28-11-2022

Kalender

(publicatiedatum: maart 2011)

De Bijbelse kalender is een lunisolair (maan-zon) systeem. Het Bijbelse jaar is vooral een maanjaar maar er wordt ook rekening gehouden met het zonnejaar. Is het volle maan dan is het de 15e van een Bijbelse maand en is het nieuwe maan dan de eerste. Tot ongeveer 17 eeuwen terug keek men naar de eerste sikkel van de maan om de nieuwe maand vast te stellen. Van bergtop tot bergtop werden in oude tijden fakkels aangestoken om de nieuwe maand aan te kondigen en daarnaast blies men op de bazuin, de shophar (ps 81:4). Een loeach (kalender) schrijft vandaag de dag nauwkeurig voor wanneer het nieuwe maan is.

Als de koppeling tussen maan en zonjaar er niet zou zijn dan zouden de voorjaarsfeesten na verloop van tijd ook in het najaar vallen.

Julius Caesar berekende dat een zonnejaar 365,25 dagen duurde. Om de vier jaar stelden de Romeinen een schrikkeldag in en zo zou het jaar in ‘balans’ blijven. De dagen werden van de maand februari ‘afgesnoept’. Destijds was februari de laatste maand van het jaar. Het jaar begon in maart, de maand van de lente. Zo komt men in september (betekent zeven in het Latijn) in de oorspronkelijke zevende maand die synchroon liep met de Bijbelse telling van maanden.

Aan februari was al gesleuteld omdat zowel Julius Caesar (waarvan de maand juli) als keizer Augustus eisten dat ‘hun’ maanden 31 dagen lang zouden zijn en ergens moesten die dagen gecompenseerd worden….

Echter het bleek dat het Caesar’s jaar 11 minuten en 13 seconden te lang was en Paus Gregorius XIII moest in 1582 de kalender hervormen door 10 dagen te schrappen… direct na 4 oktober 1582 werd het plots 15 oktober.

Het maanjaar heeft 354 dagen en om in lijn met het zonnejaar te blijven zijn er in de 19 jaar (dat is de kleine maankringloop) 7 schrikkelmaanden. In plaats van 12 maanden zijn er dan 13 maanden. Na de laatste maand (Adar) komt dan Adar II. Dit jaar, 5771/2011, heeft een Adar II.