Onderstaande is afkomstig van “Lechaijim! of Op Zoek Naar Een Nieuwe Levensstijl” van wijlen ds R. Strijker. Een uiteenzetting van 18 hoofdstukken, van de stelling dat leven, volop leven, loven is: een volwassen samenleving is een samen-loving. Bronnenboek is de Bijbel en het oriëntatie-model het Jodendom.
Eredienst en Israëls God
Israëls God is Uniek, Enig,
met niets en niemand te vergelijken:
Heilig, Heilig, Heilig is Hij.
Zijn Wezen is Woord,
Stem, Spraak.
Het Woord waarin Hij zich ten volle uitspreekt,
is de Vierletterige Naam “(J), (H), (W), (H)”:
”IK ben Er zoals Ik Er Was en zo Zal Ik Er Zijn”.
Als Woord-Wezen is Hij woord-gevoelig:
onze dankwoorden
doen Hem iets;
ze maken Hem groot, gróter.
Ook halen onze woorden
Hem naar ons toe:
Hij troont op onze lof,
Hij woont er in.
Eredienst is de erepoort, waardoor
de Schepper Zijn schepping binnentreedt.
Een Grootheid apart
Zoals Israëls God is er maar één: “Hoor Israël, de HERE is onze God, de HERE is Eén (Deut.6:4). Er zijn vele goden verborgen wezens of krachten werkzaam in schepping en geschiedenis, maar Israëls God is een Grootheid Apart, onvergelijkelijk: Hij is de Driemaal Heilige, de Gáns Andere, van een volslagen ander soortelijk gewicht (Jes. 6:3, 40:18). Hij is niet het “Grote Moedervuur”, waaruit wij de vonkjes zijn en waarheen we langs een weg van lijden en loutering eens zullen terugkeren. Hij is van een radicaal andere kwaliteit: Hij is de Schepper en wij zijn slechts schepsel, niet meer dan een echo op Zijn Roepstem.
De “grondstof” van Zijn Wezen is Woord, Spraak
Want Hij is Stem. Het meest karakteristieke van Israëls God is dat bestáát uit Woord, uit Gesproken Woord. De grondstof van Zijn Wezen is Spraak, Taal. Ook al Zijn Werken zijn “talig”: “Hij sprak en het was er” (Ps.33:9; Joh.1:2). Het wezen van alle verschijnselen in schepping en geschiedenis is een weer-woord op Zijn Roepstem. Heel onze werkelijkheid is een woord-werkelijkheid, tot in de uiterlijke verschijningsvormen toe: tot in de gestalte der dingen weerklinkt Zijn Stem. De schepping is als “een prachtig boek waarin alle schepselen, groot en klein, de letters zijn” (Nederlandse Geloofsbelijdenis art.2). Elk schepsel is “letterlijk” gestold stemgeluid, beeld-spráák van Zijn Unieke Wezen. Niet alleen in de schepping, maar ook in de geschiedenis weerklinkt Zijn Stem: alle gebeurtenissen zijn in wezen woorden, waarin Hij ons aanspreekt, verborgen, in tekentaal, maar niettemin: Zijn Woord, dat Abram riep uit Ur en Israël uit Egypte, klinkt op uit heel de wereldgeschiedenis.
Zijn Wezen is het Werk-Woord “Erbij-Zijn”
Behalve verborgen, in de beeldtaal van de schepping en in de hiëroglyfen van de geschiedenis, is de Stem ook rechtstreeks onder ons ter sprake gekomen, direct en duidelijk, in alledaagse taal on-middel-lijk, zonder tussenwezens, voor ieder verstaanbaar. In een kort kernwoord, een naam van vier Hebreeuwse letters – (J), (H), (W), (H) – heeft Israëls God Zich Zelf uitgesproken, heeft Hij Zijn Hart, Zijn Wezen voor ons bloot gelegd: “IK Ben, Was en Zal Er Zijn” (Ex.3:14).
Wie is God? Hij is een Werk-Woord, Hij is de Vervoeging, de Verleden -, Tegenwoordige – en Toekomende tijd van het Werk-Woord “Er-Bij-Zijn”: in alle tijden, al-tijd Is-Hij-Er, Ruimtescheppend, Bevrijdend, Bemoedigend. Het unieke synoniem voor “Er-Zijn” is “Liefhebben”: er zijn voor en mét de ander.