Door Ruben van der Giessen
‘Onze geschreven boodschap bent u, gegraveerd in onze harten, bekend gemaakt en leesbaar voor alle mensen, daar u toont een brief van de Messias te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten (2 Korintiërs 3:1-3).’
In bovenstaande woorden van Paulus lezen we over ‘een brief van de Messias,’ die geschreven is in de harten van de gelovigen, die leesbaar is voor iedereen. Het woord brief staat overigens in de grondtekst beschreven met het woord epistole, dat een geschreven boodschap betekent. Hoe kan iets, dat in het hart geschreven is, tegelijk leesbaar zijn voor anderen? Hoe moeten we dit begrijpen? We moeten rekening houden met de verwijzing die Paulus maakt naar de stenen tafelen. Waar stonden dezen voor? Wat was hun betekenis? Hiervoor moeten we kijken naar de Hebreeuwse betekenis van het woord tafelen: Het woord luchot, לוחות het enkelvoud is lúach. לוח
Dit woord kan het best vertaald worden met: plaat, schrijfplank of bord. In het modern Hebreeuws wordt dit woord eveneens gebruikt om de kalender aan te duiden. In de Bijbel wordt meestal de vertaling tafel gebruikt vanwege de eerste keer dat het woord gebruikt wordt, namelijk bij de stenen tafelen (Exodus 24:12, Exodus 27:8). Deze tafelen waren een soort plateau’s en kwamen waarschijnlijk qua uiterlijk overeen met de kleitabletten die we kennen van de Assyrische en Babylonische beschavingen.
In het boek Exodus wordt letterlijk gesproken over de tafelen van steen en de tafelen van getuigenis. Ook wordt er op een andere plaats gesproken over de tafelen van het verbond (Deuteronomium 9:9). Hoewel dit laatste vooral lijkt te verwijzen naar de tweede versie tafelen die Mozes zelf op de berg schreef in opdracht van God.
Er is een wezenlijk verschil, want God graveerde de eerste stenen tafelen zelf terwijl Mozes de andere tafels beschreef. Een lúach, tafel, is dus een schriftelijk bewijs van iets dat mondeling is afgesproken.
We zien dit terug in het mooie woordverband met het woord rúach: רוח een tafel, lúach לוח is een fysieke uiting van de geest, rúach. Een duidelijk voorbeeld hiervan vinden we in Exodus 32:16: De tafelen waren het werk Gods en het schrift was het schrift Gods, op de tafelen gegrift. De wet, geschreven op de stenen tafelen was de fysieke uiting van Gods Geest!
Deze ‘belichaming’ vinden we eveneens terug in de Ark des Verbonds, waarboven Gods Aanwezigheid verscheen.
Het is niet toevallig dat de Ark eveneens van tafelen werd gemaakt: ‘En hij stak de draagstokken in de ringen aan de zijden van het altaar, om het daarmee te dragen; hol, van planken (meervoud van lúach לוח) maakte hij dit’ (Exodus 38:7, zie ook 1 Koningen 7:36). Gods onderwijzing werd geschreven op tafelen en werd bewaard in een ark gemaakt van tafelen. In Bijbelse zin heeft de mens ook een tafel waar onderwijzingen op geschreven kunnen worden: het hart.
Zo lezen we in het boek Spreuken: “Bewaar mijn geboden en leef, en mijn onderwijzing als uw oogappel. Bind ze aan uw vingers, schrijf ze op de tafel (lúach) van uw hart’ (Spreuken 7:3)”. Maar net als de Wet (het goede) geschreven kan worden op het hart, zo kan de zonde (het kwade) ook op ons hart geschreven worden (Jeremia 17:1). De mens heeft de keuze of zijn hart een schrijfplank wordt voor de zonde óf voor Gods geboden.
De Profeet Jeremia beschrijft een verbond dat niet op een tafel van steen wordt geschreven, maar op de tafel van het menselijk hart: ‘Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn Wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn’ (Jeremia 31:31).
Het woord lúach bevat op letterniveau dezelfde boodschap: de lamed, ל de prikstok en de instructies, die de mens, de waw, ו moet verinnerlijken, gesymboliseerd door de letter cheth. ח
Er is een ander Bijbelgedeelte dat nog een andere invalshoek toont. In het boek Habakuk komen we namelijk opnieuw de term lúach tegen: ‘Toen antwoordde de Here mij; Schrijf het gezicht op en zet het duidelijk op tafelen, opdat men het in het voorbijlopen zal kunnen lezen’ (Habakuk 2:2). God zou Zijn oordeel brengen naar de mensen en Habakuk moest dit opschrijven op een tafel, als een soort aanplakbiljet of affiche.
Hier gaat het om een visioen van God met de bedoeling om dit als een soort openbaar plakkaat te maken dat voor iedereen leesbaar was. Hier zien we dat de functie van de tafelen niet alleen het omzetten van een abstracte gedachte (Gods Geest) naar een fysieke uiting is; het is tevens een bewijsstuk van het Goddelijke ‘gedachtegoed.’
De stenen tafelen waren dus niet alleen bedoeld voor de Israëlieten als geheugensteuntje, welke geboden God had gegeven, maar evengoed als getuigschrift naar de omringende volkeren. In de Joodse traditie wordt dit getuigschrift gezien als een huwelijksakte, een wettig document, dat getuigt van de huwelijksceremonie die bij de berg Sinaï plaatsvond.
Laten we teruggaan naar de brief aan de Korintiërs: ‘Onze geschreven boodschap bent u, gegraveerd in onze harten, bekend gemaakt en leesbaar voor alle mensen, daar u toont een brief van de Messias te zijn, door onze dienst opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar op tafelen van vlees in de harten’. Paulus benadrukt dus de functie van het getuigschrift van Gods onderwijzing in het menselijk hart. Het was de Messias, Jezus uit Nazareth, Die Gods Onderwijs onderwees en Gods geboden vóórleefde voor de mensheid. Dit Onderwijs is als een geschreven getuigenis in ons lichaam. Door onze levenswijze wordt Gods onderwijzing zichtbaar voor mensen om ons heen. Hier zien we opnieuw de transitie van rúach naar lúach, Gods Geest die tot uiting komt in de tafelen van ons hart.
Hierdoor worden we bepaald bij een belangrijk punt: fungeren wij als een tafel, een lúach, waarop Gods Geest Zijn geboden kan schrijven? Dat wil zeggen: Paulus stelt de vraag of de gelovige uiting geeft aan Gods Geest en kunnen andere mensen in de omgeving daadwerkelijk Gods geboden in ons leven zien, als een aanplakbiljet op ons leven?