Het begin van de Grote Afbraak in de Europese kerken
Door sommige godsdienstsociologen zou het jaartal 1948 aangemerkt zijn als het begin van de grote afbraak in de Europese, gevestigde kerken. Toen Israëls God met Zijn volk uit Europa wegtrok en terugkeerde naar Tsion en ‘het uitspruiten van Israëls verlossing begon’, begon hier in Europa, in de verwarring over Zijn Terugkeer en Zijn voelbare Afwezigheid, het ‘uitspruiten’ van een dramatische kerkverlating. Met daaraan gekoppeld een dramatische secularisering’: een verwereldlijking en verwildering van het publieke leven. Dit in 1948 ingezette proces van afkalving en de marginalisering van de Kerk – ze werd gaandeweg en vrijwel geruisloos naar de rand van de samenleving gedrongen – kwam na 1967 in een duidelijke versnelling toen Oud-Jeruzalem met het hart van het aloude Beloofde Land, Judea en Samaria, in Joodse handen viel.
* Schokkend is ook dat de kerken in 1948 (n.b. te Amsterdam, dat voor de Joden ooit ‘Mokum’ was: het Jeruzalem van het Westen), zich verenigd hebben in de Wereldraad van kerken, een organisatie die een sterk anti-Zionistisch (= een variant van ‘antisemitisch’) beleid voert en zeer pro-Palestijns is.