Het is vreemd, maar binnen Joodse kringen bestaat de term: ‘Joodse zelfhaat’ maar al te zeer. Omdat het Joodse volk door de eeuwen heen vervolgd wordt, vinden enkele Joden het vreselijk om Jood te zijn en de gevolgen daarvan te moeten dragen. De zelfhaat uit zich vooral ook in het niet willen volgen van de Joodse traditie en haar felle kritiek op de moderne Staat Israël. Deze Joden proberen dan ook vooral Theodor Herzl, degene die opriep tot een eigen Joodse Staat in de 19e eeuw, onderuit te halen. Waar die zelfhaat in wortelt, is een diepzinnig vraagstuk. Maar het gaat nu even alleen om deze typisch Joodse infectie in verband met Herzl.
Theodor Herzl is voor ons een groot man, een uniek instrument in de Hand van Israëls God in de Terugkeerbeweging van Zijn volk naar het Beloofde land. Was deze man onberispelijk in zijn voorgeschiedenis? Vast en zeker niet! Maar hij staat wel in de rij van vele andere ‘grote mannen’ die direct of indirect bij deze Terugkeer betrokken zijn, zoals Roosevelt en Churchill: zonder deze twee zou Nederland/Europa en het Joodse volk nooit bevrijd zijn uit de dodelijke dictatuur van de Nazi’s en trawanten. Later in de recente geschiedenis heeft ook president Reagan veel betekend voor Israël. Waren dit onberispelijke mannen? Over elk van hen is wel een zwartboek te schrijven.
Verder terug in de geschiedenis komen we bij koning Cyrus van Perzië (circa 2500 jaar geleden), een bijzonder instrument in Gods Hand voor de terugkeer van de Joden naar Jeruzalem. Maar hoe gedroeg deze man zich vóór hij geroepen werd tot zijn unieke taak? Er gaan diverse verhalen over deze grootheid.
Nog verder teruggaand komen we bij koning David, die zijn volk bevrijdde uit de macht van de toenmalige Filistijnen – en tenslotte bij Mozes, de grootste van alle ‘grote mannen.’ Maar wie was David? Hij liet zich nog al eens leiden door zijn seksuele driften en was een gewetenloze, brute moordenaar, die één van zijn beste soldaten uit de weg liet ruimen! En wie was Mozes? Een driftkop en ook een moordenaar!
Het is een goede stelregel: beoordeel en veroordeel een mens nooit vanuit zijn voorgeschiedenis, maar in het licht van Gods Geschiedenis.
Tot slot, in het basisboek van Theodor Herzl, ‘The Jewish State,’ lezen we op pagina 71 o.a.: ‘Ons priesterschap (zoals ons leger) zal de hoge eer ontvangen die hun kostbare functies verdienen, maar ze moeten zich niet bemoeien met de regering van de Staat en als het gebeurt dat mensen met andere geloofsovertuigingen bij ons komen wonen, dan moeten wij hen eervolle bescherming geven en gelijkheid naar onze wet. Wij hebben tolerantie geleerd in Europa.’
In zijn openingsrede op het Eerste Zionistische Congres te Bazel (29 augustus 1897) zei hij: ‘Wij denken er niet aan om ook maar een handbreed der verworven cultuur op te geven, wél denken wij aan een verdere verdieping der cultuur.’