De He’ ה is de vijfde letter van het Aleph- Beth en betekent opening, venster. De letter symboliseert het venster waardoor Licht en Geluid van de Andere Kant, van Bovenaf naar binnen kan vallen of ‘binnenbreken’. Bij het kind op weg naar een eigen leven komt er bij de He’, in de vijfde levensfase, een doorbraak: een Stem breekt binnen. De Stille Stem van ‘In het begin’ gaat het kind aanspreken en uitdagen om ‘ik’ te worden in relatie tot Hem, de Ene, de Unieke. Met tradities alleen redden we het niet; de hand leggen op de deurpost, de mezuza, trouw beloven aan de levensstijl van thuis geeft wel enig houvast, maar in de verwarrende veelheid van onze moderne samenleving met al zijn verleidelijke zuigkrachten is dat niet genoeg. Om sterk en weerbaar, om vol-wassen mens te worden, moet men rechtstreeks gaan staan voor de Allerhoogste, onze Schepper en Bevrijder: ‘hier ben ik’ in een eigen, unieke positie tegenover U, ‘ik’ tegenover ‘U’. Hij Die ons in het leven riep (Aleph) vraagt om een weerwoord, een antwoord. Mens zijn is antwoord geven, is ver-antwoord-elijk zijn. Mens zijn betekent הנני (hineni) zeggen: zie, hier ben ik! Ik alleen tegenover U. Zonder tussenpersonen, in een pure eenzaamheid.
In feite is dat de allergrootste menselijke uitdaging om in ons ééntje voor God te staan, een éénling te zijn voor Zijn Aangezicht, huiveringwekkend alleen: ‘Adam waar bent u?’
Er is een oerneiging om voor deze uitdaging weg te lopen, om als Adam weg te duiken in het ‘gebladerte’, in de massa, in de groep, in de vriendenkring, als surrogaat voor het veilige thuis, om ‘met de meute’ mee te gaan en dus nooit echt vól-wassen te worden.
Een uiterste vorm van wegduiken is de vlucht in de roes, de feestroes met zijn erotische muziek en dans, met zijn drank en drugs’, waarbij het jonge ‘ik’ weer (even) verzinkt in de vergetelheid: ‘ik ben er niet, ik ben niet verantwoordelijk. Maar echt terug, terug naar de veiligheid van thuis kan niet: er is geen retour tot Moeder Natuur. Zoals een kind niet terug kan naar de moederschoot, kan een mens na eenmaal gewekt te zijn door de Stem niet meer terug in de naïviteit of primitiviteit.
Wel is er in deze kritieke levensfase nog een andere mogelijkheid: in plaats van weg te duiken in de groep of de roes is er de grote verleiding voor het jonge ‘ik’ om zich te gaan verzelfstandigen tegenover God, zich van Hem los te maken en zichzelf te vergoddelijken, te verheffen, op te blazen (als een kikker) tot een soort ‘godheid’: ‘ik’ maak zelf uit wat goed en kwaad is. Volgens de Bijbel (Gen. 3:4,5) is dit de oerverleiding, de oerzonde: ‘als God te willen zijn’.