De Bijbel is een evangelisch boodschappelijk boek en geen gewoon geschiedenisboek. Maar de geschiedenis is wel een wezenlijk deel van de Boodschap, want het gaat in de Bijbel niet om ficties maar om feiten, om feiten die in een visionair licht zijn gezet, in Gods Licht.
Anders gezegd: de Bijbel is geen gewone literatuur, maar profetische literatuur.
Bij gewone literatuur, zoals bij historische romans, worden feit en fictie vermengd: de historische gegevens worden in het kader gezet van de eigen, fictieve voorstelling of verbeelding. Bij profetische lectuur worden de feiten geordend vanuit een profetische visie, vanuit een directe Godsopenbaring.
Daarom heten deze profetische geschriften met recht Heilige Schrift; ‘heilig’ betekent ‘apart’, ‘afgezonderd’: afgezonderd door de rechtstreekse verbinding met dé Afgezonderde, dé Heilige, Israëls God, de Ene, de Unieke.