Shalom שלום en Shilem שלם
Op de Vrijdag, de 7e van de maand oktober (2011, red.) om 18.45 uur precies, begon Jom Kipur, Grote Verzoendag. Bij ons merken we van dat begin nauwelijks iets. Maar in Jeruzalem en in vele andere steden in Israël beginnen vooraf de sirenes te loeien als teken dat het stil moet worden: alle verkeer moet zoveel mogelijk worden stilgelegd. Een voor ons ongekende, ontroerende stilte valt dan ineens over Stad en ommeland. Wat is de zin van deze stiltedag?
Veertien dagen later begint het Sukothfeest, een vreugdevolle feesttijd ter herinnering aan het einde van de woestijntocht en de intocht in het Beloofde Land en tegelijk viert men het einde van de moeizame oogsttijd en dankt men voor de vele heerlijke vruchten van het Beloofde Land, waaronder de vrucht van de wijnstok. Het meest karakteristieke van dit feest is dat men een week lang eet, drinkt en vaak ook slaapt in een sukah (een nagebootste woestijnhut) in de tuin of op het balkon. In die hut gaan een week lang families, buren en vrienden bij elkaar op bezoek. Een week lang klinkt er door Stad en Ommeland een vreugdetoon: Shalom! Chag Sameach! Vrede! Vrolijk feest!
Maar waarom dan toch eerst nog Jom Kipur, die stiltedag vooraf, die dag van geen verkeer, maar van veel inkeer, van intense verootmoediging? Omdat er geen shalom kan zijn zonder shilem, zonder dat onderling alles vereffend is, geheeld is. Met onderling gestoorde verhoudingen kan er geen feestvreugde zijn. Het is diepzinnig dat de woorden שלום shálom (vrede, heelheid) en שלם (schulden vereffenen, betalen) gevormd zijn uit dezelfde letters: Shin, Lamed, Mem. Die twee kunnen niet zonder elkaar. Daarom vooraf die dag van vereffening, van verootmoediging, van schuldbelijdenis.
Het Hebreeuwse woord voor verootmoediging is אנא נפש ánáh nephesh, dat meestal vertaald wordt met ‘je ziel, jezelf pijnigen’, door te vasten bijvoorbeeld. Maar heel letterlijk betekent het: ‘antwoord geven aan je ziel’. Antwoord op lastige, pijnlijke vragen als: ben je eindelijk bereid om de minste te zijn en het initiatief te nemen om de verstoorde relatie met je buurman of je zus te herstellen en eventueel schuld te belijden? Of nog andere pijnlijke vragen. Wie niet in het reine is met de ander, kan geen dankzegging doen, geen dankoffer brengen, geen dankfeest vieren (zie ook Matteus 5:23).
‘Wij hebben toch Goede Vrijdag…’
Een vraag die haast onweerstaanbaar bij ons opkomt is of Jom Kipur wat ons betreft niet achterhaald is. Wij hebben toch onze Goede Vrijdag – is dat niet genoeg? Inderdaad betekent het gebeuren op Golgotha een volkomen verzoening voor al onze zonden. Maar wij moeten toch goed beseffen dat in het verzoeningsgebeuren sprake is van twee bewegingen. Allereerst en volledig voorop staat de beweging van God naar ons toe: Jeshuah op Goede Vrijdag, Hij is het Offerlam dat beladen met onze zonden wordt weggestuurd, Hij sterft buiten de stad, Hij sterft onze dood.
Maar bij de verzoening is er ook de beweging van ons naar God toe. Wij moeten bewust onze zonden belijden, want zonden die niet uitgesproken worden, worden niet vergeven. Al is Jezus honderd maal voor ons gestorven op Golgotha, als wij niet onze schuld belijden, blijft het zoals het was. Bovendien moeten wij ons uitdrukkelijk verootmoedigen. Dat wil zeggen: uitdrukkelijk tonen, dat we oprecht spijt hebben, dat het geen woordenspel is, maar dat we echt geplaagd, gepijnigd worden door diep berouw. En die pijn brengen we ons staat, tegenover een meerdere ons verantwoorden. We moeten letterlijk bij God ‘op het matje komen’. Dat is een vernederend gebeuren, dat geeft ons een leeg gevoel: arm en ellendig voelen we ons daarbij. Verootmoedigen doelt niet direct op vasten, echter, vasten, – ons pijnigen door niet te eten, onze maag leeg laten worden, ons daarbij ellendig voelen – is wel één van de allerbeste tekenen om ons berouw te tonen…