wajikra, en hij riep)= het middelste van de Vijf Boeken van Mozes. Het hoofdthema van dit middelste boek is dat God Zich radicaal verzoend heeft met Zijn volk, met zijn men- sen, en dat is ook de reden dat het volk voortdurend offers brengt, met centraal het dagelijkse Lamoffer in de morgen en de avond. Israël offert dus niet zoals de heidenen met de bedoeling om God gunstig te stemmen, niet ópdat Hij verzoend wordt, maar ómdat Hij verzoend is! Omdat God vergeven hééft = hun zonden op Zich genomen hééft, weggedragen hééft*, daarom neemt Hij genoegen met een plaatsvervangend offer (Gen. 22:13).

Dit Evangelie van de Verzoening, van de Pure Genade Gods, wordt op diepzinnige wijze uitgebeeld in het boek Leviticus, in het voorschrift van het offerlam dat beladen met de zonden van heel het volk de dood wordt ingestuurd. Het staat in Leviticus 16:21 = precies in het midden van het boek Leviticus! In het midden van het middelste boek, in het hart van de Torah, gaat het over Allerheiligste, over het Plaatsvervangende Offer. De Nieuw Testamentische Evangeliën sluiten naadloos aan op het hart van de Torah: ‘Zie het lam Gods, dat de zonden der wereld wegdraagt’ (Johannes1:29)!

* ’Het Hebreeuws voor ‘vergeven’ is násá נשא = (weg)dragen: Israëls God neemt onze zonden op Zich en Hij draagt ze weg.

Gods stempel

De Torah geeft uitdrukkelijke richtlijnen voor de ordening van de tijd en de feesttijden‭. ‬Er is een duidelijk verschil met de oud heidense getijden‭.‬
De Bijbelse getijden, morgen en avondgebed, de wekelijkse שבת Shabbat en de jaarlijkse feesttijden van o.a. פסח Pesach, שבעות Shawuoth, יום הכפורים Jom Kipur (ha Kipurim) en סוכות Sukoth worden niet bepaald door de natuurlijke orde der dingen zoals de opkomst en ondergang van de‭ ‬zon‭, ‬de zonnewendes in zomer en winter‭, ‬of door de zaaitijd en oogsttijd in voor‭- ‬en najaar‭, ‬maar zijn in‭ ‬hoofdzaak gestempeld door Gods geschiedenis met Zijn volk‭, ‬door Zijn Intreden in de Tijd‭ (‬in Zijn Tijd‭!) ‬als Schepper en Bevrijder‭.‬